Stoma

Wat is een stoma?

Stoma is het Griekse woord voor opening of mond.
In de medische wereld gebruikt men het woord stoma voor kunstmatige opening die een lichaamsholte verbindt met de buitenwereld. Bijvoorbeeld een dikke darm-  (colostoma) of dunne darmstoma (ileostoma). U heeft een aandoening van de darmen waardoor de ontlasting niet meer via de anus het lichaam kan of mag verlaten. In dit geval is het noodzakelijk een stoma aan te leggen.

Voorbeelden van aandoeningen:

  • Een ziekte waardoor de hele dikke darm verwijderd moet worden, zoals darmkanker of colitis ulcerosa
  • ernstige darmontsteking, die niet kan genezen met medicijnen
  • onbehandelbare verstopping
  • gezwel in (endel)darm, waarbij een deel van de (endel)darm en soms de anus verwijderd worden
  • aangeboren afwijkingen aan de darm en/of anus (bijvoorbeeld anusatresie of de ziekte van Hirschsprung)

Een stoma is geen ziekte maar een verandering met als doel de klachten te verminderen en de kwaliteit van leven te verbeteren. Wanneer u niet meer kunt genezen, kan het aanleggen van een stoma veel klachten voorkomen of doen verdwijnen. Dit kan de kwaliteit van leven verbeteren.

Een stoma kan blijvend of tijdelijk zijn. Dit is met name afhankelijk van de reden waarom u een stoma krijgt. Als uw kringspier (anus) niet meer goed functioneert, dan is een blijvend stoma de oplossing. 
Een tijdelijk stoma kan later opgeheven worden. De ontlasting kan uw lichaam dan weer gewoon via uw anus verlaten. Een tijdelijk stoma wordt bijvoorbeeld aangelegd om een ontstoken darmdeel rust te geven, zodat de ontsteking kan genezen.

Daarnaast leggen chirurgen vaak een tijdelijk stoma aan tijdens een darmoperatie. De chirurg heeft dan twee darmdelen aan elkaar gehecht. Om deze aansluiting (hechtnaad) goed te laten genezen, wordt er tijdelijk een stoma aangelegd. Dit noemt men een Hartmanprocedure.

Een tijdelijk stoma kan niet in alle gevallen weer opgeheven worden. Bijvoorbeeld wanneer uw darm niet goed geneest. Of omdat u zelf de stoma toch wilt houden.
Er bestaan dubbelloops en eindstandige stoma’s. Dubbelloops betekent dat de stoma twee openingen naast elkaar heeft. Uit een opening komt ontlasting en uit de andere opening darmslijm. Een eindstandig stoma heeft één  opening, voor zowel de ontlasting als het slijm. De dubbelloops stoma is vaak tijdelijk en wordt later weer opgeheven.

Voor de operatie

Het aanleggen van een stoma kan een onderdeel zijn van een andere operatie. Bijvoorbeeld als (een deel van) uw dikke darm wordt verwijderd. Hierover is elders op de site uitgebreide informatie beschikbaar. Het kan ook zo zijn dat er alleen een stoma wordt aangelegd, bijvoorbeeld als u een ernstige ontsteking in uw darm heeft en de darm rust moet krijgen. In allebei de gevallen is het belangrijk dat u thuis al begint met de voorbereidingen op de operatie. Als u rookt, is het verstandig om hiermee te stoppen. De kans op nabloeding en trombose (bloedpropje)  is veel groter als u rookt. Ook is het verstandig veel te bewegen. Hiermee verbetert u de conditie van uw hart en longen.

U krijgt van tevoren een afspraak met de stomaverpleegkundige. Deze bespreekt met u waar op uw buik de stoma wordt geplaatst.

 

De stomaverpleegkundige houdt hierbij rekening met de vorm van uw buik. Ook kan er rekening worden gehouden met de kleding die u graag draagt, zodat de stoma niet precies bij de rand van uw broek komt te zitten. De verpleegkundige zal ook met u en eventueel uw partner, bespreken wat het krijgen van een stoma voor u betekent.

