Diagnose van darmkanker

Als je door de huisarts wordt doorverwezen naar het ziekenhuis is een kijkonderzoek (endoscopie) van de dikke darm vrijwel altijd de eerste stap. Poliepen of tumoren in de darm worden zo opgespoord.

De arts kan kiezen uit verschillende kijkonderzoeken:

Coloscopie

Via de anus wordt een flexibele slang met een lampje en een camera (endoscoop) door de darm opgeschoven. De arts kan zo poliepen en tumoren in de dikke darm opsporen.

Een groot voordeel is dat de arts direct ook kleine ingrepen kan uitvoeren. De meeste poliepen kunnen tijdens een coloscopie meteen verwijderd worden. Ook kan de arts een hapje weefsel (biopt) nemen van een tumor of een ‘verdachte’ plek in het slijmvlies van de darm. Deze poliepen en biopten worden vervolgens in het laboratorium onderzocht op onrustige of kwaadaardige cellen. Als er kwaadaardige cellen worden aangetroffen is er sprake van darmkanker.

Veel mensen zien erg op tegen een kijkonderzoek van de darm. Bespreek uw angst van tevoren met de arts. Meestal kunt u kiezen voor een roesje (sedatie). Hierdoor wordt u slaperig en bent u zich minder bewust van het onderzoek.

Sigmoïdoscopie

Een sigmoïdoscopie is een kijkonderzoek van de endeldarm en het laatste deel van de dikke darm. Met een sigmoïdoscopie kan een arts vrijwel alle darmafwijkingen in het laatste deel van je darm opsporen.

Een sigmoïdoscopie wordt uitgevoerd met een kijkinstrument: de endoscoop. Een endoscoop is een flexibele slang. Aan het uiteinde van de slang zitten een klein lampje en een camera. Het lampje zorgt ervoor dat de arts de binnenkant van uw darm goed kan bekijken. De camera is verbonden met een beeldscherm waarop de arts het onderzoek kan volgen. De beelden kunnen worden bewaard waardoor de arts de beelden na het onderzoek nog eens rustig kan bekijken.

Een sigmoïdoscopie is een inwendig onderzoek. Dit heeft voor- en nadelen. Een belangrijk voordeel is dat de arts direct kleine ingrepen kan uitvoeren. In veel gevallen is de sigmoïdoscopie daarom het onderzoek van eerste keuze.

Protoscopie

Met een proctoscopie kan een arts de binnenkant van de endeldarm en anus bekijken. De endeldarm is het laatste deel van de dikke darm, het is de opslagplaats voor ontlasting en wordt van de buitenwereld afgesloten door de anus. De anus is de opening waardoor de ontlasting het lichaam verlaat. Bij dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van een kijkinstrument, de proctoscoop. Dit is een kort metaal buisje, waardoorheen licht wordt geleid. Zo kan de arts de binnenkant van de endeldarm bekijken.

Aanvullende onderzoeken bij darmkanker

Als de diagnose darmkanker is gesteld, is het nodig vast te stellen hoe ver de tumor is doorgegroeid in het omringende weefsel. Ook wordt er onderzocht of er uitzaaiingen zijn naar de lymfeklieren, naar de lever of naar andere organen. Er zijn verschillende aanvullende onderzoeken mogelijk:

CT-scan

Een CT-scan is een onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van röntgenstralen. Dit onderzoek dient om vast te stellen of er uitzaaiingen zijn in het lichaam. Bijvoorbeeld in de lever, lymfeklieren of longen. Vaak krijgt u van tevoren contrastvloeistof te drinken. Meestal krijgt u daarnaast tijdens het onderzoek ook contrastvloeistof ingespoten via een ader in de arm. U wordt langzaam door de scanner (een kokervormige buis) geschoven, terwijl er ondertussen heel veel foto’s gemaakt worden. Deze afbeeldingen zijn allemaal dwarsdoorsneden van het lichaam. Zo krijgt de arts een goed beeld van de tumor en eventuele uitzaaiingen.

Longfoto

X-Thorax. Dit is een standaard röntgenfoto van de borstorganen. Darmkanker kan bijvoorbeeld uitzaaiingen veroorzaken in de longen. Een longfoto wordt gemaakt om deze op te sporen of uit te sluiten.

