Endeldarmkanker

Wat is endeldarmkanker?

We spreken van endeldarmkanker als een kwaadaardige tumor in de laatste 15 centimeter van de dikke darm (vanaf de anus) zit.

Jaarlijks krijgen meer dan 13.000 Nederlanders de diagnose dikkedarmkanker te horen. Al deze tumoren in de dikke darm worden samen ook wel colorectale tumoren genoemd. Van deze 13.000 patiënten met dikkedarmkanker hebben ongeveer 3.900 mensen een tumor in de endeldarm.

De informatie over endeldarmkanker en dikke darmkanker komt erg overeen. In principe is endeldarmkanker ook dikkedarmkanker. Maar met name de behandeling van een tumor in de endeldarm is anders dan van een tumor elders in de dikke darm.

De endeldarm
De endeldarm (rectum) is het laatste deel van de dikke darm. In de endeldarm wordt ontlasting tijdelijk opgeslagen totdat deze vol is.  Zodra de endeldarm vol is, gaat er een seintje naar de hersenen. Hierdoor krijgt u het gevoel van aandrang om naar het toilet te gaan.

Oorzaak van Endeldarmkanker

Het aantal mensen met tumoren in de hele dikke darm neemt toe. Dit heeft verschillende oorzaken waaronder de vergrijzing van de bevolking. Mogelijk heeft ons leefpatroon invloed op het steeds vaker voorkomen van deze ziekte.

Bij ongeveer 5-10% van de patiënten is erfelijkheid de oorzaak van de kanker. De meest voorkomende erfelijke vormen van dikkedarmkanker zijn het Lynch syndroom en FAP.

Risicofactoren
De risicofactoren voor endeldarmkanker komen overeen met de risicofactoren die voor dikkedarmkanker gelden:

  • Voeding.
    Het eten van grote hoeveelheden rood vlees, bewerkt vlees (vleeswaren) en veel vet is een risicofactor voor het krijgen van dikkedarmkanker. Een hoge consumptie van groente, fruit en zuivelproducten heeft mogelijk een licht beschermend effect. Verder onderzoek is echter noodzakelijk. Opvallend is dat dikkedarmkanker veel minder vaak voorkomt in landen waar men voornamelijk vis en gevogelte eet.
  • Roken en alcohol.
    Roken en overmatig alcoholgebruik lijken de kans op endeldarmkanker te vergroten.
  • Mensen die weinig bewegen én last hebben van overgewicht, hebben een grotere kans om endeldarmkanker te krijgen.
  • Leeftijd.
    De kans op endeldarmkanker neemt toe met de leeftijd, met name vanaf 50 jaar.
  • De aanwezigheid van poliepen.
    Endeldarmkanker ontstaat namelijk over het algemeen uit poliepen.
  • Voorgeschiedenis van endeldarmkanker of dikkedarmkanker. Mensen die al eerder endeldarmkanker of dikkedarmkanker hebben gehad, hebben een grotere kans om opnieuw darmkanker te krijgen.
  • Endeldarmkanker of dikkedarmkanker in de familie.
  • Patiënten met colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn hebben een licht verhoogde kans op darmkanker.

Klachten en symptomen bij Endeldarmkanker

Tumoren in de endeldarm geven over het algemeen eerder klachten dan tumoren hoger gelegen in de dikke darm. In de dikke darm wordt ontlasting ingedikt. Als ontlasting vanuit de dunne darm in de dikke darm komt, is het een waterige brij. Hoe verder de ontlasting in de dikke darm komt, hoe meer de ontlasting wordt ingedikt. Ingedikte ontlasting kan moeilijker een tumor passeren. Tumoren in het laatste deel van de dikke darm geven daarom eerder klachten dan tumoren aan het begin van de dikke darm.

Onderstaande klachten kunnen wijzen op endeldarmkanker. Deze klachten kunnen echter ook een andere, onschuldige oorzaak hebben:

  • Bloed bij de ontlasting.
  • Onverklaarbaar gewichtsverlies.
  • Een (plotseling) veranderd ontlastingspatroon: verstopping of juist diarree terwijl u daar eerder nooit last van had.
  • Aanhoudende buikpijn.
  • Vermoeidheid.
  • Het gevoel dat de darm niet volledig wordt geleegd.
  • Loze en/of constant aanhoudende aandrang.

