Wat is het?

Leverfunctieonderzoek is een bloedonderzoek naar de verschillende functies van de lever. Hierbij wordt jouw bloed afgenomen en onderzocht in een laboratorium. Een arts kan de leverfunctie onderzoeken door de gehaltes te bepalen van specifieke stofjes in het bloed, bijvoorbeeld; leverenzymen, eiwitten en bilirubine (galkleurstof). Deze waardes zeggen iets over het functioneren van de lever en worden daarom ook wel de ‘leverfuncties’ genoemd.

Voor het onderzoek

Het onderzoek zelf bestaat uit bloedonderzoek naar verschillende leverfuncties. Hiervoor wordt bloed bij je afgenomen.

Referentiewaarden

Bij gezonde mensen vallen de waarden van de leverfuncties binnen de normale grenzen. Deze normale grenzen worden de referentiewaarden genoemd. Abnormale leverfuncties kunnen een eerste aanwijzing zijn in de richting van een leverziekte. In het beginstadium van een leverziekte zijn er meestal nog geen lichamelijke klachten, terwijl de leverfuncties al wel veranderd zijn. Dit heeft te maken met de grote reservecapaciteit van de lever. Lichamelijke klachten treden hierdoor pas op wanneer de lever al behoorlijk beschadigd is.

Afwijkende leverfuncties

Veranderde leverfuncties wijzen niet altijd op een leveraandoening. Het kan ook veroorzaakt worden door alcoholgebruik, medicijngebruik, ondervoeding, ernstig overgewicht en erg vet eten. In eerste instantie onderneemt een arts bij licht verhoogde waardes daarom vaak nog niets. De arts zal je adviezen geven over gezonde voeding, (over)gewicht, alcohol- en medicijngebruik. Mogelijk kun je overstappen naar andere medicijnen, die minder schadelijk zijn voor de lever.

In veel gevallen worden de leverfuncties vanzelf weer normaal als je je houdt aan de adviezen van de arts. Het is verstandig om binnen enkele maanden opnieuw bloedonderzoek te doen. Afhankelijk van die uitslag kan de arts je doorverwijzen voor verder onderzoek. De mate van de verhoging en de verhouding tussen de verschillende leverfuncties geven een aanwijzing in de richting van oorzaak of de soort leveraandoening. Om een definitieve diagnose te stellen is aanvullend onderzoek vaak noodzakelijk. In de meeste gevallen zal dit een echo van de lever zijn. De arts kan ook besluiten om een scan of een leverpunctie te doen. Als jouw leverwaardes ernstig verhoogd zijn, of als je klachten hebt die wijzen op een leveraandoening, zal de arts je direct doorverwijzen.

Controle

Leverfunctie onderzoek wordt ook gedaan ter controle. Bijvoorbeeld bij mensen met een leveraandoening. Door middel van leverfunctie onderzoek wordt het verloop en de ernst van de ziekte gecontroleerd. Als je bepaalde medicijnen slikt, die (erg) schadelijk kunnen zijn voor de lever, wordt ook regelmatig een controle leverfunctieonderzoek gedaan.

De arts onderzoekt dan of jouw lever nog in staat is om zijn functie voldoende uit te voeren. Als de lever niet voldoende functioneert, bekijkt de arts of je andere medicijnen of een andere dosis moet gaan gebruiken. 

Verschillende leverfuncties

Het standaard leverfunctieonderzoek bestaat uit verschillende bepalingen (het meten van verschillende stofjes). Deze hebben allemaal te maken met de verschillende processen die zich in de lever afspelen.

Bilirubine

Bilirubine ontstaat bij de afbraak van rode bloedlichaampjes uit de rode bloedkleurstof ‘hemoglobine’. Bilirubine wordt vanuit het bloed opgenomen in de lever. Daar wordt het omgevormd en vervolgens met de galvloeistof afgevoerd naar de galblaas. Uiteindelijk verlaat het omgevormde bilirubine het lichaam met de ontlasting. Hierdoor heeft de ontlasting een bruine kleur.

Een verhoogd bilirubinegehalte in het bloed betekent dat de lever niet optimaal functioneert. Een verhoogd bilirubinegehalte in het bloed gaat vrijwel altijd gepaard met geelzucht. Hierbij kleurt als eerste het oogwit maar later ook de huid geel. Dit komt doordat bilirubine een intense gele kleur heeft.

