Na de operatie

Na de operatie verwijderen van (een deel van) de maag

Het is mogelijk dat u na de operatie een paar dagen op de intensive care moet verblijven. Op deze afdeling worden intensief uw bloeddruk, hartslag en ademhaling gecontroleerd. Meestal ligt u na de operatie nog enige tijd aan de beademing, omdat ademhalen na een grote buikoperatie vaak moeilijk gaat. Ook bent u met een aantal slangen verbonden. Deze worden in de dagen na de operatie verwijderd, afhankelijk van hoe snel u herstelt:

  • U heeft een infuus voor de toediening van vocht en medicijnen.
  • Er zit een slangetje in uw rug, vanwege de ruggenprik. Ook hierdoor krijgt u pijnstilling.
  • U heeft een slangetje in uw neus (neussonde of maaghevel). Dit slangetje komt uit  in het resterende deel van uw maag. Het zorgt ervoor dat overtollig maagsap wordt afgevoerd.
  • Daarnaast zit er een drain (slangetje)in uw buik, waardoor  bloed en wondvocht afgevoerd worden.
  • U heeft een blaaskatheter voor de afvoer van urine.
  • Meestal krijgt u sondevoeding door een dun slangetje via uw neus. De sondevoeding komt via de sonde direct in uw dunne darm.   In sommige gevallen krijgen mensen na een maagoperatie tijdelijk parenterale voeding. Dit is voeding die direct aan het bloed wordt toegediend via een infuus.
  • De kans is aanwezig dat u, als u wakker wordt, een beademingsbuis in uw keel heeft zitten.

Na een paar dagen gaat u naar de gewone verpleegafdeling. Langzaamaan begint u weer met drinken en gaat u via vloeibare voeding over op normale, vaste voeding.
Bewegen bevordert het herstel. Het is daarom aan te raden zo snel mogelijk het bed uit te komen. Het helpt het maagdarmstelsel weer op gang te komen en zorgt ervoor dat het bloed goed doorstroomt en helpt daarom tegen trombose (bloedpropje). Om trombose te voorkomen krijgt u de eerste dagen elke dag een injectie in uw been.

Verder is het belangrijk dat u goed op uw ademhaling let. Probeer goed door te ademen. Vaak is het lastig, aangezien uw buik pijnlijk kan aanvoelen door de operatie. Het is echter wel belangrijk, want een goede buikademhaling verkleint  de kans op  een longembolie (bloedpropje in de bloedvaten van de longen) of longontsteking.

Als alles goed gaat, mag u na 10-14 dagen naar huis.

Aan elke operatie kleven risico’s. De kans op complicaties is klein, maar wel aanwezig. Uw arts zal voorafgaand aan de operatie alle mogelijke complicaties met u bespreken.
Algemene complicaties van elke operatie zijn:

  • Nabloeding
  • Wondinfectie
  • Longontsteking
  • Trombose; Met trombose wordt het ontstaan van kleine stolsels in de bloedvaten bedoeld. Op deze plek is de doorbloeding verminderd. De bloedstolsels kunnen bovendien door het lichaam gaan zwerven en ergens vast komen te zitten. Wanneer een bloedstolsel in de longen terecht komt, kan een longembolie ontstaan. Dit is een ernstige complicatie.
     
    Na een  maagoperatie kunnen daarnaast de volgende specifieke complicaties ontstaan:
  • Perforatie (doorboring) van nabijgelegen organen
  • Naadlekkage; een lekkage op de plaats waar de chirurg een nieuwe verbinding heeft gemaakt tussen verschillende organen (de anastomose)
  • Vernauwingen op de plaats van de nieuwe verbindingen (anastomose), als gevolg van ontstekingen of de vorming van littekenweefsel.

Klachten na de maagresectie
Klachten na een maagresectie komen soms voor. Veel mensen hebben kort na de operatie wel wat last van klachten, door de veranderingen in hun spijsverteringskanaal. De (ernst van de) klachten verschilt per persoon en is onder andere afhankelijk van de operatietechniek die is gebruikt. In verreweg de meeste gevallen verminderen of verdwijnen de klachten na verloop van tijd. Dat komt doordat het lichaam zich aanpast aan de nieuwe situatie. Sommige klachten zijn blijvend of ontstaan pas geruime tijd na de operatie.

