Wat is het?

Het spastische bekkenbodem syndroom ontstaat wanneer de bekkenbodemspieren en de inwendige sluitspier van de anus vrijwel altijd aangespannen zijn. Mensen die last hebben van het spastische bekkenbodem syndroom hebben daardoor veel moeite met het kwijtraken van ontlasting. Zij hebben vaak last van chronische (langdurige) verstopping en harde en droge ontlasting.

De bekkenbodem

De bekkenbodem is een spierplaat die onderin je buik ligt. Deze spierplaat is belangrijk voor het kunnen ophouden van urine en ontlasting. Bij vrouwen speelt de bekkenbodem bovendien een rol bij geslachtsgemeenschap en bij een bevalling.

Bekkenbodemspieren

De spieren van de bekkenbodem zorgen samen met de anus voor het kunnen ophouden van ontlasting. De anus bestaat uit twee sluitspieren. Deze worden ook vaak kringspieren genoemd:

  • De inwendige sluitspier.
    Deze is bijna voortdurend aangespannen. De inwendige sluitspier zal zich pas ontspannen als de endeldarm zich vult met ontlasting. Je kunt zelf geen invloed uitoefenen op de inwendige sluitspier. Je kunt deze dus niet  bewust aanspannen of ontspannen.
  • De uitwendige sluitspier
    Deze is normaal gesproken ontspannen. Als de endeldarm vol raakt met ontlasting en de inwendige sluitspier ontspant, spant de uitwendige sluitspier juist aan. Je houdt de ontlasting dan op. Als je naar het toilet gaat, ontspan je de uitwendige sluitspier zodat de ontlasting naar buiten komt. Je hebt dus zelf invloed op de uitwendige sluitspier. Je kunt deze bewust aanspannen (om ontlasting op te houden) of ontspannen (als je op het toilet zit).

Als de spieren in de bekkenbodem en anus goed werken, kun je zelf bepalen of je ontlasting op wilt houden of juist kwijt wilt raken. Als deze spieren niet goed samenwerken, kunnen klachten ontstaan.

Het grootste gedeelte van de dag zijn de bekkenbodemspieren en de inwendige sluitspier van de anus aangespannen. De anus is dan gesloten. Als de endeldarm vol raakt met ontlasting, krijg je aandrang.

Dit is het signaal om naar het toilet te gaan. Via zenuwen krijgen de hersenen het signaal dat er ontlasting of een wind aankomt. De bekkenbodemspieren ontspannen zich dan en komen daardoor iets lager in de onderbuik te liggen. Daarna is het pas mogelijk om een wind te laten of ontlasting kwijt te raken. Dit moment kies je zelf uit, door de uitwendige sluitspier bewust te ontspannen. Direct na een wind of ontlasting  spant de inwendige sluitspier weer aan en komt de bekkenbodem weer omhoog.

Bij het spastische bekkenbodem syndroom blijven de spieren van de bekkenbodem en de inwendige sluitspier van de anus aangespannen. De bekkenbodem gaat ook niet omlaag. Er is wel een aandranggevoel maar er treedt geen verslapping op van de spieren. De spieren worden zelfs nog eens extra aangespannen. De anus blijft hierdoor gesloten. Zelfs als je op dat moment hard perst, lukt het niet om ontlasting kwijt te raken.

Het spastische bekkenbodem syndroom is een zogenaamde functionele aandoening of een functionele stoornis. Dit betekent dat er geen lichamelijke afwijkingen gevonden kunnen worden terwijl er wel sprake is van het niet goed functioneren van het lichaam.

Oorzaak van Spastische Bekkenbodem Syndroom

Er is geen anatomische afwijking aan te tonen. De bekkenbodem en de anus zien er normaal uit. Het is niet duidelijk waarom deze spieren niet goed functioneren. Het syndroom kan op elke leeftijd ontstaan, zowel bij mannen als bij vrouwen. Psychische factoren kunnen soms een duidelijke rol spelen.

Hoe herken ik het?

Klachten en symptomen bij Spastische Bekkenbodem Syndroom

Verstopping
Het meest kenmerkend bij het spastische bekkenbodem syndroom is ernstige, langdurige verstopping. Als het niet lukt de ontlasting kwijt te raken, blijft ontlasting langer dan noodzakelijk in de dikke darm. In de dikke darm wordt vocht aan de ontlasting onttrokken. Hoe langer de ontlasting in de dikke darm blijft, hoe droger en harder de ontlasting wordt.

Daarnaast hebben veel mensen last van:

Beschadiging endeldarm
Als je lang rondloopt met bovengenoemde klachten kunnen op den duur beschadigingen van de endeldarm ontstaan. Door het langdurig persen, kunnen er beschadigingen optreden van slijmvlies, zenuwen en spieren in de endeldarm. Hierdoor krijg je moeite met het ophouden van ontlasting en kun je last krijgen van blijvende ontlastingsincontinentie.
 
Sommige mensen met het spastische bekkenbodem syndroom hebben ook problemen met plassen of het ophouden van urine. Vrouwen kunnen daarnaast problemen hebben met de geslachtsgemeenschap.

Hoe gaat het verder?

Diagnose van Spastische Bekkenbodem Syndroom

Hoe wordt de diagnose spastische bekkenbodem syndroom gesteld? Een arts of bekkenfysiotherapeut kan verschillende onderzoeken doen om het spastische bekkenbodem syndroom aan te tonen.