Er zijn veel verschillende leveraandoeningen waarbij het bilirubinegehalte in meer of mindere mate is verhoogd, bijvoorbeeld bij:

Bij pasgeboren baby’s wordt regelmatig een verhoging van het bilirubinegehalte vastgesteld. Dit veroorzaakt meestal ook geelzucht. Dit is bijna altijd onschuldig, en het verdwijnt vanzelf weer. De eerste dagen na de geboorte functioneert de lever nog niet optimaal. Het bilirubine wordt niet snel genoeg vanuit het bloed in de lever opgenomen.

Na enkele dagen verdwijnt de gele kleur vaak vanzelf. Soms wordt lichttherapie toegepast, waarbij de baby onder een UV-lamp of in rechtstreeks zonlicht achter het raam wordt gelegd. Het bilirubine wordt dan versneld afgebroken.

Albumine

Albumine is een belangrijk eiwit dat aangemaakt wordt door de lever. Vervolgens wordt het door de lever afgegeven aan het bloed. Albumine dient onder andere als transportmiddel voor calcium (kalk), bilirubine, geneesmiddelen, hormonen en vetzuren. Een laag albuminegehalte in het bloed kan een aanwijzing zijn voor een slecht functionerende lever. Een verlaagd albuminegehalte is niet karakteristiek voor een leveraandoening. Het kan ook andere oorzaken hebben, zoals een nieraandoening, een schildklierafwijking of ondervoeding.

ALAT, ASAT en LDH

ALAT (Alanine-Amino-Transferase), ASAT (Aspartaat-Amino-Transferase) en het LDH (melkzuurdehydrogenase) zijn enzymen die hoofdzakelijk voorkomen in levercellen. Als levercellen beschadigd zijn, lekken de enzymen weg uit de lever. Er ontstaat dan een verhoogd gehalte van deze enzymen in het bloed. Dit wijst dus op een beschadiging van de lever.

Verhoogde waardes van ALAT, ASAT en LDH kunnen wijzen op:

Alkalische-fosfatase (AF) en gamma-GT

Alkalische-fosfatase en gamma-GT zijn ook enzymen. Een verhoogde concentratie in het bloed kan wijzen op verschillende aandoeningen van de lever of galwegen. Een licht verhoogde gamma-GT waarde heeft meestal te maken met gebruik van alcohol en/of medicijnen, leververvetting en extreem overgewicht. Een sterk verhoogde gamma-GT waarde wijst op alcoholmisbruik of een belemmerde afvoer van galvloeistof. Dit kan veroorzaakt worden door galstenen, een vernauwing of afwijking aan de galwegen.

Een verhoogde alkalische-fosfatase waarde, in combinatie met normale ALAT en ASAT, wijst in de richting van een galwegaandoening. Alkalische-fosfatase wordt ook aangemaakt in de cellen van de darm, nieren, placenta en botten. Een verhoogd gehalte kan dus ook wijzen in de richting van een aandoening buiten de lever en galwegen.

Protrombine-tijd (PTT of stollingstijd)

De protrombine-tijd wordt gebruikt om te onderzoeken of de bloedstolling te snel of te langzaam is. De lever maakt verschillende stollingsfactoren aan, die samen zorgen voor de bloedstolling. Een verlengde stollingstijd kan betekenen dat de lever te weinig stollingsfactoren aanmaakt. De oorzaak hiervan kan een leveraandoening zijn.

Na het onderzoek

Je krijgt de uitslag van het leverfunctieonderzoek via jouw arts of de assistent. Bespreek met jouw arts wat de oorzaak kan zijn van eventueel verhoogde waardes. Vraag ook of er dingen zijn die je zelf kunt doen om de waardes te verlagen. In veel gevallen zal de arts een nieuw leverfunctieonderzoek voorstellen binnen enkele maanden. Dit is om te controleren of de waardes verder stijgen of juist dalen. In sommige gevallen zal de arts je door verwijzen voor verder onderzoek van jouw lever. Dit is meestal een echo van de lever.

Colofon

Deze informatie is geschreven door de Maag Lever Darm Stichting

In samenwerking met:
Drs. Jeroen Jansen, MDL-arts
Dr. Alfons Geraedts, MDL-arts
Dr. Rob Ouwendijk, MDL-arts
Dr. Mark  van Berge Henegouwen, GI-chirurg
Dr. Christianne Buskens, GI-chirurg
Joan Rentzing, diëtiste en voedingsdeskundige

Laatst herzien:
2013

Heeft deze informatie je geholpen?

Het is belangrijk iedereen zo goed mogelijk te informeren over spijsverteringsziekten. Daarvoor zijn we afhankelijk van giften. Steun ons met een éénmalige bijdrage.

ik geef €10
Doneer