Tijdens de sigmoïdoscopie

Tijdens de sigmoïdoscopie

Tijdens de sigmoïdoscopie ligt u op uw linkerzij op de onderzoeksbank. De arts brengt de endoscoop via uw anus in uw endeldarm en schuift de endoscoop voorzichtig verder uw darm in.

De endoscoop wordt eerst tot ongeveer 50 centimeter opgevoerd. Vanaf dat moment begint het onderzoek. De arts trekt de endoscoop steeds een stukje terug. Tijdens dit terugtrekken inspecteert hij de binnenkant van de darm nauwkeurig. Soms is de darmwand of het slijmvlies van de darm niet goed zichtbaar. Dan blaast de arts via de endoscoop wat lucht in uw darm. De darm gaat daardoor wijd openstaan. Door het inblazen van de lucht kunt u pijnlijke darmkrampen krijgen. Waarschijnlijk laat u ook winden tijdens het onderzoek. Dat is normaal. Houd de winden niet op, door het ophouden kunt u meer last krijgen van krampen. De arts kan tijdens het onderzoek vragen of u op uw rug of andere zij wilt gaan liggen. Ook kan de assistent met de handen op uw buik drukken. De sigmoïdoscopie duurt ongeveer 20 tot 25 minuten. Wanneer de arts een ingreep uitvoert kan het onderzoek wat langer duren.

Mogelijke ingrepen tijdens een sigmoïdoscopie

Tijdens de sigmoïdoscopie kan de arts kleine ingrepen uitvoeren. De ingrepen zijn vrijwel pijnloos. 
De arts kan instrumenten door de endoscoop opschuiven en de volgende ingrepen uitvoeren:

  • Een poliep verwijderen. Dit gebeurt door een metaaldraadje als een lusje om de poliep heen te leggen. Met een elektrisch stroompje wordt de poliep afgesneden. De poliep wordt onder een microscoop onderzocht.
  • Een stukje weefsel (biopt) uit de darmwand wegnemen. Dit wordt een biopsie genoemd. De arts kan stukjes weefsel wegnemen voor verder onderzoek om met zekerheid de juiste diagnose te kunnen stellen. Dit weefsel wordt onder de microscoop onderzocht. Met een biopsie kunnen ziektes zoals de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa of andere darmontstekingen vastgesteld worden. Ook onrustige of kwaadaardige cellen kunnen op deze manier aangetoond worden.
  • Kleine afwijkingen aan de darmwand wegbranden met elektrische stroom. U krijgt dan eerst een metalen plaat op uw bil geplakt. Dit is nodig voor de goede geleiding.
  • Stelpen van een bloeding. Soms is het mogelijk om tijdens een sigmoïdoscopie een bloeding in de darm te stelpen.
  • Een buisje (stent) plaatsen. Als er een vernauwing in de darm zit, kan de arts een buisje plaatsen. De doorgang voor ontlasting wordt daardoor verbeterd.

Roesje

In de meeste ziekenhuizen kunt u kiezen of u een roesje wilt tijdens het onderzoek. De arts zal dit van tevoren met u bespreken. Een coloscopie duurt langer omdat de hele dikke darm wordt onderzocht. Bovendien gaat het opschuiven van de endoscoop tot in de eerste 50 centimeter van de darm zoals bij een sigmoïdoscopie gebeurt, meestal vrij gemakkelijk. Daarna wordt het opschuiven van de endoscoop soms wat moeilijker en vaak ook wat pijnlijker.

Het verschilt per ziekenhuis of en wanneer een roesje bij een sigmoïdoscopie toegediend wordt. In sommige ziekenhuizen krijgt patiënten standaard een roesje aangeboden. In andere ziekenhuizen moet u zelf vragen om een roesje. Doe dit niet op de dag van het onderzoek maar tijdens een eerdere afspraak. Het ziekenhuis kan dan de nodige voorbereidingen treffen. Uw arts zal de voor- en nadelen van een roesje met u bespreken.
 
Een roesje wordt ook wel sedatie genoemd. Dat wil zeggen dat u kalmerende, slaapbevorderende medicijnen krijgt. Het effect van een roesje verschilt per persoon. Sommige mensen vallen in slaap, terwijl anderen alleen wat versuft zijn. Door het roesje voelt u zich meer ontspannen en voelt u minder pijn en angst. 

U bent wel in staat om aanwijzingen van de arts op te volgen. De medicijnen voor het roesje worden toegediend via een infuus  Indien u een roesje krijgt, zal de verpleegkundige een infuusnaald in uw hand of arm prikken. Via het infuus wordt vervolgens een medicijn ingespoten.

U krijgt een knijpertje op uw vinger. Hiermee houdt de verpleegkundige uw hartslag en ademhaling in de gaten. Dit is nodig omdat bij gebruik van een roesje een kleine kans is op complicaties door de medicijnen zoals  ademhalingsproblemen en problemen met het hart. Dit geldt vooral voor mensen die ouder zijn dan 70 jaar en last hebben van een hartaandoening, longaandoening of andere aandoening.

Alsu een roesje krijgt, dient u iemand mee te nemen naar het ziekenhuis. Na het onderzoek kunt u enige tijd versuft en slaperig zijn. Hierdoor weet u vaak niet meer goed wat de arts heeft verteld. Daarom is het verstandig om uw partner, een familielid of een vriend(in) mee te nemen. Deze kan samen met u naar de uitslag van het onderzoek luisteren. Ook mag u na een roesje niet aan het verkeer deelnemen. Het is noodzakelijk dat iemand u naar huis begeleidt.

Doet het onderzoek pijn?

Pijnbeleving is voor iedereen anders. Voor mensen met darmaandoeningen zoals het prikkelbare darm syndroom, de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa kan een sigmoïdoscopie pijnlijk zijn. Als u zich tijdens het onderzoek kunt ontspannen dan is het onderzoek vaak minder pijnlijk. Het inbrengen en doorschuiven van de endoscoop gaat dan makkelijker. Veel mensen vinden vooral het inbrengen van de endoscoop vervelend.

Als u last hebt van aambeien of kloofjes rond de anus kan dit extra pijnlijk zijn. De arts zal in dat geval meestal een verdovende zalf op en rond de anus smeren. Het opschuiven van de endoscoop door de dikke darm kan vooral bij de bochten soms wat pijnlijk zijn. De pijn wordt meestal snel minder als de endoscoop voorbij een bocht is. Als u een roesje hebt gekregen, dan merkt u weinig van het onderzoek.

Ontvang 1x per maand onze gratis e-mail nieuwsbrief

Naar boven