Klachten die kort na de operatie op kunnen treden:

  • Het syndroom van de kleine maag
    Doordat de maag veel kleiner is, kunt u snel een vol en misselijk gevoel hebben. Hierdoor gaat u minder eten en kan gewichtsverlies ontstaan. Raadzaam is om kleine porties meerdere keren per dag te eten.
  • Brandend maagzuur (het terugstromen van maaginhoud in de slokdarm)
    De sluitspier tussen de slokdarm en de maag zorgt ervoor dat er geen voedsel en maagsap vanuit de maag omhoog stroomt. De werking van de sluitspier wordt beïnvloed door het hormoon gastrine dat in het onderste deel van de maag wordt aangemaakt. Als dit deel van de maag is verwijderd, neemt de productie van gastrine sterk af. De sluitspier werkt hierdoor minder goed en voedsel en maagzuur kan zo gemakkelijk de slokdarm instromen. Daarbij komt nog dat de maag een veel kleinere opslagruimte is geworden en er dus sneller maaginhoud omhoog in de slokdarm geduwd wordt. Als het bovenste deel van de slokdarm is verwijderd is de sluitspier niet meer aanwezig. Er is dus een open verbinding. Hierdoor komt de maaginhoud gemakkelijk in de slokdarm. Reflux geeft klachten van brandend maagzuur, pijn achter het borstbeen, oprispingen, een vol gevoel na de maaltijd, misselijkheid en braken. Over brandend maagzuur is elders op de site meer te lezen.
  • Dumpingklachten
    Deze klachten ontstaan doordat voedsel veel sneller dan normaal  in de dunne darm komt. Elders op de site kunt u meer lezen over dit dumpingsyndroom.
  • Na een Billroth II operatie kan de twaalfvingerige darm, die als een soort slurfje aan de dunne darm hangt, door een knik afgesloten raken. Gal- en alvleeskliersappen gaan zich ophopen in dit slurfje. Deze gaat dan opzetten, waardoor een pijnlijk vol gevoel en misselijkheid ontstaat. Het slurfje kan zich plotseling legen, waardoor er grote hoeveelheden gal- en alvleeskliersappen in een keer in de dunne darm terechtkomen. Hierdoor kunt u last krijgen van braken.

Klachten die enige tijd na de operatie op kunnen treden:

  • Gewichtsverlies
    Ongeveer tien procent gewichtsverlies na een maagoperatie is normaal. In zeldzame gevallen wordt het gewichtsverlies veroorzaakt door een slechte vertering of een verminderde opname van voedingsstoffen. De passage van voedsel door het maagdarmkanaal verloopt sneller dan normaal. Daardoor  kunnen gal- en alvleeskliersap te laat in de dunne darm aankomen. Hierdoor wordt voedsel minder goed verteerd en kunnen voedingsstoffen minder goed opgenomen worden door het lichaam.
  • Afwijking aan het botweefsel
    Calcium en vitamine D kunnen minder goed opgenomen worden. Dit komt doordat deze stoffen in de maag worden opgenomen. Na verloop van tijd kan er een tekort aan deze stoffen ontstaan, waardoor uw botweefsel minder sterk wordt. De kans op botbreuken is hierdoor vergroot. Een diëtist kan u adviseren om tekorten te voorkomen.
  • Tekort aan ijzer, vitamine B12 en foliumzuur
    Dit kan leiden tot verschillende vormen van bloedarmoede. Voor de opname van ijzer is maagzuur nodig. Voor opname van vitamine B12 is "intrinsic factor" nodig. "Intrinsic factor" is een stofje dat geproduceerd wordt in het bovenste onderste gedeelte van het maagslijmvlies. Na een maagoperatie wordt niet of nauwelijks nog “intrinsic factor” gevormd. Hierdoor kan vitamine B12 in voeding of vitaminepillen niet worden opgenomen door het lichaam. Na een maagoperatie hebben veel mensen injecties met vitamine B12 nodig, om tekorten te voorkomen. Een vitamine B12 tekort geeft in eerste instantie vage klachten. Na verloop van tijd kunnen ernstige en onomkeerbare klachten ontstaan. Een diëtist of uw specialist kunnen u verder informeren over tekorten aan voedingsstoffen die kunnen ontstaan.
  • Verhoogd risico op galstenen en maagkanker
    Mensen die een maagoperatie hebben ondergaan hebben waarschijnlijk een hogere kans op het krijgen van galstenen. Door een verminderde motoriek wordt ook de galblaas minder actief, waardoor deze minder krachtig gaat samenknijpen. De gal krijgt daardoor meer kans om in te dikken, wat galstenen tot gevolg kan hebben.

Ontvang 1x per maand onze gratis e-mail nieuwsbrief

Naar boven