Defeacografie.

Dit is een onderzoek waarbij de arts met behulp van röntgenstralen het ontlastingsproces in beeld kan brengen. Voorafgaand aan het onderzoek wordt je endeldarm (en eventueel vagina) gevuld met contrastmiddel. Vervolgens ga je op een toiletpot zitten. De arts maakt een röntgenfilm terwijl je probeert het contrastmiddel op te houden en vervolgens juist kwijt te raken. Op de röntgenopname is te zien wat er gebeurt met de anus, de bekkenbodem en de endeldarm als je de ‘ontlasting’ ophoudt en als je perst.

Dynamische MRI-scan.

In sommige ziekenhuizen kan een defecografie worden gedaan, zonder röntgenstralen, maar met behulp van een MRI-scan. De beelden  van een dergelijke scan zijn kwalitatief  beter dan van een gewone defecografie.

Elektromyografie (EMG).

Met behulp van kleine elektrodes meet de arts de activiteit van de bekkenbodemspieren en de sluitspieren van de anus. Deze activiteit wordt weergegeven op een beeldscherm.

Manometrie (drukmeting).

Dit is een methode om de werking van de endeldarm en anus te onderzoeken. De arts brengt een ballonnetje via je anus in de endeldarm. Het ballonnetje wordt vervolgens opgeblazen en de arts meet op verschillende plekken de druk (knijpkracht) in de endeldarm en anus.

Expulsietest.

Door middel van deze test kan de arts onderzoeken of de bekkenbodemspieren en sluitspieren in staat zijn om ontlasting naar buiten te werken. De arts (of bekkenfysiotherapeut) brengt ballonnetjes met water of zachte siliconen in je endeldarm. De arts zal je vervolgens vragen om deze uit te persen.

Behandeling van Spastische Bekkenbodem Syndroom

De behandeling van het spastische bekkenbodem syndroom is vaak lastig omdat de oorzaak onbekend is. De arts kan je doorverwijzen naar een bekkenfysiotherapeut (of een bekkenbodemfysiotherapeut). Deze fysiotherapeut is gespecialiseerd in bekkenbodemproblemen. Een mogelijke behandeling is de zogenaamde ‘biofeedback therapie’.

Biofeedback therapie

De biofeedback therapie is een speciale oefentherapie waarbij gebruik gemaakt wordt van elektromyografie (zie diagnose). De therapie vindt plaats onder leiding van een gespecialiseerde bekkenfysiotherapeut. De elektrodes meten de activiteit van de bekkenbodemspieren en de sluitspieren als je verschillende oefeningen doet. De bekkenfysiotherapeut geeft de instructies voor de oefeningen.

Bijvoorbeeld knijpen, persen of juist ontspannen. Op het beeldscherm zie je wat er met de bekkenbodemspieren en de sluitspieren gebeurt tijdens de oefeningen. Na verloop van tijd komt hierdoor het ‘bekkenbodemgevoel’  terug. Je kunt dan zelf invloed uitoefenen op de bekkenbodemspieren en sluitspieren en de klachten verdwijnen.

Medicijnen

Je arts kan daarnaast medicijnen voorschrijven tegen de verstopping. Er zijn verschillende soorten medicijnen om de ontlasting zachter te maken. Afhankelijk van de ernst van de klachten zal de arts een keuze maken. Meer informatie vind je ook bij verstopping. Je kunt zelf ook dingen doen om verstopping te verminderen en de ontlasting zacht te houden. Kijk hiervoor bij de  tips en adviezen.

Wat kan ik doen?

Tips en adviezen bij Spastische Bekkenbodem Syndroom

Het is belangrijk om verstopping te voorkomen, dat kan met deze leefstijltips.

Tips en adviezen

  • Kies voor vezelrijke voeding, vezels zitten met name in volkoren- en graanproducten, groente, fruit en peulvruchten.
  • Drink tenminste twee liter per dag
  • Beweeg voldoende
  • Ga naar het toilet wanneer je aandrang voelt
  • Let op je toiletgedrag; neem een goede houding aan op het toilet. Ga iets voorover gebogen zitten met een krukje onder de voeten, zodat de knieën iets omhoog komen. In deze houding kan je darm zich gemakkelijk legen. Je kunt zachtjes mee persen als je aandrang voelt. Pers niet te hard en niet te lang. Als het niet lukt, blijf dan niet te lang proberen. Probeer het liever op een later tijdstip nog eens.

Colofon

Deze informatie is geschreven door de Maag Lever Darm Stichting.

In samenwerking met:
Drs. Jeroen Jansen, MDL-arts
Dr. Alfons Geraedts, MDL-arts
Dr. Rob Ouwendijk, MDL-arts
Dr. Mark  van Berge Henegouwen, GI-chirurg
Dr. Christianne Buskens, GI-chirurg
Joan Rentzing, diëtiste en voedingsdeskundige

Laatst herzien:
2013

Heeft deze informatie je geholpen?

Het is belangrijk iedereen zo goed mogelijk te informeren over spijsverteringsziekten. Daarvoor zijn we afhankelijk van giften. Steun ons met een éénmalige bijdrage.

ik geef €10
Doneer