Alvleesklierontsteking (chronische)

Wat is chronische alvleesklierontsteking?

Normaal gesproken worden de spijsverteringsenzymen die de alvleesklier produceert pas in de darm actief, waar ze het voedsel helpen verteren. Bij een alvleesklierontsteking gaan de enzymen al in de alvleesklier zelf aan het werk. Het weefsel van de alvleesklier wordt dan door zijn eigen enzymen verteerd. Dit veroorzaakt schade aan het weefsel van de alvleesklier. Als gevolg hiervan worden nog meer enzymen afgescheiden, waardoor de alvleesklier steeds verder wordt ‘verteerd’ en hierdoor ontstoken raakt.

De medische naam voor alvleesklier is pancreas. Een alvleesklierontsteking (pancreatitis) is een ernstige aandoening waarbij de alvleesklier ontstoken is.   

In veel gevallen is de ontsteking tijdelijk en we spreken dan van acute alvleesklierontsteking. Bij een chronische alvleesklierontsteking is er sprake van een steeds terugkerende of langdurige ontsteking, die vaak een mild verloop heeft. Deze ontsteking kan continu aanwezig zijn of telkens terugkomen. Door de chronische ontsteking kan de functie van de alvleesklier steeds verder achteruit gaan.

Hierbij kan blijvende schade aan de alvleesklier ontstaan.Als gevolg van de langdurige ontsteking verdwijnen er alvleeskliercellen. Deze worden niet vervangen door nieuwe gezonde cellen, maar door littekenweefsel. Door het littekenweefsel kan de afvoergang van de alvleesklier vernauwd raken.

De alvleesklier
De alvleesklier is een langgerekte trosvormige klier. De medische naam is pancreas. Bij volwassen mensen is de lengte van de alvleesklier ongeveer twaalf tot vijftien centimeter en de dikte ongeveer  één tot drie centimeter. De alvleesklier ligt links achter in de bovenbuik, vlak voor de wervelkolom. Aan de onderzijde van de alvleesklier bevindt zich de dunne darm.

De alvleesklier kan in de lengte worden opgedeeld in drie delen:

  • De 'kop' van de alvleesklier. Deze ligt in het midden van de buik onder de lever en tegen de twaalfvingerige darm.
  • Het 'lichaam' van de alvleesklier bevindt zich achter de maag.
  • De 'staart' van de alvleesklier ligt links in de buikholte dicht bij de milt en de linker nier.
alvleesklier onsteking

De alvleesklier heeft twee verschillende functies: het produceren van alvleeskliersap dat helpt bij de spijsvertering en het produceren van hormonen die de bloedsuikerspiegel reguleren.

  • Spijsvertering
    De alvleesklier produceert spijsverteringssappen. Deze sappen bevatten enzymen die nodig zijn voor de vertering van eiwitten, suikers en vetten. Door de alvleesklier lopen veel kleine afvoerkanaaltjes, die samen komen in de grote afvoergang van de alvleesklier. Deze afvoergang mondt samen met de grote galgang uit in de twaalfvingerige darm. 

De uitmonding heet de papil van Vater. Dit is een sluitspiertje aan het uiteinde van de alvleesklierbuis. De alvleeskliersappen en galsappen worden afgegeven aan de twaalfvingerige darm en zorgen voor een goede vertering van het voedsel.

  • Bloedsuiker regulatie
    In de alvleesklier zitten kleine klieren die onder andere het hormoon insuline produceren. Deze kliertjes heten de “Eilandjes van Langerhans”. Naast insuline produceren ze ook glucagon, beiden spelen een belangrijke rol bij de suikerstofwisseling van ons lichaam. Zij zorgen ervoor dat het bloedsuikergehalte in het lichaam in evenwicht blijft.

Oorzaak van chronische alvleesklierontsteking

Er zijn verschillende oorzaken bekend die een chronische alvleesklierontsteking tot gevolg kunnen hebben. Meestal wordt een chronische alvleesklierontsteking veroorzaakt door:

  • Langdurig alcoholgebruik.
  • Herhaalde aanvallen van acute alvleesklierontsteking.
  • Een onbekende factor. Dit wordt ook wel een idiopathische alvleesklierontsteking genoemd.