Als u bloed opmerkt in uw ontlasting dan is het verstandig om meteen een afspraak te maken met uw huisarts. Voor de andere klachten geldt dat het belangrijk is om naar de huisarts te gaan als ze langer dan twee weken aanhouden. Uw huisarts kan inschatten of er reden is voor verder onderzoek.

Diagnose van Endeldarmkanker

Kijkonderzoek
Tumoren in de dikke darm worden meestal opgespoord door middel van een kijkonderzoek van de dikke darm (colonoscopie of sigmoïdoscopie). Een colonoscopie is een kijkonderzoek van de gehele dikke darm. Bij een sigmoïdoscopie wordt alleen het laatste s-vormige deel van de dikke darm onderzocht. Tijdens zo’n kijkonderzoek kan de arts door middel van een flexibele slang via de anus in de dikke darm kijken. Poliepen kunnen tijdens dit onderzoek meteen verwijderd worden. De arts kan ook een biopt (hapje weefsel) nemen van de tumor of poliep. Dit biopt wordt vervolgens in het laboratorium onderzocht.  Pas dan kan met zekerheid gezegd worden of het gaat om een kwaadaardige tumor.

Beeldvormend onderzoek
Wanneer de arts een kwaadaardige tumor in de dikke darm vindt, zal er vervolgens ook beeldvormend onderzoek plaatsvinden. Door middel van beeldvormend onderzoek wordt vastgesteld of de tumor is doorgegroeid in de darmwand. Ook kunnen eventuele uitzaaiingen worden opgespoord. Uitzaaiingen van endeldarmkanker ontstaan meestal in de longen of de lever.

Er zijn verschillende mogelijkheden voor beeldvormend onderzoek:

  • CT-scan (Computer Tomografie)
    Een CT-scan wordt gemaakt met behulp van röntgenstraling. Voorafgaand aan dit onderzoek wordt contrastvloeistof toegediend. 
  • MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging)
    Bij een MRI-scan wordt het beeld gevormd door gebruik te maken van een magneetveld en radiogolven.
  • Echografie
    Beeldvorming waarbij gebruik wordt gemaakt van geluidsgolven.
  • Endo-echografie
    Inwendige echo via de anus, bij een tumor in het laatste deel van de dikke darm. Hiermee kan worden vastgesteld hoe ver de tumor door de darmwand is gegroeid.
  • Borstfoto
    Dit is een standaard röntgenfoto van de borstorganen (o.a. de longen). Endeldarmkanker kan  uitzaaiingen veroorzaken in de lever of in de longen. Een borstfoto wordt gemaakt om deze op te sporen of uit te sluiten.

Behandeling van Endeldarmkanker

De behandeling is met name afhankelijk van het stadium van de kanker. Als de tumor niet door de darmwand is gegroeid en er geen uitzaaiingen zijn, is er een vrij grote kans op genezing. Over het algemeen bestaat de behandeling bij endeldarmkanker uit:

Als de tumor niet door de darmwand is gegroeid:

  • Bestraling, gevolgd door een operatie. Bestraling gebeurt meestal vijf keer via de huid (uitwendig).

Als de tumor wel door de darmwand is gegroeid, maar nog niet in andere organen is uitgezaaid/doorgegroeid:

  • Bestraling in combinatie met chemotherapie, gevolgd door een operatie. De bestraling in dit stadium gebeurt vijfentwintig keer via de huid (uitwendig). In sommige gevallen wordt direct na de operatie ook inwendig bestraald met een hoge dosis straling. Uitleg over inwendige bestraling vindt u hieronder.

Als de tumoren zijn doorgegroeid in omliggende organen en/of met uitzaaiingen in de longen of de lever:

  • Bestraling in combinatie met chemotherapie, gevolgd door een operatie. De bestraling in dit stadium gebeurt vijfentwintig keer via de huid (uitwendig). In sommige gevallen wordt direct na de operatie ook inwendig bestraald met een hoge dosis straling. De behandeling van uitzaaiingen en doorgegroeide tumoren is vaak moeilijk. In veel gevallen zal geprobeerd worden om de uitzaaiingen met chemotherapie te behandelen. Soms is ook verdere behandeling van de uitzaaiingen mogelijk bijvoorbeeld door een operatie. Dit is van veel factoren afhankelijk. Meer informatie over uitzaaiingen in de lever.

