Maagkanker

Wat is maagkanker?

Maagkanker is een kwaadaardige tumor in de maag. Er bestaan verschillende soorten maagkanker, afhankelijk van het type weefsel waaruit de tumor ontstaat. De meest voorkomende vorm is het adenocarcinoom. Dit is een tumor die ontstaat uit de klierbuisjes in het slijmvlies van de maag.

De diagnose maagkanker wordt jaarlijks bij ongeveer 1500 Nederlanders gesteld. Maagkanker komt twee keer vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. In de meeste gevallen gaat het om mensen die ouder zijn dan 60 jaar. Maagkanker komt tegenwoordig minder voor in de westerse wereld. Dit heeft te maken met de ontdekking en mogelijke behandeling van de Helicobacter pylori bacterie. Meer informatie over maagkanker kunt u vinden op de website www.maagkanker.info.

De maag
De maag is een belangrijk onderdeel van ons spijsverteringskanaal. De binnenkant van de maag is bedekt met een dikke slijmvlieslaag. Klieren in het maagslijmvlies produceren maagsap. Maagsap bevat onder andere zoutzuur, spijsverteringsenzymen en bevordert de vertering van voedsel in de maag. Het zoutzuur doodt de bacteriën die we met ons voedsel binnenkrijgen. Daarnaast activeert het zoutzuur de spijsverteringsenzymen. Onder de slijmvlieslaag zit een laag met zenuwen en bloedvaten.


De buitenkant van de maag bestaat uit een dikke spierlaag. Deze spieren zorgen ervoor dat voedsel wordt fijngemalen en vermengd met maagsap. Op de overgang van de slokdarm naar de maag bevindt zich een sluitspiertje. Dit gaat open als er voedsel vanuit de slokdarm de maag in gaat en sluit zich daarna weer. Het sluitspiertje zorgt ervoor dat voedsel vanuit de maag niet terug de slokdarm kan instromen. Voedsel blijft gemiddeld drie uur in de maag. Daarna gaat de voedselbrij via de maaguitgang (pylorus) in kleine porties door naar de twaalfvingerige darm.

Oorzaak van maagkanker

De precieze oorzaak van maagkanker is niet bekend.

Poliep
Maagkanker kan ontstaan uit een poliep. Dat is een woekering van het maagslijmvlies. De meeste poliepen zijn goedaardig en blijven dat ook altijd. Sommige poliepen kunnen echter uitgroeien tot maagkanker. Dit zijn meestal de adenomateuze poliepen die ontstaan uit klierbuisjes in het maagsluimvlies.

Chronische maagslijmvliesontsteking
Maagkanker kan mogelijk ook ontstaan als gevolg van een chronische ontsteking van het maagslijmvlies. Een chronische maagslijmvliesontsteking kan veroorzaakt worden door een langdurige infectie met de Helicobacter pylori bacterie. De chronische ontsteking kan op den duur overgaan in een blijvende verandering van het maagslijmvlies. Hieruit kan mogelijk een kwaadaardige tumor ontstaan.

Risicofactoren op het ontstaan van maagkanker
Er is een aantal risicofactoren bekend die de kans op maagkanker vergroot. Deze risicofactoren zijn:

  • Roken
  • Overmatig alcoholgebruik
  • Een langdurige infectie (van tientallen jaren) met de Helicobacter pylori bacterie
  • Een ongezonde en eenzijdige voeding; met name het eten van weinig groente en fruit kan de kans op maagkanker vergroten.
  • Een eerdere maagoperatie waarbij een deel van de maag is verwijderd.
  • Een hoge consumptie van gerookte en in zout ingelegde voedingsmiddelen lijkt de kans op maagkanker te vergroten.

 

Erfelijkheid
Bij ongeveer 3-5 % van alle patiënten met maagkanker speelt erfelijkheid een rol. In families met een erfelijke vorm van maagkanker komt maagkanker vaak op jonge leeftijd voor. Bijvoorbeeld voor het 40e levensjaar. Er zijn verschillende erfelijke aandoeningen waarbij onder andere maagkanker kan ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn het Peutz-Jeghers Syndroom en Familiaire Adenomateuze Polyposis. Een erfelijke aandoening waarbij maagkanker op de voorgrond staat is het erfelijke diffuse maagkanker. Informatie over erfelijke vormen van maagkanker vindt u op de website www.maagkanker.info.

spijsverteringskanaal

Klachten en symptomen bij maagkanker

De klachten zijn afhankelijk van de plaats van de tumor. In het beginstadium geeft maagkanker meestal weinig of geen klachten.

