Wat is het?

Bij een dikke darmoperatie heb je een aandoening aan jouw dikke darm, waarvoor een operatie noodzakelijk is. Bij de volgende aandoeningen kan een dikke darm operatie nodig zijn:

Operatie toegepast bij

Voor de operatie

Als de gehele dikke darm wordt verwijderd, kun je een stoma krijgen. Dit kan tijdelijk zijn als er later een ileo-anale pouch (kunstmatig reservoir voor de ontlasting) wordt aangelegd , maar je kunt ook een definitief stoma krijgen. Je zult een afspraak krijgen bij de stomaverpleegkundige die alles over een stoma met jou zal bespreken. Ook zal de plek op de buik waar de stoma komt worden besproken.
Thuis kun je al beginnen met de voorbereiding op de operatie. Als je rookt, moet je hiermee stoppen. De kans op nabloeding en trombose is veel groter als je rookt. Ook is het verstandig meer te bewegen, hiermee verbeter je de conditie van jouw hart en longen. De dag voor de operatie wordt de darm voorbereid. Afhankelijk van het te verwijderen deel gebeurt dit doorgaans met laxeermiddelen. De darm kan niet worden leeggemaakt als er sprake is van een verstopping of als er acuut moet worden geopereerd. Soms is voorbereiding niet noodzakelijk. Meestal krijg je voor de operatie al een infuus met vocht, dit omdat je veel vocht verliest tijdens de operatie.

Tijdens de operatie

Op de operatiekamer krijg je meestal een ruggenprik als de gehele dikke darm wordt verwijderd. Dit heet een epiduraal. Er wordt een heel dun slangetje in jouw rug geplaatst, waardoor effectief pijnstilling wordt gegeven. Hierdoor heb je een minder zware narcose nodig en heb je na de operatie minder pijn. Daarnaast zorgt deze manier van pijnstilling voor minder bijwerkingen dan pijnstilling via het infuus. Hierdoor voelt je je snel beter na de operatie. De operatie zal plaatsvinden onder algehele anesthesie. Dit wil zeggen dat jouw hele lichaam verdoofd is en je kunstmatig in slaap wordt gehouden. Na de voorbereidingen word je via het infuus in slaap gebracht en krijg je antibiotica. Het verwijderen van de hele dikke darm heet colectomie. Het verwijderen van een groot deel van de dikke darm heet hemicolectomie. Verder kunnen er ook kleine stukjes uit de dikke darm worden verwijderd. Sommige ingrepen aan de dikke darm kunnen via een kijkoperatie (laparoscopie) worden uitgevoerd. In andere gevallen zal er voor de klassieke ‘open buik’ operatie worden gekozen.

Kijkoperatie

Deze operatie heeft veel voordelen ten opzichten van de ‘open buik’ operatie. Doordat er geen grote wond is, is de herstelperiode korter. Het kan echter voorkomen dat er tijdens de operatie toch wordt besloten de buik helemaal open te maken. Dit kan het geval zijn als het zicht niet goed is door bijvoorbeeld verklevingen van de darm.
Als eerste wordt er een sneetje gemaakt  in de buikwand  waardoor CO2-gas wordt geblazen. Dit gas is onschadelijk en wordt door jouw lichaam weer uitgescheiden. Het zorgt ervoor dat jouw buikwand van de interne organen wordt gescheiden, zodat de chirurg voldoende ruimte en zicht heeft om de operatie uit te voeren.

De chirurg maakt in totaal 3 tot 6 kleine sneetjes. Hierdoor worden dunne buisjes ingebracht. Door deze buisjes worden de chirurgische instrumenten geleid. Eerst wordt het stuk darm of de hele dikke darm los gemaakt en vervolgens wordt er een snee gemaakt, waardoor de darm verwijderd kan worden.

Kort na de operatie kun je door het gebruik van CO2-gas een prikkelend gevoel in de schouder hebben. Dit verdwijnt vanzelf weer.

Open buik operatie

Vaak wordt er toch voor gekozen om via een open buik te opereren. Je krijgt een snee van net boven het schaambeen tot boven de navel. De snee wordt meestal dichtgemaakt met nietjes.