U wordt voor deze operatie opgenomen in het ziekenhuis. De dag voor de operatie moet uw darm leeggemaakt worden. Dit gebeurt doorgaans met laxeermiddelen. In sommige gevallen krijgt u een darmspoeling om de darm leeg te maken (lavage). Bij een acute operatie is het niet mogelijk om de darm van tevoren te legen.

Tijdens de operatie

De operatie zal plaatsvinden onder algehele anesthesie (narcose). Dit betekent dat uw hele lichaam verdoofd is en u kunstmatig in slaap wordt gehouden. U krijgt een infuus, waardoor u vocht en medicijnen krijgt. De chirurg brengt het darmdeel dat de stoma moet gaan vormen, door een kleine opening in de buikwand naar buiten. 

Hier wordt het stukje darm dubbelgeslagen. De stoma die u ziet op uw buik is dus de binnenwand van uw darm. De stoma wordt in de buikwand vastgehecht. Hierna plakt de arts of verpleegkundige een doorzichtig zakje op de stoma. Hierin wordt ontlasting opgevangen.

Na de operatie

Als de operatie klaar is, wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Hier kunt u rustig wakker worden. Uw vitale functies, zoals uw hartslag en bloeddruk, worden hier zorgvuldig in de gaten gehouden. Als u goed wakker bent, gaat u naar de verpleegafdeling. Hier mag u beginnen met voorzichtig wat te eten. De verpleegkundigen houden in de gaten hoe de stoma eruit ziet en of er ontlasting uitkomt.

Bewegen bevordert het herstel. Het is aan te raden zo snel mogelijk het bed uit te komen. Het helpt de darmen op gang te komen. Daarnaast zorgt beweging ervoor dat uw bloed goed doorstroomt en helpt daarom tegen trombose (bloedpropje). Om trombose te voorkomen krijgt u tijdens uw verblijf in het ziekenhuis elke dag een prikje in uw been. Soms moet u thuis ook nog medicijnen gebruiken tegen de vorming van bloedpropjes.
Daarnaast is het belangrijk dat u goed op uw ademhaling let. Probeer goed door te ademen. Dit kan lastig zijn, omdat de buik pijnlijk kan aanvoelen door de operatie. Het verkleint echter de kans om een longembolie (bloedpropje in de bloedvaten van de longen) of longontsteking te ontwikkelen.

Na de operatie kijkt de stomaverpleegkundige met u wat het meest geschikte stomamateriaal voor u is. U gaat oefenen met het verzorgen van de stoma, de huid rondom de stoma en het vervangen van het stomazakje. Als u weer naar huis gaat, moet u immers zelf uw stoma kunnen verzorgen. Eventueel wordt hierbij ook de partner en/of thuiszorg ingeschakeld.
De stomaverpleegkundige bespreekt ook met u welke problemen er kunnen optreden bij het hebben van een stoma. U moet hierbij denken aan plotselinge lekkages die op kunnen treden, of het krijgen van huiduitslag rondom de stoma.

De stoma kan er in de eerste drie maanden na de operatie anders uit gaan zien. Vlak na de operatie is de stoma rood en gezwollen. Deze zwelling verdwijnt geleidelijk en de stoma wordt dan langzaam kleiner. Na ongeveer 3 maanden blijft de omvang van de stoma constant. De kleur van de stoma blijft rood. 

Aan elke operatie kleven risico’s. De kans is klein, maar de arts bespreekt voor de operatie de complicaties met u. Complicaties zorgen altijd voor een langer herstel.

Algemene complicaties na elke operatie zijn:

  • Nabloeding
  • Infectie of ontsteking
  • Longontsteking
  • Trombose; door een operatie en de herstelperiode, is de doorbloeding in het lichaam verminderd. Hierdoor kunnen kleine stolsels in de bloedvaten ontstaan. Deze kunnen door het lichaam gaan zwerven en ergens vast komen te zitten, bijvoorbeeld in de longen. Dit heet een longembolie.