N.B. De genoemde behandelingen geven globaal de mogelijkheden aan. In alle gevallen zal de behandelend arts met de chirurg de behandeling toepassen die voor u het meest geschikt is. Soms zal dit afwijken van bovengenoemde behandelingen. Het is niet altijd mogelijk om een ‘standaard behandeling’ te volgen omdat de behandeling van erg veel (persoonlijke) factoren afhankelijk is.

Operatie (chirurgie)

Tumoren in de endeldarm worden verwijderd met een speciale operatietechniek: Total Mesorectal Excision (TME). TME is een zeer precieze techniek waarbij alle kwaadaardige cellen verwijderd worden. Behalve de tumor worden ook het omliggende weefsel en de lymfeklieren verwijderd.

Deze speciale techniek kent veel voordelen boven de ‘gewone’ operatie. De kans op uitzaaiingen neemt sterk af. Ook kunnen de zenuwen, die in de buurt van de endeldarm zitten, beter gespaard worden. Hierdoor is de kans op beschadigingen van de kringspier kleiner. Ook hebben patiënten minder kans op verminderde blaas- en seksuele functies door beschadiging van de zenuwen. Patiënten hebben daarom na een TME operatie minder vaak last van incontinentie en de kans op een (definitief) stoma is kleiner.

Een TME-operatie is alleen mogelijk als er aan alle kanten van de tumor ook een stukje gezond weefsel verwijderd kan worden. TME kan daarom niet altijd toegepast worden bij tumoren die zijn doorgegroeid door de darmwand of in andere organen. Deze tumoren kunnen soms verkleinen door een combinatie van bestraling en chemotherapie voorafgaand de operatie. Als de tumor hierdoor inderdaad kleiner wordt, kan alsnog een TME-operatie worden uitgevoerd.

Kleine tumoren die onderaan in de endeldarm zitten, kunnen soms via de anus verwijderd worden. Dit wordt Transanale Endoscopische Microchirugie (TEM) genoemd. Een voordeel van deze methode is dat er geen operatiewond is en dat het herstel daardoor versnelt.

Bestraling (radiotherapie)

Endeldarmtumoren worden in Nederland meestal bestraald, voorafgaand aan de operatie. Bestraling voor de operatie wordt preoperatieve bestraling genoemd. Wanneer de tumor erg klein is en er maar weinig doorgroei is van de tumor in de wand, dan is het soms niet nodig om voor de operatie te bestralen.  Afhankelijk van de grootte en de doorgroei van de tumor kan er 5 tot 25 keer bestraald worden. Door preoperatieve bestraling:

  • Kan de tumor kleiner worden, waardoor de tumor tijdens de operatie gemakkelijker verwijderd kan worden. In sommige gevallen kan na preoperatieve bestraling toch een TME-operatie [link naar pagina “operatie”] gedaan worden. Dit heeft veel voordelen.
  • Is er een kleinere kans dat de tumor na de behandeling terugkomt.

Bij vergevorderde tumoren vindt in sommige gevallen ook bestraling direct na de operatie plaats. Bij deze tumoren blijft er soms kwaadaardig weefsel achter na de operatie. Het is voor de chirurg niet altijd mogelijk om alle kankercellen te verwijderen als de tumor in omliggende organen is gegroeid. Het achterblijven van kankercellen wordt door chirurgen ook wel een ‘positieve snijrand’ genoemd. De bestraling wordt dan heel gericht toegediend op de plek waar de tumor is verwijderd. Deze vorm van bestraling wordt intra-operatieve bestraling genoemd. Door deze zeer precieze, inwendige manier van bestraling kan een veel hogere dosis straling toegediend worden.

Een specifieke vorm van intra-operatieve bestraling is ‘bestraling met een matje’. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een siliconenmatje. Het matje wordt zo gemaakt dat het precies op de plek  van de verwijderde tumor past. Zo wordt alleen het resterende tumorweefsel bestraald. Deze techniek wordt ook wel F.I.T.-bestraling genoemd. Dit staat voor Flexible Intraoperative Template.