 

Echografie

Darmkanker zaait vaak uit naar de lever. Om de lever op eventuele uitzaaiingen te onderzoeken, wordt een echografie van de bovenbuik uitgevoerd. Bij een echografie worden afbeeldingen gemaakt met behulp van geluidsgolven. Via een apparaatje dat geluidsgolven uitzendt en weer opvangt, kan een beeld gevormd worden van verschillende soorten weefsels. Voor dit onderzoek wordt je huid ingesmeerd met een gel die de geluidsgolven goed geleidt. Een echografie is een eenvoudig onderzoek dat geen pijn doet. Je kunt zelf meestal tijdens het onderzoek meekijken op het beeldscherm.

Behandeling van darmkanker

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk bij darmkanker. Welke behandeling voor jou het beste is, is afhankelijk van verschillende factoren. Het stadium van de kanker is belangrijk. Daarnaast spelen ook persoonlijke factoren een rol. Hoe goed is je lichamelijke conditie? Waar zit de darmtumor precies en zijn er uitzaaiingen? En natuurlijk wat wil je zelf?

Curatieve behandeling van darmkanker

Zo mogelijk krijg je een curatieve behandeling, dit is een behandeling die gericht is op genezing. Een operatie maakt altijd onderdeel uit van een curatieve behandeling, waarbij de chirurg de tumor en het omliggende weefsel verwijdert. De meest toegepaste behandelingen bij darmkanker zijn een operatie en chemotherapie, eventueel in combinatie met doelgerichte therapie. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar nieuwe behandelingen. De behandelaar bespreekt met je welke behandeling in jouw situatie de beste resultaten zal geven.

Heb je een tumor in de endeldarm (rectumcarcinoom) dan is de behandeling anders dan bij een tumor elders in de dikke darm. Lees meer over de behandeling van endeldarmkanker.

Operatie waarbij de tumor wordt verwijderd

Behalve de tumor verwijdert de chirurg aan beide kanten van de tumor ook een stukje gezond weefsel en een deel van het vet met lymfeklieren vlakbij de tumor. Deze lymfeklieren worden in een laboratorium onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. Afhankelijk van deze uitslag bepaalt de arts of er een reden is om aanvullend nog chemotherapie te adviseren.

Lees hier meer over de operatie bij darmkanker.

Chemotherapie

Bij chemotherapie krijg je medicijnen toegediend die de celdeling remmen, met als doel het doden van kankercellen. Deze medicijnen worden ook wel cytostatica genoemd. Er zijn verschillende soorten chemotherapie. Een medicijn dat bij darmkanker bijna altijd gebruikt wordt is 5-fluorouracil (5-FU), vaak in combinatie met andere cytostatica. Een nadeel van het combineren van cytostatica is dat mensen vaak meer last hebben van bijwerkingen.

Doelgerichte therapie (monoklonale antilichamen)

Patiënten met vergevorderde darmkanker met uitzaaiingen elders in het lichaam, kunnen worden behandeld met doelgerichte therapie in de vorm van monoklonale antilichamen. Deze antilichamen kunnen de groei van de tumor op verschillende manieren remmen. De antilichamen worden meestal toegevoegd aan de chemotherapie, maar soms worden ze ook apart gegeven.

RAS test
Voorafgaand aan of tijdens de doelgerichte therapie wordt een RAS test gedaan. De uitslag van deze DNA test bepaalt of een behandeling met EGFR-remmers wel of niet effect zal hebben. EGFR-remmers zijn specifieke monoklonale antilichamen die de deling van kankercellen remmen. Bij iets meer dan de helft van de mensen met darmkanker is er een foutje in het RAS gen aanwezig, waardoor EGRF-remmers niet werken.

Experimentele therapieën

In veel academische ziekenhuizen en gespecialiseerde kankercentra wordt onderzoek gedaan naar nieuwe behandelingen van darmkanker. Het gaat hierbij om behandelingen waarvan niet direct duidelijk is of die beter zijn dan de bestaande behandelingen. Mogelijk zal uw arts u vragen om mee te werken aan een dergelijk onderzoek.