Klachten die bij maagkanker kunnen voorkomen zijn:

  • Verminderde eetlust en een afkeur voor voedsel met een sterke geur, zoals koffie, gebraden vlees en bepaalde kruiden.
  • Onverklaarbaar gewichtsverlies.
  • Snel een vol gevoel hebben na het eten of het idee hebben dat voedsel de maag niet kan passeren.
  • Pijn in de bovenbuik en/of in de buurt van het borstbeen.
  • Misselijkheid
  • Regelmatig braken of het braken van (kleine beetjes) bloed.
  • Brandend maagzuur en oprispingen.
  • Duizeligheid en vermoeidheid door bloedarmoede. Bloedarmoede ontstaat door langdurig bloedverlies uit de maag. Dit bloedverlies is vaak lastig op te merken. Soms is bloedverlies uit de maag te herkennen aan een pikzwarte, teerachtige ontlasting.

    Deze klachten hoeven niet op maagkanker te wijzen. Ze kunnen ook een andere oorzaak hebben. Wanneer u één of meerdere van deze klachten heeft en de klachten gaan niet binnen twee weken over, dan is het verstandig om naar uw huisarts te gaan. 

Diagnose van maagkanker

Gastroscopie
De diagnose maagkanker wordt meestal gesteld door middel van een kijkonderzoek van de maag, een gastroscopie. Dit onderzoek gebeurt met behulp van een endoscoop. Een endoscoop is een flexibele slang, waarop een kleine videocamera een lampje zijn bevestigd. De arts brengt de endoscoop via uw mond en slokdarm in de maag. Zo kan hij de binnenkant van de maag goed bekijken. Tijdens een gastroscopie kan de arts kleine hapjes weefsel (biopten) wegnemen. Deze biopten worden vervolgens in het laboratorium onderzocht. Op die manier kunnen kwaadaardige cellen aangetoond worden. De diagnose kan dan pas met zekerheid gesteld worden.

Bloedonderzoek
Met bloedonderzoek kan onder andere bloedarmoede worden vastgesteld. Bij maagkanker kan dit ontstaan als gevolg van langdurig bloedverlies uit de maag. De uitslag van het bloedonderzoek geeft de arts belangrijke informatie over uw lichamelijke conditie. Bloedonderzoek kan geen maagkanker aantonen.

Als de diagnose maagkanker is gesteld, moet vervolgens het stadium van de ziekte vastgesteld worden. Het is belangrijk dat dit goed gebeurt omdat het stadium voor een groot deel bepaald welke behandeling u krijgt.

CT-scan of computertomografie
Het vaststellen van het stadium gebeurt meestal door middel van beeldvormend onderzoek. Een CT-scan is een beeldvormend onderzoek waarbij röntgenstralen en (meestal) contrastvloeistof gebruikt wordt. De scanner maakt een serie gedetailleerde foto’s van uw maag en vaak ook van de lever. Op de foto’s is te zien hoe groot de tumor is en of deze is doorgegroeid naar de omliggende organen. Ook kan men zien of er uitzaaiingen zijn naar andere delen van het lichaam.

Echografie
Meestal wordt er een echografie gemaakt van het halsgebied en in sommige gevallen ook van de bovenbuik. Bij een echografie wordt gebruik gemaakt van geluidgolven. Een echografie is een eenvoudig en pijnloos onderzoek.

Echogeleide punctie
Met behulp van een echografie kan afwijkend weefsel zichtbaar worden. Het is dan mogelijk om tijdens de echografie een stukje van dit afwijkende weefsel weg te halen. Dit is een echogeleide punctie. Bij een echogeleide punctie wordt eerst met behulp van de echo de exacte plaats van de afwijking bepaald. Daarna prikt de arts met een speciale naald van buitenaf door de huid in het afwijkende weefsel. Van dit afwijkende weefsel wordt een stukje opgezogen en samen met de naald naar buiten gebracht. Dit weefsel wordt onderzocht onder de microscoop.

Endo-echografie
Een endo-echografie is een inwendige echo die wordt uitgevoerd tijdens een gastroscopie. Het onderzoek wordt ook wel kort een endo-echo genoemd. Aan het uiteinde van de endoscoop zit een klein echoapparaat. Hiermee wordt de maag en de omgeving van de maag van binnenuit in beeld gebracht. De arts kan met dit onderzoek vaststellen hoe ver de tumor door de maagwand is gegroeid. Tijdens de endo-echo kan de arts ook biopten nemen. Voor een endo-echo moet u nuchter zijn. Het onderzoek gebeurt vaak onder een roesje.