Door intra-operatieve bestraling (met een matje) neemt de kans op uitzaaiingen niet af. De kans dat de tumor op dezelfde plaats weer terugkomt (recidief) is wel veel kleiner.

Chemotherapie (behandeling met kankerremmende medicijnen)

Als aanvullende behandeling krijgen patiënten met endeldarmkanker soms chemotherapie. Chemotherapie kan zowel voor als na de operatie gegeven worden. Chemotherapie is een behandeling met cytostatica, ofwel kankerremmende medicijnen. Deze medicijnen remmen de celdeling. Kankercellen zijn cellen die erg snel delen in vergelijking tot andere (gezonde) cellen. Kankercellen zijn daarom gevoelig voor behandeling met chemotherapie.

Voorafgaand aan een operatie is het doel van chemotherapie (in combinatie met bestraling) de tumor te verkleinen. Hoe kleiner de tumor, hoe gemakkelijker de operatie. Soms is na behandeling met chemotherapie en bestraling een TME-operatie mogelijk terwijl dat daarvoor niet zou kunnen. Mogelijk wordt ook de kans op uitzaaiingen kleiner, als voor de operatie chemotherapie en bestraling wordt toegepast.

Chemotherapie na de operatie heeft als doel de kans op uitzaaiingen te verkleinen. Kankercellen in het hele lichaam kunnen door chemotherapie beschadigen en zelfs afsterven. Bestaande uitzaaiingen kunnen kleiner worden of stabiel blijven door chemotherapie. De medicijnen die voorgeschreven worden bij endeldarmkanker komen overeen met de kankerremmende medicijnen die bij dikkedarmkanker gebruikt worden.

Bekijk hier uitgebreide informatie over de verschillende medicijnen die bij chemotherapie gebruikt worden.

Tips en adviezen bij Endeldarmkanker

Beschadiging bekken
Bij een operatie aan de endeldarm bestaat er een kans dat zenuwen in het bekken beschadigd worden. Dit kan klachten veroorzaken met betrekking tot de blaas- en seksuele functies en incontinentie. Ook kan het zijn dat u een stoma krijgt. Dit is afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor. Door verbeterde operatietechnieken is de kans op een stoma en blijvende klachten verminderd. Toch is het verstandig dit van tevoren goed met de behandelend arts en chirurg te bespreken.

Ontlastingsincontinentie
Als (een deel van) uw endeldarm is verwijderd, kan het zijn dat u na de operatie moeite heeft met het ophouden van de ontlasting. Dit wordt ontlastingsincontinentie genoemd. De endeldarm heeft een tijdelijke opslagfunctie voor ontlasting. Wanneer de endeldarm vol is, krijgt u normaal gesproken het signaal voor aandrang om naar het toilet te gaan. Als de endeldarm (gedeeltelijk) is verwijderd, kan het daarom moeilijker zijn om ontlasting op te houden. Soms is ook het gevoel van aandrang verminderd waardoor ongelukjes gebeuren.

Dunnere ontlasting
Ook kan het zijn dat uw ontlasting na de operatie dunner is dan normaal. Dit komt doordat de dikke darm is ingekort. De functie van de dikke darm is het indikken van de ontlasting. Wanneer de dikke darm korter is dan normaal wordt de ontlasting minder ingedikt. Hierdoor kan het zijn dat u last heeft van dunne ontlasting of zelfs diarree. Doordat het lichaam zich aanpast aan de nieuwe situatie zullen de klachten in de maanden na de operatie afnemen. Mogelijk houdt u wel altijd last van een wat dunnere ontlasting dan voor de operatie. De huisarts kan medicijnen voorschrijven die de ontlasting wat indikken of de darmbeweging verminderen.

Uitgebreide informatie over klachten na de behandeling van endeldarmkanker is ook te vinden bij de informatie over de operatie bij darmkanker.

Operaties bij Endeldarmkanker

Synoniemen

  • Rectumcarcinoom
  • Rectumkanker
  • Colorectaal carcinoom (verzamelnaam voor kanker in de dikke darm en endeldarm)

Schrijf u in voor de nieuwsbrief