Palliatieve behandeling van darmkanker

Als genezing niet meer mogelijk is, krijgt je een palliatieve behandeling. Deze behandeling is gericht om de ziekte zoveel mogelijk af te remmen en de klachten te verminderen.

Stroke 1 Created with Sketch.

Keuzehulp voor patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker

Wat betekent de behandeling van uitgezaaide dikkedarmkanker voor het dagelijks leven? Welke behandeling past het beste? Bij een diagnose darmkanker komen er veel vragen op de patiënt af. Daarom hebben de Maag Lever Darm Stichting en Zorgkeuzelab de Keuzehulp dikkedarmkanker ontwikkeld. Een tool, ontwikkeld met patiënten en medisch oncologen, die helpt bij het maken van de behandelkeuze. De keuzehulp wordt in verschillende ziekenhuizen gebruikt en is nu ook toegankelijk via onze website. Naast een keuzehulp is er ook een gesprekshulp ontwikkeld. Als je de diagnose uitgezaaide dikkedarmkanker krijgt, dan heb je waarschijnlijk veel vragen. Hiervoor hebben we de speciale gesprekshulp ontwikkeld, om je voor te bereiden op het gesprek met de arts.

Keuzehulp darmkanker

Stadia van darmkanker

De vooruitzichten, ofwel de prognose, zijn afhankelijk van het stadium van de darmkanker. Hoe eerder de ziekte wordt ontdekt, des te gunstiger zijn de vooruitzichten. Daarnaast zijn er nog andere factoren die van invloed zijn. Bijvoorbeeld jouw leeftijd, lichamelijke conditie en hoe je reageert op een behandeling. Jouw persoonlijke vooruitzichten kan je dan ook het beste met jouw behandelend arts bespreken. Ook voor een arts is het echter onmogelijk om met zekerheid te voorspellen hoe de darmkanker zich bij jou zal ontwikkelen.

Stadia darmkanker

Het is belangrijk om te weten dat het stadium van darmkanker uit drie componenten is opgebouwd. Deze componenten zijn de tumor (T), de lymfeklieren (N) en de uitzaaiingen op afstand (M). Samen vormen zij het zogenaamde TNM-stadium. Elke afzonderlijke component heeft ook een getalswaarde. De T kan variëren tussen 1 en 4, de N tussen 0 en 2, en de M kan 0 of 1 zijn. De combinatie van al deze waardes bepaalt uiteindelijk of het stadium I, II, III of IV is.

Het bepalen van het stadium

Om het stadium van de darmkanker te bepalen wordt onderzocht hoe diep de tumor is doorgegroeid en of de tumor  is uitgezaaid. Als er voor de operatie geen sprake is van uitzaaiingen in de lever, longen of andere plaatsen (M0 stadium), kan het zijn dat met bevindingen tijdens de operatie het precieze stadium van de darmkanker nog wordt aangepast. Tijdens de operatie worden lymfeklieren in de buurt van de darmtumor verwijderd. Als bij microscopisch onderzoek na de operatie de lymfeklieren ‘schoon’ zijn, zijn er geen kankercellen in aangetroffen (N0 stadium). Als er wel lymfeklieruitzaaiingen worden gevonden, bepaalt het aantal aangetaste lymfeklieren het stadium (N1 of N2 stadium). Als er geen uitzaaiingen zijn in lymfeklieren (N0) en op afstand (M0), dan is er afhankelijk van de tumor sprake van stadium I (T1 of T2) of stadium II (T3 of T4). Wanneer in één of meerdere lymfeklieren wel kankercellen worden gevonden, maar er geen uitzaaiingen op afstand aanwezig zijn (M0), is er sprake van stadium III. Als er uitzaaiingen zijn op afstand (M1) dan is er per definitie sprake van stadium IV darmkanker.

Hoe ontstaat een uitzaaiing?