Na deze operatie kunnen zich de volgende specifieke complicaties voordoen:

  • Verminderde bloedtoevoer naar de stoma. Dit ontstaat als de opening te nauw is. Bij ernstige afsluiting moet er opnieuw geopereerd worden.
  • Buikwandbreuk (hernia); de opening in de buikwand is groter dan noodzakelijk, waardoor er een groter stuk darm doorheen komt. Hierdoor ontstaat er een bult naast de stoma.
  • Vernauwing stoma (op langere termijn)waardoor de ontlasting er niet meer goed doorheen kan.

Waarschuw een arts als:

  • U aanhoudende koorts heeft van meer dan 38ºC
  • U aanhoudend misselijk bent of moet overgeven
  • de pijn toeneemt
  • Uw stoma bleek of zwart gekleurd is
  • Uw stoma opzwelt
  • U last heeft van verstopping
  • U bloed in het opvangzakje heeft

Tips per stoma

Ileostoma
Bij een ileostoma neemt uw lichaam minder zouten en vocht op. Dit gebeurt gewoonlijk in de dikke darm, maar bij een ileostoma is de dikke darm buiten werking of verwijderd. Wanneer dit vocht- en zoutverlies onvoldoende wordt aangevuld kunnen er klachten optreden zoals:

  • misselijkheid
  • verminderde urineproductie
  • slaapstoornissen
  • prikkelbaarheid
  • spierkrampen
  • duizeligheid
  • vermoeidheid
  • sufheid

Het is daarom belangrijk dat u, verdeeld over de dag, ongeveer 2,5 liter vocht drinkt. U moet minimaal één liter plassen per 24 uur. Omdat met de ontlasting veel zout verloren gaat is het advies om extra zout te gebruiken. Overleg hierover met uw stomaverpleegkundige.

Bij een ileostoma is het altijd belangrijk dat u rustig eet en dat u uw voedsel goed fijnsnijdt en kauwt. Onderstaande voedingsmiddelen kunnen verstopping van de ileostoma veroorzaken:

  • asperges
  • bleekselderij
  • champignons
  • maïs
  • zuurkool
  • grove rauwkost, zoals knolselderij en wortel
  • noten en pinda ‘s
  • taai en draderig vlees
  • citrusfruit
  • verse ananas
  • gedroogde vruchten zoals dadels, vijgen, pruimen
    kokosproducten, popcorn en amandelspijs

Voedingsvezels zorgen ervoor dat uw ontlasting dikker en soepeler wordt. Dit komt doordat de vezels veel vocht opnemen. Voedingsvezels komen voor in plantaardige producten zoals volkoren brood, roggebrood, fruit, groente, rauwkost, aardappelen, peulvruchten en zilvervliesrijst.

Colostoma
Na het aanleggen van een colostoma is het volgen van een speciaal dieet niet echt nodig. Als er een groot deel van de dikke darm is weggehaald, kunnen dezelfde problemen als bij een ileostoma voorkomen. Het meeste vocht wordt namelijk in het laatste deel van de dikke darm opgenomen. Het is belangrijk dat uw ontlasting soepel blijft en dat er geen verstopping ontstaat. Hierbij is het belangrijk dat u voldoende vocht (1,5 tot 2 liter per dag) en voedingsvezels (30-40 gram per dag) binnenkrijgt.

Algemene tips bij een stoma

Belangrijk is vooral dat u zorgt voor een gezond en stabiel lichaamsgewicht. Extreme schommelingen in uw gewicht kunnen op den duur problemen geven met het stoma en de verzorging ervan.

Er zijn voedingsmiddelen die extra gasvorming veroorzaken. Dit kan vervelend zijn, omdat uw stomazakje door het gas opzwelt. In principe kan dit gas geen geurtjes veroorzaken, want de stomazakjes hebben allemaal een geurfilter. Heeft u wel last van geurtjes, neem dan contact op met uw stomaverpleegkundige.
Producten die extra gasvorming veroorzaken zijn:

  • koolsoorten, zoals rode kool, witte kool, savooienkool
  • spruiten
  • prei
  • uien en knoflook
  • paprika
  • peulvruchten
  • koolzuurhoudende dranken en bier
  • kauwgom kauwen

Schrijf u in voor de nieuwsbrief

Naar boven