Klachten en symptomen bij chronische Alvleesklierontsteking

Omdat de alvleesklier een grote reservecapaciteit heeft, kan deze nog een tijd normaal blijven werken. Op welk moment er klachten ontstaan verschilt per patiënt. Meestal staan pijnklachten op voorgrond en ontstaan later spijsveteringsproblemen zoals vettige ontlasting en suikerziekte. Bij een chronische alvleesklierontsteking worden perioden met veel klachten vaak afgewisseld door perioden met weinig klachten. De meest voorkomende klachten zijn:

Vetdiarree
Door de blijvende ontsteking neemt de productie van spijsverteringsenzymen af, waardoor vettige diarree ontstaat. Vetstoffen uit de voeding worden door het tekort aan enzymen niet goed verteerd en verlaten onveranderd met de ontlasting het lichaam. Omdat vetten nodig zijn voor een goede opname van bepaalde ‘vet-oplosbare’ vitaminen, kunnen er tekorten ontstaan aan deze vitaminen. Samen met de vettige diarree verdwijnen namelijk ook deze vitaminen uit ons lichaam.

Gewichtsverlies
Als gevolg van de vetdiarree, maar ook als gevolg van de angst om te eten (door de pijn), kunnen patiënten ernstig vermageren.

Buikpijn
Hevige pijn midden in de bovenbuik, is de meest kenmerkende  klacht bij chronische alvleesklierontsteking. De pijn kan uitstralen naar de rug, de zij en de schouders. Bijkomende klachten zijn misselijkheid en braken. Na een maaltijd nemen de klachten vaak toe.

Doordat steeds meer alvleesklierweefsel verloren gaat, kan de hevige pijn bij sommige patiënten na lange tijd minder worden. Dit is niet bij iedereen het geval en de pijn kan lange tijd aanwezig blijven.

Complicatie
Soms leidt chronische alvleesklierontsteking tot een vochtcollectie. Dit is een duidelijk begrensde holte als gevolg van lekkende alvleeskliersappen welke zich in of net buiten  de alvleesklier bevindt..  Afhankelijk van de grootte, kan een vochtcollectie allerlei klachten veroorzaken. Wanneer de vochtcollectie tegen de maag of darm aandrukt, kan er sprake zijn van misselijkheid, braken en pijn. Als de vochtcollectie de galwegen dichtdrukt, ontstaat er geelzucht. De vochtcollectie  verdwijnt in vijftig procent van de gevallen vanzelf. Soms kan er in een vochtcollectie een infectie ontstaan.

Diagnose van chronische Alvleesklierontsteking

Als de huisarts vermoedt dat er sprake kan zijn van een chronische alvleesklierontsteking, zal hij/zij u doorverwijzen naar een maag-darm-leverarts of een internist. Deze zal u lichamelijk onderzoeken en aanvullend onderzoek laten verrichten. Met behulp van onderstaande onderzoeken kan de diagnose worden gesteld, vaak is een combinatie van onderzoeken nodig:

  • Vetuitscheiding in de ontlasting meten
    Met dit onderzoek wordt uw ontlasting gecontroleerd op de aanwezigheid van vet. Bij een gezond persoon wordt meer dan 93% van de ingenomen vetten opgenomen in het lichaam. Als er minder vet in het lichaam wordt opgenomen, is er meer vet aantoonbaar in de ontlasting aanwezig. Het afscheiden van minder alvleesklierenzymen kan hiervan de oorzaak zijn. Ook kan de hoeveelheid van bepaalde alvleesklier enzymen in de ontlasting bepaald worden als maat voor de verminderde werking van de alvleesklier.
  • Echografie
    Een echografie van de buik kan de ontstoken alvleesklier in beeld brengen en aantonen of galstenen de oorzaak zijn van de ontsteking.
  • Bloedonderzoek.
    In het bloed kunnen veranderingen worden aangetoond in de waarden van bepaalde alvleesklierenzymen en tekorten van vitamines worden vastgesteld. Als de ontsteking lang aanwezig is, kan suikerziekte ontstaan. De arts kan dit vaststellen met een bloedonderzoek.  en urineonderzoek kan veranderingen aantonen
  • Endo-echografie
    Een endo-echografie is een vorm van echografie waarbij het echoapparaat vastzit op een flexibele slang (endoscoop). De arts brengt deze slang via de mond en de slokdarm naar de maag en het eerste deel van de dunne darm (de twaalfvingerige darm). Met dit onderzoek kan de arts inzicht krijgen in de alvleesklier, de galwegen en de alvleeskliergang.
  • Met behulp van een CT-scan of MRI-scan kunnen allerlei afwijkingen in de ontstoken alvleesklier nauwkeurig in beeld worden gebracht. De arts kan met een deze onderzoeken vaststellen of het om de oedemateuze of necrotiserende vorm van alvleesklierontsteking gaat.