Een uitzaaiing ontstaat doordat kankercellen losraken van de oorspronkelijke tumor. Deze losse klompjes kankercellen kunnen in een van de vele bloedvaten, lymfevaten of lymfeklieren terecht komen die rond de darm aanwezig zijn. Als de tumor door de darmwand is gegroeid tot in de buikholte, dan kunnen tumorcellen ook loslaten en zich in de buikholte verspreiden. Hoe dieper de tumor door de darmwand heen groeit, hoe groter de kans is dat er kankercellen losraken en zich via bloed of lymfevaten verspreiden door het lichaam. Als zo’n losgeraakte kankercel of klompje kankercellen elders in het lichaam gaat ‘nestelen’ ontstaat een uitzaaiing, ook wel een metastase genoemd. Losgeraakte cellen van een darmtumor nestelen zich vooral in de lokale lymfeklieren, de lever of de longen. Daarnaast komt het ook voor dat er tumorcellen in de buikholte terecht komen en zich aan het buikvlies hechten.

Stadia

  • Verdenking op kanker, kanker in wording, bijvoorbeeld een poliep met onrustige, maar nog goedaardige cellen. Voorstadium van darmkanker. Soms bevat een poliep ook enkele kwaadaardige cellen, maar in dit stadium zijn deze nog heel oppervlakkig aanwezig (beperkt tot de binnenste laag van de dikke darm, het slijmvlies).
  • Tumor beperkt zich tot de darmwand zelf.
  • Tumor is door de darmwand heen gegroeid, maar niet uitgezaaid naar de lymfeklieren.
  • Tumor is uitgezaaid in de lokale lymfeklieren.
  • Tumor is uitgezaaid naar verder gelegen lymfeklieren of andere organen/weefsels in het lichaam.
    • De vijfjaarsoverleving is met name in deze groep erg afhankelijk van de (operatieve) behandelingsmogelijkheden van de uitzaaiingen.

Prognoses worden vaak gegeven in een vijfjaarsoverleving. Dit is het percentage van de totale groep darmkankerpatiënten dat vijf jaar na de diagnose nog in leven is. Onderstaande percentages zijn de gemiddelde cijfers die zijn gemeten over een grote groep patiënten. Houd daarom altijd in je achterhoofd dat het een gemiddelde is en dat jouw vooruitzichten anders kunnen zijn.

Behandeling per stadium van darmkanker

Aan de hand van het stadium bepaalt de arts samen met jou welke behandeling mogelijk is. Soms is voor de operatie niet duidelijk of en hoe ver de tumor door de darmwand is gegroeid. Ook is het vaak onduidelijk of er uitzaaiingen zijn naar lymfeklieren in de buurt van de tumor. Na de operatie wordt het stadium van darmkanker pas definitief vastgesteld. Behalve het stadium spelen, bij het bepalen van de beste behandeling, ook nog andere persoonlijke factoren een rol. Bijvoorbeeld jouw lichamelijke conditie.

Stadium 0

In dit geval is de diagnose ‘darmkanker’ niet gesteld, maar is er wel verdenking op kanker. Vaak gaat het om een poliep met onrustige cellen, die meestal nog goedaardig en heel oppervlakkig aanwezig zijn. Dit heet dysplasie. Het gaat hier om een voorstadium van kanker. Poliepen kunnen bijna altijd verwijderd worden tijdens een kijkonderzoek van de darm (coloscopie). Bij grote poliepen, of poliepen die door hun vorm lastig te verwijderen zijn, is soms een (kijk)operatie noodzakelijk.

In een laboratorium wordt de verwijderde poliep onderzocht op de aanwezigheid van kwaadaardige of onrustige cellen. Als een poliep kwaadaardig is, dan spreken we van darmkanker. Het type poliep, de grootte en de plaats waar de poliep is gevonden, bepalen de verdere behandeling.

Stadium I

In dit stadium van darmkanker is de tumor beperkt tot het slijmvlies of de spierwand van de darm. Dat wil zeggen dat de tumor niet door de darmwand is gegroeid. Ook zijn er geen uitzaaiingen in de lymfeklieren of elders in het lichaam. Soms kan in dit stadium worden volstaan met het verwijderen van de kwaadaardige tumor tijdens een coloscopie. De tumor wordt altijd door een patholoog onder de microscoop beoordeeld, waarbij er onder andere gekeken wordt of de tumor ruim genoeg verwijderd is. Afhankelijk van hoe de tumor er onder de microscoop uitziet, is soms nog een aanvullende (kijk)operatie nodig. Als de tumor te groot is om met een coloscopie te verwijderen, wordt deze operatief verwijderd. Bij een stadium I tumor is geen aanvullende behandeling met chemotherapie nodig. Wel zal er follow-up plaatsvinden om na te gaan of de tumor niet terug komt.