Behandeling van maagkanker

Aan de hand van de uitslagen van de onderzoeken bepaalt de arts welke behandeling mogelijk is. Hierbij spelen ook uw leeftijd en conditie een belangrijke rol. De arts zal de behandeling(en) uitvoerig met u bespreken. Afhankelijk van het stadium van de ziekte zijn er verschillende behandelingen mogelijk.

Curatieve behandeling
Een curatieve behandeling is een behandeling die gericht is op genezing. Hierbij kan de chirurg de tumor en het omliggende weefsel verwijderen. Bij maagkanker maakt een operatie altijd onderdeel uit van een curatieve behandeling. Soms wordt een operatie gecombineerd met andere (aanvullende) behandelingen.

Palliatieve behandeling
Een palliatieve behandeling is bedoeld om de ziekte zoveel mogelijk af te remmen en de klachten te verminderen. Een palliatieve behandeling kan bestaan uit een operatie, chemotherapie of bestraling of een combinatie van deze behandelingen.

Een operatie is de meest voorkomende behandeling bij maagkanker. Het is soms voor de operatie niet te zeggen of de operatie curatief zal zijn. De arts ziet tijdens de operatie of de tumor en eventuele uitzaaiingen geheel te verwijderen zijn.

Operatie
Bij een operatie zal de chirurg de tumor proberen te verwijderen, samen met een deel van het omringde weefsel. Bij een curatieve behandeling zal de chirurg ook een aantal lymfeklieren wegnemen. Als de tumor in de alvleesklier, lever of dikke darm is gegroeid zal de chirurg soms ook een deel van deze organen wegnemen. Er bestaan verschillende operatietechnieken. Afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor zijn de volgende operaties mogelijk:

Een operatie is een ingrijpende behandeling. Het is daarom belangrijk dat uw conditie zo goed mogelijk is. Als u niet voldoende kunt eten, krijgt u sondevoeding om te voorkomen dat uw voedingstoestand verslechtert. Deze vloeibare voeding komt via een dun slangetje (sonde) rechtstreeks in de maag of dunne darm terecht. Als sondevoeding niet mogelijk is, krijgt u voeding direct in de bloedbaan toegediend via een infuus.

Er bestaan verschillende operatietechnieken. Afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor zijn de volgende operaties mogelijk:

Cardiaresectie

Operatie waarbij de chirurg het bovenste deel van de maag (cardia) verwijdert. Tijdens deze operatie wordt ook het onderste deel van de slokdarm verwijderd. De chirurg maakt een soort buis van het onderste deel van de maag. Deze maakt hij vast aan het bovenste deel van de slokdarm zodat de verbinding tussen slokdarm en maag weer is hersteld.

Distale maagresectie

Operatie waarbij de chirurg het onderste deel van de maag of maaguitgang (het distale deel) verwijdert. Tijdens deze operatie wordt ook het eerste deel van de twaalfvingerige darm verwijderd. Dit is het deel van de dunne darm dat direct na de maag begint. De dunne darm wordt op het resterende deel van de maag aangesloten.

Totale maagresectie

Een operatie waarbij de chirurg de hele maag verwijdert. Bij deze operatie wordt ook het eerste deel van de twaalfvingerige darm weggenomen. Vervolgens maakt de chirurg een nieuwe verbinding tussen de slokdarm en het verderop gelegen stuk dunne darm. Tijdens de operatie beslist de chirurg welke verbindingstechniek hij hierbij zal gebruiken.

Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling met kankerremmende medicijnen. Deze medicijnen worden ook wel cytostatica genoemd. Chemotherapie remt de celdeling waardoor de groei van de tumor wordt afgeremd. Chemotherapie is een niet-lokale behandeling. Dat betekent dat de behandeling is gericht tegen kankercellen in uw hele lichaam. Chemotherapie wordt daarom meestal geadviseerd als u (mogelijk) uitzaaiingen heeft. Tegenwoordig wordt chemotherapie bij maagkanker vaak in combinatie met een andere behandeling gegeven. Bijvoorbeeld vóór of na een curatieve operatie of in combinatie met bestraling. U kunt de medicijnen krijgen via een infuus of via tabletten.

Doelgerichte behandeling
Een doelgerichte behandeling wordt ook wel ‘targetted therapy’ genoemd. Doelgerichte behandeling vindt plaats met medicijnen via een infuus. Deze behandeling kan met name worden ingezet als de tumor dicht bij de overgang van de slokdarm en de maag zit en als er uitzaaiingen aanwezig zijn. Daarnaast vindt doelgerichte behandeling alleen plaats als de tumorcel in de wand een bepaald eiwit heeft. De behandeling richt zich op dit type eiwit en zorgt ervoor dat de groei van de kankercel wordt geremd. Doelgerichte behandeling wordt bijna altijd in combinatie met chemotherapie gegeven. Bijwerkingen van doelgerichte medicijnen zijn over het algemeen beperkt.