Behandeling van chronische alvleesklierontsteking

Bij een chronische alvleesklierontsteking bestaan verschillende behandelingsmogelijkheden. Afhankelijk van de ernst van de ontsteking en de klachten bepaalt de arts welke behandeling u krijgt. Hieronder worden de meest gebruikelijke behandelingen toegelicht:

Medicatie

De arts kan medicijnen voorschrijven om de hevige pijn te bestrijden. Daarnaast worden er vaak medicijnen gegeven die alvleesklierenzymen aanvullen waardoor de alvleesklierwerking wordt ondersteund.

Voeding

Omdat de medicijnen de alvleesklierenzymen aanvullen, is het in eerste instantie niet noodzakelijk om een vetbeperkt dieet te gebruiken. Voor een persoonlijk voedingsadvies kunt u terecht bij uw behandelend arts of bij een diëtist.

ERCP

In sommige gevallen kan een endoscopische behandeling (ERCP) plaatsvinden. Tijdens een ERCP kan de arts met een flexibele buis (endoscoop) via de mond en de maag tot in de twaalfvingerige darm komen. In dit deel van de dunne darm zit de gezamenlijke uitgang van de galwegen en de alvleesklier (papil van Vater). Met behulp van kleine instrumenten door de endoscoop, kan de arts een ingreep uitvoeren die de afvoergang van alvleeskliersap en galvloeistof makkelijker doorgankelijk maakt. Bij deze ingreep wordt een klein sneetje gemaakt bij de afvoergang. Dit heet een papillotomie. Een andere mogelijkheid is het plaatsen van een buisje (stent) in de afvoergang, waardoor afvoer van alvleeskliersap kan verbeteren.

Operatie

Soms is een operatie noodzakelijk om pijnklachten te bestrijden. Tijdens een operatie kan de arts oud ontstoken weefsel (littekenweefsel) verwijderen.

Een operatie kan ook nodig zijn om het alvleeskliersap goed door te laten stromen naar de dunne darm. Daarbij wordt de afvoergang van de alvleesklier opnieuw met de dunne darm verbonden, soms moet daarbij ook een  deel van de alvleesklier bij verwijderd worden. Deze operatie vindt regelmatig plaats met goede resultaten.

In andere zeldzame gevallen is het nodig om een de gehele alvleesklier te verwijderen. Het verwijderen van de  gehele alvleesklier is een ingrijpende operatie. Na een dergelijke operatie moet de patiënt levenslang medicijnen gebruiken om het tekort aan alvleesklierenzymen en insuline op te vangen.

Behandeling van een vochtcollectie

Bij sommige patiënten met chronische alvleesklierontsteking ontstaat een vochtcollectie. Dit is een duidelijk begrensde holte gevuld met vocht, die ontstaat door lekkage van alvleeskliersappen. Wanneer vochtcollecties klachten veroorzaken moeten ze worden behandeld. Soms ontstaat er een infectie in een vochtcollectie. Bij deze ernstige complicatie zal de arts antibiotica voorschrijven. Als verdere behandeling van de vochtcollectie nodig is, kan de arts u meer vertellen over deze verdere behandeling.

Tips en adviezen bij chronische Alvleesklierontsteking

Als u klachten hebt die worden veroorzaakt door een chronische alvleesklierontsteking, kunt u met een aantal leefregels en voedingsadviezen de klachten verminderen. De belangrijkste punten om op te letten zijn alcohol en voeding. Onderstaande adviezen kunnen u hierbij helpen.

Alcohol
Onderzoek heeft aangetoond dat dagelijks gebruik van meerdere glazen alcoholhoudende drank een verhoogde kans geeft op alvleesklierontsteking. Om alvleesklierontsteking te voorkomen is het belangrijk dat u zeer matig bent met alcohol. Als er al sprake is van een alvleesklierontsteking, wordt alcohol volstrekt afgeraden.

Voeding
Als u een chronische alvleesklierontsteking hebt, is het verstandig om uw maaltijden in kleine porties te verdelen over de dag. Een diëtiste kan u helpen met een dieetadvies dat is afgestemd op de aard en de ernst van uw klachten. Als uw vetdiarree aanhoudt ondanks gebruik van medicijnen met alvleesklierenzymen, is het verstandig om dit met uw arts te bespreken.

Roken
Voor uw algehele gezondheid is het verstandig om niet te roken. Daarnaast is het bewezen dat roken een negatief effect heeft op alvleesklierontsteking. Daarom is het belangrijk om te stoppen met roken.

Gerelateerde ziekten chronische Alvleesklierontsteking

Synoniemen

  • Chronische pancreatitis

Schrijf u in voor de nieuwsbrief

Naar boven