Na de operatie

Als de operatie klaar is, word je naar de uitslaapkamer gebracht. Hier kun je rustig wakker worden en worden jouw vitale functies, zoals onder andere de hartslag en bloeddruk in de gaten gehouden. Als je goed wakker bent, ga je naar de verpleegafdeling. Meestal mag je snel weer drinken en licht verteerbaar eten. De darmen hebben stil gelegen tijdens de operatie en het heeft even de tijd nodig om op gang te komen. Dit kan misselijkheid veroorzaken. Bewegen bevordert het herstel. Het is aan te raden zo snel mogelijk het bed uit te komen. Het helpt de darmen op gang te komen en zorgt ervoor dat het bloed goed doorstroomt en helpt daarom tegen trombose (bloedpropje). Om trombose te voorkomen krijgt je tijdens jouw verblijf in het ziekenhuis elke dag een prikje in je been. Soms moet je thuis ook nog tabletjes slikken. Verder is het belangrijk dat je goed op je ademhaling let. Probeer goed door te ademen. Vaak is het lastig, aangezien de buik pijnlijk kan aanvoelen door de operatie. Het is echter wel belangrijk, want zo verklein je de kans enorm om een longembolie (bloedpropje in de bloedvaten van de longen) of longontsteking te ontwikkelen. Indien je een stoma hebt gekregen, zal er in eerste instantie een doorzichtig zakje op jouw buik geplakt zijn. Dit om te kunnen zien of de stoma goed werkt en of er geen bloedingen zijn. De stomaverpleegkundige zal met jou de zorg rondom de stoma bespreken.

Complicaties

Elke operatie heeft risico’s. De kans is klein, maar de arts zal voor de operatie de complicaties met jou bespreken. Complicaties zorgen altijd voor een langer herstel.
Algemene complicaties na elke operatie zijn:

Na deze operatie kunnen zich de volgende specifieke complicaties voordoen:

Raadpleeg een arts

Waarschuw een arts bij:

Meer informatie

Een mens kan  leven zonder dikke darm. Alle voedingsstoffen worden in de dunne darm al opgenomen. De dikke darm zorgt er voornamelijk voor dat de ontlasting wordt ingedikt. Dit gebeurt door middel van vochtonttrekking. Zonder dikke darm neemt het lichaam dus minder vocht op. Hierdoor zul je er goed op moeten letten dat je genoeg drinkt, minimaal 2 liter per dag. Verder neemt het lichaam via de dikke darm zout op.

Er zal je daarom ook geadviseerd worden extra zout te gebruiken. Je zult waarschijnlijk merken dat je erg vermoeid kunt zijn. Dit soort klachten kunnen zeker worden veroorzaakt door vocht- en/ of zouttekort. Het lichaam moet verder ook wennen aan de nieuwe situatie. De dunne darm moet langzaamaan de functie van de dikke darm gaan overnemen. 

De bacteriën in de dikke darm produceren normaal gesproken vitamine K, wat zorgt voor bloedstolling. Als je makkelijk bloedingen krijgt kan het zijn dat je een tekort aan vitamine K hebt. In dit geval kun je extra voedingsmiddelen innemen die vitamine K bevatten, zoals groene bladgroente, kiwi, avocado en oliën en vetten. 

Je ontlasting zal dunner zijn dan normaal. Door veel vezels te eten zorg je ervoor dat de ontlasting wat dikker wordt. Vezels zitten in plantaardige producten, zoals: volkorenbrood, groenten, fruit, peulvruchten, noten en aardappelen. Het is aan te raden minimaal 30-40 gram vezels per dag te nuttigen. Het kan verstandig zijn contact op te nemen met een diëtist, die je verdere voedingsadviezen kan geven.

Nieuwe ontwikkelingen

In een aantal ziekenhuizen wordt inmiddels gewerkt volgens een nieuwe methode bij grote darmoperaties. Hierbij is het de bedoeling om het herstel van de operatie actief te bevorderen.

Er wordt uitgegaan van het principe dat een darm toch nooit helemaal bacterievrij gemaakt kan worden en dat het daarom ook geen zin heeft om van tevoren te laxeren. Dit betekent dat de patiënt tot twee uur voor de operatie mag drinken en vloeibaar mag eten.

Ook mag er na de operatie snel worden gegeten en gedronken. Zo blijft de patiënt goed gevoed en herstelt beter en sneller. Verder moet de patiënt al gelijk de eerste dag uit bed. De dag na de operatie moet de patiënt twee keer drie uur uit bed. Dit alles zorgt ervoor dat de opnameduur bijna wordt gehalveerd.

Colofon

Heeft deze informatie je geholpen?

Het is belangrijk iedereen zo goed mogelijk te informeren over spijsverteringsziekten. Daarvoor zijn we afhankelijk van giften. Steun ons met een éénmalige bijdrage.

ik geef €10
Doneer