Stadium II

Bij stadium II is de tumor door de spierwand van de darm heen gegroeid in het vetweefsel om de darm (T3) of in de buikholte of een omliggend orgaan (T4). De tumor is niet uitgezaaid naar de lymfeklieren. In dit stadium wordt de darmtumor operatief verwijderd. Tijdens de operatie worden ook de lymfeklieren in de directe omgeving van de tumor weggehaald. In stadium II zullen deze lymfeklieren bij onderzoek geen kankercellen bevatten.

In sommige gevallen zal de arts in dit stadium een aanvullende (ondersteunende of adjuvante) behandeling voorstellen in de vorm van chemotherapie. Deze behandeling wordt toegepast bij tumoren waarbij de kans op terugkeer groot is, bijvoorbeeld als de tumor doorgroeit in omliggende weefsels. De darmtumor heeft dan zogenaamde “hoog risico” (slechte) kenmerken. Als er sprake is van een stadium II darmtumor met hoog-risico kenmerken, wordt het tumorweefsel nader onderzocht. Dit gebeurt met een test die meet of er sprake is van microsatelliet instabiliteit (MSI). Bij MSI is er sprake van onregelmatigheden (instabiliteit) in het overschrijven van veel voorkomende kleine stukjes DNA.

Bij MSI is de prognose beter en is de winst die behaald wordt met aanvullende chemotherapie maar zeer beperkt. Bij een darmtumor met MSI zal de arts in principe een afwachtend beleid voorstellen met follow-up en geen aanvullende chemotherapie.

Is er geen MSI dan zal de arts een aanvullende behandeling voorstellen. We noemen dat een adjuvante behandeling. Vaak bestaat een adjuvante behandeling uit een vorm van chemotherapie, met een combinatiebehandeling van CAPOX (capecitabine en oxaliplatin). Deze aanvullende behandeling vindt plaats gedurende 3 maanden en dient bij voorkeur binnen 6 tot 8 weken en uiterlijk binnen 12 weken na de darmoperatie te starten. Als er redenen zijn om van behandeling met OX (oxaliplatin) af te zien (vanwege medische redenen of vanuit de wens van de patiënt), dan wordt er geen aanvullende chemotherapie gegeven. Er is namelijk aangetoond dat een behandeling met alleen een CAP bij stadium II darmkanker geen meerwaarde heeft.

CAP en CAPOX
CAP en CAPOX zijn beide een vorm van chemotherapie. Beide behandelingen bestaan uit CAP. CAP wordt gegeven in de vorm van tabletten. CAPOX bestaat naast CAP ook uit OX. OX wordt gegeven via een infuus. Deze adjuvante behandeling heeft als doel om de kans op terugkeer van de ziekte te verkleinen Een behandeling met CAPOX lijkt een iets betere kans te geven dan CAP. Voor welke behandeling je in aanmerking komt, hoor je van de behandeld arts.


Passende behandeling

Soms sta je voor de keuze waarbij je kunt kiezen tussen de behandeling CAP of CAPOX. Elke behandeling heeft zijn eigen bijwerkingen en voor- en nadelen. Samen met je specialist bekijk je welke behandeling het beste bij je past. Wil je meer informatie wat de behandeling met CAP of CAPOX inhoudt, dan kun je deze video’s bekijken.

Video CAP
Video CAPOX

Stadium III

Bij stadium III is de kanker  uitgezaaid naar de lymfeklieren rondom de tumor. Maar niet naar verder gelegen lymfeklieren of naar andere organen. De behandeling bij stadium III bestaat uit een operatie waarbij de tumor en lymfeklieren rond de tumor verwijderd worden. Om (mogelijk nog onzichtbare) uitzaaiingen te voorkomen en/of te behandelen wordt aanvullend chemotherapie geadviseerd. De aanvullende behandeling gebeurt, net als bij stadium II darmkanker in de vorm van chemotherapie met een combinatiebehandeling van CAPOX (capecitabine en oxaliplatin). Deze aanvullende behandeling vindt plaats gedurende 3 maanden en dient bij voorkeur binnen 6 tot 8 weken, en uiterlijk binnen 12 weken, na de darmoperatie te starten.

