Wat is het?

Indien mogelijk is een operatie de eerste stap in de behandeling van darmkanker. Tijdens de operatie wordt de tumor uit jouw darm verwijderd. Behalve de tumor wordt aan beide kanten van de tumor ook gezond weefsel en een deel van de lymfeklieren verwijderd. Daarna maakt de arts de twee uiteinden van de darm weer aan elkaar vast. Dit noemen we een anastomose. Meestal wordt er een deel van de dikke darm verwijderd, soms wordt echter de hele dikke darm verwijderd. Dit hangt af van de grootte, de plaats en het aantal tumoren in de darm.

Een operatie kan zowel curatief als palliatief zijn. Curatief wil zeggen dat de operatie gericht is op volledige genezing. Bij een palliatieve operatie is volledige genezing niet mogelijk. De operatie is dan bedoeld om jouw klachten te verminderen. De chirurg bespreekt voor de operatie met jou welke mogelijkheden er zijn.

Operatiemethoden

Kijkoperatie (laparoscopie)

Een kijkoperatie heeft veel voordelen ten opzichte van een ‘open buik’ operatie. Doordat er geen grote wond is, is de herstelperiode korter. Bij een kijkoperatie wordt er eerst een sneetje gemaakt in de buikwand waardoor CO2-gas wordt geblazen. Dit gas is onschadelijk. Het zorgt voor ruimte tussen de buikwand en de organen, zodat de chirurg voldoende ruimte en zicht heeft om de operatie uit te voeren. De chirurg maakt in totaal 3 tot 6 kleine sneetjes. Hierdoor worden dunne buisjes ingebracht. Door deze buisjes worden de chirurgische instrumenten geleid. Eerst wordt het stuk darm of de hele dikke darm los gemaakt. Vervolgens wordt er een grotere snee gemaakt, waardoor de darm verwijderd kan worden. Kort na de operatie kun je door het gebruik van het CO2-gas een prikkelend gevoel in de schouder hebben. Dit verdwijnt vanzelf weer.

Open buik operatie

Er kan ook gekozen worden om de buik open te maken, dit wordt een ‘open buik’ operatie genoemd. Je krijgt een snee van net boven het schaambeen tot boven de navel. Er kan voor een ‘open buik’ operatie worden gekozen als de tumor uitgebreid is, of als er al vaker is geopereerd en daardoor een grote kans bestaat op verklevingen in de buik. Ook kan de buik alsnog opengemaakt worden tijdens een kijkoperatie of laparoscopie, op het moment dat de veiligheid in gevaar komt. Bijvoorbeeld bij bloedingen, verklevingen of als de tumor erg groot is. In die gevallen wordt de kijkoperatie alsnog omgezet in een ‘open buik’ operatie.

Voor de operatie

Voorafgaand aan de operatie heb je een gesprek met de chirurg. In dat gesprek komen in elk geval de volgende onderwerpen aan bod:

De chirurg bespreekt ook met jou of er een kans is dat je een stoma krijgt tijdens de operatie. Een stoma is een kunstmatige uitgang via de buikwand. De stoma kan blijvend zijn, maar ook tijdelijk. Indien het nodig is om de hele dikke darm te verwijderen, kan er een pouch worden aangelegd. Dit is een kunstmatig reservoir voor de ontlasting, gemaakt van jouw dunne darm. Ook dan kan een tijdelijk stoma nodig zijn tijdens jouw herstelperiode. Vaak wordt de beslissing tot het aanleggen van een (tijdelijk) stoma pas tijdens de operatie genomen. Als er een kans is dat je een (tijdelijk) stoma krijgt, bespreek dan voorafgaand aan de operatie al je vragen met de stomaverpleegkundige.

Het is belangrijk dat je thuis al start met de voorbereiding op de operatie. Een goede lichamelijke conditie en een gezonde voedingstoestand zijn erg belangrijk. Als je rookt, moet je hiermee te stoppen. De kans op nabloedingen en trombose (bloedpropje in de bloedvaten) is veel groter als je rookt. Ook is het verstandig meer te bewegen, hiermee verbeter je de conditie van je hart en longen.

De dag voor de operatie wordt de darm meestal voorbereid. Afhankelijk van het te verwijderen deel gebeurt dit doorgaans met laxeermiddelen. De darm kan niet worden leeggemaakt als er sprake is van een verstopping of als er acuut moet worden geopereerd. Soms is voorbereiding niet noodzakelijk.

Tijdens de operatie

Tijdens de operatie wordt jouw hele lichaam verdoofd en word je kunstmatig in slaap gehouden. Dit wordt ook wel algehele anesthesie genoemd. Ook krijg je antibiotica toegediend. Eventueel krijg je een ruggenprik of epiduraal. Er wordt dan een dun slangetje in je rug geplaatst, waarmee pijnstilling wordt gegeven. Ook in de eerste dagen na de operatie. Bij een kijkoperatie wordt tegenwoordig bijna nooit meer een ruggenprik gegeven.