Bestraling
Bestraling is een behandeling waarbij de tumor wordt bestraald met radioactieve stralen. Cellen raken hierdoor beschadigd en gaan dood. De straling wordt zo precies mogelijk gericht op de tumor zodat gezonde cellen gespaard worden. Bestraling kan in combinatie met een operatie en chemotherapie gegeven worden. Ook kan het gebruikt worden als palliatieve behandeling om de klachten te verminderen.

Het plaatsen van een stent (voedingsbuisje of endoprothese)
Als de tumor in het bovenste deel van uw maag  of juist ter hoogte van de maaguitgang zit en een operatie niet mogelijk is, kan de arts een stent plaatsen. Dit zal de arts doen als u problemen krijgt met het passeren van voedsel. Dit is een palliatieve behandeling. Een stent is een buisje dat tijdens een gastroscopie in de maag wordt geschoven. De stent wordt op de hoogte van de tumor ontplooit. De ontplooide stent drukt zich vast ter hoogte van de tumor. Op deze manier zorgt een stent ervoor dat voedsel weer kan passeren. Een stent wordt geplaatst onder een roesje. Meer informatie over deze behandelingen vindt u op www.maagkanker.info.

Tips en adviezen bij maagkanker

Een maagoperatie is een ingrijpende operatie. Na de operatie hebben veel mensen last van klachten of problemen met eten. Welke klachten precies ontstaan, is onder andere afhankelijk van de soort operatie die u heeft ondergaan. Overigens krijgt niet iedereen last van klachten. En meestal verminderen de klachten na verloop van tijd door aanpassing van het lichaam. De meest voorkomende klachten worden hieronder besproken. 

Dumpingsyndroom
Met het dumpingsyndroom worden de klachten bedoeld die ontstaan door een te snelle maagontlediging. Het dumpingsyndroom is vrijwel altijd het gevolg van een operatie waarbij (een deel van) de maag is verwijderd. Na een maagoperatie komt voedsel vaak sneller dan normaal in de dunne darm terecht. Voedsel kan ook in grotere hoeveelheden tegelijk in de dunne darm komen. Hierdoor kunnen klachten ontstaan. Er zijn twee soorten dumpingklachten: vroege en late dumpingklachten. Sommige mensen hebben last van beide klachtenpatronen, maar ze kunnen ook los van elkaar voorkomen.

  • Vroege dumpingklachten
    Dit zijn de klachten die vrij snel na de maaltijd optreden. Deze klachten ontstaan doordat voedsel in te grote brokken in de dunne darm terechtkomt. Deze sterk geconcentreerde voeding trekt in de dunne darm veel vocht aan. Dit vocht wordt onttrokken aan de omliggende bloedvaten. Soms wordt wel drie tot vier liter aan het bloedvatenstelsel onttrokken. Hierdoor kunt u last krijgen van buikpijn en darmkrampen, diarree en dalende bloeddruk. Als gevolg van de bloeddrukdaling kunnen hartkloppingen, transpireren, duizeligheid en sufheid ontstaan.
  • Late dumpingklachten
    Deze klachten ontstaan zo’n anderhalf tot twee uur na de maaltijd. Normaal gesproken blijft ons voedsel ongeveer twee tot drie uur in de maag waar het wordt fijngemalen en gekneed. Na een maagoperatie kan voedsel veel sneller in de dunne darm terecht komen. Late dumpingklachten ontstaan omdat de dunne darm nog niet klaar is voor de voedselbrij. De productie van insuline door de alvleesklier en de stijging van de bloedsuikerspiegel door het eten zijn daardoor niet op elkaar afgestemd. Dit geeft klachten die lijken op een suikertekort bij mensen met diabetes (suikerziekte): zweetaanvallen, trillen, duizeligheid, geeuwhonger en soms flauwvallen.

U kunt zelf verschillende dingen doen om deze klachten te verminderen of voorkomen. Eet rustig en kauw uw voedsel goed, verdeel de maaltijden zoveel mogelijk over de dag en drink niet of weinig tijdens de maaltijden. Wees daarnaast voorzichtig met het gebruik van snel opneembare suikers zoals gewone suiker, vruchtensuiker en melksuiker (lactose). Een diëtist kan u uitgebreid adviseren.