Bij stadium III darmkanker is deze aanvullende chemotherapie zinvol ongeacht de aanwezigheid van microsatelliet instabiliteit (MSI), in tegenstelling tot bij stadium II. Bij MSI is er sprake van onregelmatigheden (instabiliteit) in het overschrijven van veel voorkomende kleine stukjes DNA. Als er redenen zijn om van behandeling met CAPOX af te zien (vanwege medische redenen of vanuit de wens van de patiënt), dan wordt alsnog een MSI bepaling gedaan. Dit omdat het effect van een behandeling met alleen CAP bij een MSI tumor niet zinvol is. Bij andere type tumoren kan er wel gekozen worden om alleen chemotherapie te geven met CAP. Deze aanvullende behandeling duurt dan 6 maanden.

CAP en CAPOX
CAP en CAPOX zijn beide een vorm van chemotherapie. Beide behandelingen bestaan uit CAP. CAP wordt gegeven in de vorm van tabletten. CAPOX bestaat naast CAP ook uit OX(oxaliplatin), OX wordt gegeven via een infuus. Deze adjuvante behandeling heeft als doel om de kans op terugkeer van de ziekte te verkleinen Een behandeling met CAPOX lijkt een iets betere kans te geven dan CAP. Voor welke behandeling je in aanmerking komt, hoor je van de behandeld arts.


Passende behandeling
Soms sta je voor de keuze waarbij je kunt kiezen tussen voor de behandeling CAP of CAPOX. Elke behandeling heeft zijn eigen bijwerkingen en voor- en nadelen. Samen met je specialist bekijk je welke behandeling het beste bij je past. Wil je meer informatie over de behandeling met CAP of CAPOX, dan kun je deze video’s bekijken.

Video CAP
Video CAPOX

Stadium IV

In dit stadium is de darmkanker uitgezaaid naar elders in het lichaam. Bij darmkanker ontstaan uitzaaiingen meestal in de lever, lymfeklieren of de longen. De behandeling is in stadium IV van veel factoren afhankelijk, zoals het aantal uitzaaiingen, je lichamelijke conditie en je eigen wensen.

Als er maar 1 of enkele uitzaaiingen in de lever of long zijn, dan wordt bekeken of een behandeling mogelijk is met als doel genezing. Dit kunnen de volgende behandelingen zijn:
– een operatie;
– radio-frequente ablatie (RFA), dit is het vernietigen van kankercellen door ze te verhitten;
– gerichte bestraling van de uitzaaiingen (stereotactische radiotherapie);
– een combinatie van bovenstaande opties.

Soms zal de arts ook in stadium IV de tumor in de darm met een operatie verwijderen. Een operatie kan in dit stadium om verschillende redenen uitgevoerd worden, bijvoorbeeld om klachten te verminderen, waardoor de kwaliteit van leven beter wordt.

Verder kan chemotherapie, in combinatie met doelgerichte therapie, ingezet worden in dit stadium om de uitzaaiingen kleiner te maken zodat er geopereerd kan worden. Een bepaalde groep patiënten met uitzaaiingen op het buikvlies, komt in aanmerking voor een operatie met HIPEC (Hypertherme Intraperitoneale Chemotherapie). Dit is een combinatiebehandeling van chirurgie en chemotherapie. De chirurg zal al het zichtbare tumorweefsel in de buik operatief verwijderen, waarna de buik gespoeld wordt met verwarmde chemotherapie om de eventueel achtergebleven tumorcellen aan te pakken. Om in aanmerking te komen voor deze behandeling mag de kanker niet uitgezaaid zijn buiten de buikholte en mag de hoeveelheid tumorweefsel in de buikholte ook niet te veel zijn. Het doel van deze behandeling is om extra (ziektevrije) levensjaren te krijgen, met behoud van een goede kwaliteit van leven en conditie.