De chirurg verwijdert tijdens de operatie het noodzakelijke deel van de dikke darm. Dit wordt direct naar de patholoog-anatoom gestuurd. Deze analyseert de uitgebreidheid van de tumor en of er sprake is van uitzaaiingen in de lymfeklieren. Eventueel legt de chirurg tijdens de operatie een stoma of pouch aan.

Na de operatie

Als de operatie klaar is, word je naar de uitslaapkamer gebracht. Hier kun je rustig wakker worden en worden je vitale functies, zoals je hartslag en bloeddruk, in de gaten gehouden. Als je goed wakker bent en de pijn onder controle is, ga je naar de verpleegafdeling. Meestal mag je snel weer drinken en licht verteerbaar voedsel eten. De darmen hebben stil gelegen tijdens de operatie en hebben even de tijd nodig om op gang te komen. Je kunt hierdoor misselijk zijn. Bewegen bevordert het herstel. Het is aan te raden zo snel mogelijk het bed uit te komen. Het helpt de darmen op gang te komen en zorgt ervoor dat het bloed goed doorstroomt.

Om trombose (bloedpropje in de bloedvaten) te voorkomen krijg je tijdens jouw verblijf in het ziekenhuis elke dag een prikje in je been. Soms moet je thuis ook nog medicijnen slikken om je bloed goed te laten doorstromen. Om de kans op een longembolie (bloedpropje in de bloedvaten van de longen) of een longontsteking te verkleinen, moet je goed doorademen. Vaak is dat lastig, omdat je buik na de operatie nog pijn doet. Goede pijnmedicatie is daarom belangrijk. Indien je een stoma hebt gekregen, zal er in eerste instantie een doorzichtig zakje op je buik geplakt zijn. Dit om te kunnen zien of de stoma goed werkt, goed doorbloed is en of er geen bloedingen zijn. De stomaverpleegkundige zal je begeleiden bij het verzorgen van jouw stoma.

Complicaties en risico’s

Elke operatie heeft risico’s. De kans is klein, maar de arts zal voor de operatie de complicaties altijd met jou bespreken. Complicaties zorgen voor een langere herstelperiode.

Algemene complicaties

  • nabloeding
  • wondinfecties / wondgenezingsproblemen
  • longontsteking
  • urineweginfectie
  • trombose. Er kunnen kleine stolsels in de bloedvaten ontstaan. Op die plek is de doorbloeding dan verminderd. Ook kunnen stolsels door het lichaam gaan zwerven en ergens vast komen te zitten, bijvoorbeeld in de longen. Dit heet een longembolie. Bij grote stolsels kun je ernstige ademhalingsproblemen krijgen. Dit kan leiden tot een opname op de intensive care of zelfs tot overlijden.

Complicaties na een darmoperatie

  • vertraagd op gang komen van de darmen. De darm heeft stil gelegen tijdens de operatie en heeft soms tijd nodig om weer op gang te komen.
  • abces in de buik. Een aanvullende behandeling met antibiotica is dan vaak nodig. Soms kan het nodig zijn om via de buikwand een slangetje (drain) in het abces te brengen. Zo kan de pus weglopen of worden weggespoeld. Soms moet deze drain langer blijven zitten en het kan dan zijn dat je met een drain naar huis gaat.
  • naadlekkage. Als de koppeling (naad) tussen de twee darmdelen niet goed geneest, kan ontlasting in de buikholte lopen. Een buikvliesontsteking (peritonitis) is dan het gevolg. Deze complicatie komt zelden voor (bij 3-5% van de operaties), maar kan ernstige gevolgen hebben. Soms leidt het tot een opname op de intensive care of zelfs tot overlijden. Als er een naadlekkage is vastgesteld, volgt opnieuw een operatie. De naad wordt losgemaakt en je krijgt een (tijdelijk) stoma, zodat de koppeling kan genezen zonder dat er ontlasting langs loopt.
  • beschadiging of perforatie (doorboring) van nabijgelegen organen. Dit gebeurt als de chirurg de nabijgelegen organen raakt met zijn instrumenten. Dit kan dezelfde gevolgen hebben als beschreven bij een naadlekkage.

Klachten na een darmoperatie

Na de operatie kun je verschillende klachten hebben. Veel klachten verminderen en verdwijnen na verloop van tijd. Sommige klachten kunnen blijven bestaan.

Dunne ontlasting
Als een deel van jouw dikke darm verwijderd is, kan je ontlasting dunner zijn dan normaal. Dit komt doordat de ontlasting minder ingedikt wordt in een kortere dikke darm. De klachten nemen na verloop van tijd vrijwel altijd af. Het lichaam herstelt zich en het resterende deel van de darm neemt de functie over. Sommige mensen houden toch last van een wat dunnere ontlasting. Bespreek de klachten altijd met jouw arts. Zo nodig kan de arts medicijnen voorschrijven om de klachten te verminderen. Soms kunnen ook aanpassingen in het voedingspatroon helpen de klachten te verminderen.

Raadpleeg een arts

Waarschuw een arts bij:

Colofon

Heeft deze informatie je geholpen?

Het is belangrijk iedereen zo goed mogelijk te informeren over spijsverteringsziekten. Daarvoor zijn we afhankelijk van giften. Steun ons met een éénmalige bijdrage.

ik geef €10
Doneer