Kleine maag
Als (een deel van) uw maag is verwijderd, is de opslagcapaciteit van de maag afgenomen. Hierdoor kunt u al na een kleine maaltijd een vol gevoel hebben. Ook kunt u last hebben van misselijkheid of braken na het eten. Probeer de maaltijden zoveel mogelijk te spreiden over de dag en meerdere kleine porties te eten. Op die manier kunt u toch voldoende calorieën en belangrijke voedingsstoffen binnenkrijgen.

Gewichtsverlies
Veel mensen hebben na een maagoperatie moeite om een stabiel lichaamsgewicht te houden. Vanwege klachten die tijdens of na het eten ontstaan, gaan sommige mensen (ongemerkt) minder eten. Andere mensen hebben na de operatie minder eetlust of snel een vol gevoel na het eten. 

Probeer meerdere kleine maaltijden per dag te eten in plaats van drie grote maaltijden. Neem daarnaast regelmatig een energierijk tussendoortje zoals stukjes kaas, een gevulde koek of ontbijtkoek besmeerd met roomboter. Als u last heeft van gewichtsverlies neem dan contact op met een diëtist. Een diëtist kan u tips geven om op een gezonde manier meer calorieën binnen te krijgen.

Gallige reflux
Gallige reflux is het terugstromen van de dunne darminhoud naar de maag of slokdarm. Gallige reflux kan ontstaan als gevolg van een maagoperatie waarbij de normale overgang van de maag naar de dunne darm is verwijderd. Het sluitspiertje op deze overgang dat moet zorgen voor eenrichtingsverkeer is bij de operatie ook weggenomen. Hierdoor kan de inhoud van de dunne darm makkelijk terugstromen naar het resterende deel van de maag of slokdarm. De voedselbrij is dan al vermengd met galvloeistof en alvleeskliersap. De inwerking van deze spijsverteringssappen op de maag- of slokdarmwand kan klachten veroorzaken. Klachten die kunnen ontstaan zijn pijn of een branderig gevoel in de maagstreek, misselijkheid en soms (gal)braken. De behandeling van deze klachten is moeilijk. Uw arts kan  een maagbeschermend medicijn voorschrijven om de klachten te verminderen.

Brandend maagzuur
Brandend maagzuur is te vaak terugstromen van maaginhoud in de slokdarm. De medische naam hiervoor is reflux. Bij de overgang van de slokdarm naar de maag zit een sluitspiertje. Dat sluitspiertje zorgt ervoor dat maaginhoud niet omhoog kan stromen in de slokdarm. Als u geopereerd bent vanwege een tumor in het bovenste deel van uw maag,dan is ook het onderste deel van uw slokdarm met het sluitspiertje verwijderd. Na deze operatie (cardiaresectie) krijgen veel mensen last van brandend maagzuur. Maaginhoud kan gemakkelijk terugstromen in het resterende deel van uw slokdarm. Dit kan klachten veroorzaken zoals oprispingen, pijn in de buurt van het borstbeen, een geïrriteerde keel en hoesten. Uw arts kan u voedingsadviezen en andere tips geven om de klachten te verminderen. Daarnaast kan de arts maagzuurremmende medicijnen voorschrijven.

Vitamine B12 tekort
Als uw maag of een deel van uw maag verwijderd is, kunt u een vitamine B12 tekort  krijgen. De maag produceert maagsap. In maagsap zit onder andere het stofje intrinsic factor. Dit stofje is nodig voor de opname van vitamine B12 uit de voeding. Als (een deel van) uw maag verwijderd is, kunt u niet of nauwelijks vitamine B12 opnemen uit uw voeding. Op den duur ontstaat hierdoor een tekort. Een vitamine B12 tekort kan verschillende klachten veroorzaken. Als het tekort langere tijd aanhoudt, kan blijvende schade aan het zenuwstelsel ontstaan. Na een maagoperatie hebben de meeste mensen daarom vitamine B12 injecties nodig.

Diarree
Door veranderingen in uw spijsverteringskanaal, komt voedsel sneller dan normaal in de dunne darm terecht. De productie van spijsverteringssappen door de alvleesklier is daar niet goed op afgestemd. Hierdoor wordt de voedselbrij minder goed vermengd met spijsverteringssappen. Dit kan diarree veroorzaken. Bij diarree is het belangrijk dat u veel drinkt en dat u vezelrijke voeding eet. Vezels houden het vocht vast in de ontlasting. Vezels zitten met name in groente, fruit en volkorenproducten. Een diëtist kan u helpen met het samenstellen van een persoonlijk voedingspatroon en dieet dat is afgestemd op uw klachten.

Voor meer informatie over maagkanker en de behandeling voor patiënten en naasten verwijzen wij u naar de website: www.maagkanker.info. U kunt hier ook terecht voor lotgenotencontact op het forum.

Schrijf u in voor de nieuwsbrief