Indien geen van bovenstaande lokale behandelingen in dit stadium mogelijk zijn, dan zal een behandeling worden voorgesteld bestaande uit chemotherapie, eventueel in combinatie met doelgerichte therapie in de vorm van monoklonale antilichamen. Een voordeel van deze behandeling is dat de medicijnen kankercellen in het hele lichaam ‘aanvallen’. De behandeling is dus gericht tegen de tumor in de darm (indien deze nog aanwezig is) én tegen de uitzaaiingen elders in het lichaam. Het doel van deze behandeling is het leven te verlengen en klachten van de ziekte te verminderen. Als je geen chemotherapie wilt of als je conditie te slecht is voor chemotherapie, wordt er gekozen voor een klachtgerichte behandeling. Hierbij wordt geen antikanker behandeling meer gegeven, maar richt de behandeling zich volledig op het bestrijden van klachten als gevolg van de kanker.

Lees meer over alle mogelijke behandelingen bij uitzaaiingen.

In gesprek met je huisarts bij uitgezaaide darmkanker

Darmkanker keuzehulp

Nazorg

  • Het opsporen van mogelijke recidieven. Een recidief is een tumor die is teruggekeerd na een eerdere behandeling. Een lokaal recidief ontstaat altijd op dezelfde plaats als de eerste tumor.
  • Het opsporen van nieuwe uitzaaiingen in andere organen.
  • Controle op mogelijke nieuwe darmpoliepen of tumoren.
  • Het in kaart brengen en behandelen van de gevolgen van de behandeling.
  • Het tijdig onderkennen van eventuele problemen, bijvoorbeeld met de verwerking van de diagnose en ingreep.
  • Het, zo nodig, bieden van psychosociale zorg.

Follow-up bij darmkanker

Na een behandeling van darmkanker blijf je in principe nog vijf jaar onder controle, dit wordt ook wel nazorg of follow-up genoemd. Deze controles vinden tijdens de eerste drie jaar vaker plaats dan daarna.

Het doel van de follow-up van darmkanker is:

De behandeling van darmkanker is volop in verandering, hierdoor zal de follow-up in de komende jaren ook gaan veranderen en steeds meer maatwerk worden. Aan het begin van het follow-up traject hoor je waar de follow-up uit zal bestaan, hoe vaak controles plaatsvinden en door wie ze worden uitgevoerd.

Sommige mensen vinden het een prettig en veilig idee om regelmatig naar het ziekenhuis terug te gaan. Anderen zien juist erg op tegen deze controlemomenten. Bij iedere controleafspraak spelen angst en onzekerheid onvermijdelijk weer op. Na vijf jaar is de kans op terugkeer van de ziekte zo klein geworden dat het niet zinvol meer is om daar onderzoek naar te doen. De arts controleert dan alleen nog op nieuwe poliepen of nieuwe tumoren.

Dit doen wij voor darmkanker

De Maag Lever Darm Stichting zet zich in om darmkanker te voorkomen, te bestrijden en de gevolgen ervan voor patiënten te verminderen. Dit doen wij onder andere door middel van voorlichting en vroege opsporing. Wij hebben ons sterk gemaakt voor het bevolkingsonderzoek darmkanker. Darmkanker is goed te genezen wanneer het in een vroeg stadium wordt opgespoord, het bevolkingsonderzoek speelt daarbij een essentiële rol.

”Wij geloven dat de eNose een oplossing is voor duizenden darmkankerpatiënten: eerst ruiken, dan pas kijken met een coloscopie. Zo is het een stuk minder belastend.”

Nanne de Boer (MDL-arts, Amsterdam UMC)

Doneer voor vroegere opsporing van darmkanker

Colofon

Deze informatie is geschreven door de Maag Lever Darm Stichting.

In samenwerking met:

Drs. Renske van den Brink-Schimmel, fellow medische oncologie
Prof. dr. Evelien Dekker, MDL-arts
Dr. Liesbeth Kager, MDL-arts
Prof. dr. ir. Ellen Kampman, hoogleraar Voeding en Ziekte
Dr. Miriam Koopman, internist-oncoloog
Dr. Monique van Leerdam, MDL-arts
Dr. Oddeke van Ruler, gastro-enterologisch chirurg

Laatst herzien:
maart 2019

Doneer