Tijdens de Gastroscopie

Tijdens de gastroscopie

Op de endoscopieafdeling van het ziekenhuis wordt u naar de onderzoekskamer gebracht. Op de onderzoeksbank gaat  u op uw linkerzij liggen. De endoscopie-assistent plaatst een bijtring tussen uw kaken om uw gebit en de endoscoop te beschermen. De arts brengt de endoscoop door de ring in uw keel en vraagt u te slikken. Als u slikt kan de arts de endoscoop voorzichtig opschuiven in  uw slokdarm. Dit gaat het beste als u zich zo goed mogelijk ontspant.  De arts schuift de endoscoop vervolgens op tot aan de twaalfvingerige darm. Hierna begint het onderzoek. De arts trekt de endoscoop langzaam terug en bekijkt ondertussen de wand van de twaalfvingerige darm, de maag en de slokdarm nauwkeurig. Via de endoscoop blaast de arts lucht in. De slokdarm, de maag en de twaalfvingerige darm gaan dan wijder openstaan. Hierdoor heeft de arts beter zicht. Door de ingeblazen lucht kunt u last hebben van een opgeblazen gevoel. Veel mensen moeten er ook van boeren. Dit is normaal.

Als het onderzoek klaar is, wordt de endoscoop voorzichtig verwijderd. De gastroscopie duurt ongeveer 5 tot 15 minuten. Wanneer de arts tijdens het onderzoek extra ingrepen uitvoert, dan duurt het onderzoek langer.

spijsverteringskanaal

Doet het onderzoek pijn?

Pijnbeleving is voor iedereen anders. Veel mensen vinden vooral het inbrengen van de endoscoop vervelend omdat ze moeten kokhalzen. Sommige mensen krijgen een benauwd gevoel omdat er een slang in hun keel zit. Het is belangrijk dat u de aanwijzingen van de arts en de assistent goed opvolgt. Zij zullen aangeven dat u rustig door uw neus kunt blijven ademen. Er is genoeg ruimte in de keelholte om adem te halen.

U hoeft dus niet bang te zijn dat u geen lucht kunt krijgen. In de meeste ziekenhuizen wordt uw keel verdoofd voordat de arts de endoscoop inbrengt. Het is daarom meestal niet echt pijnlijk. Van eventuele ingrepen voelt u niets. Als u een roesje hebt gekregen, dan merkt u weinig van het onderzoek. Ook kunt u zich soms niets meer van het onderzoek herinneren.

Een roesje

In de meeste ziekenhuizen kunt u kiezen of u een roesje wilt tijdens het onderzoek. De arts zal dit van tevoren met u bespreken. Als dit niet gebeurt kunt  u er zelf naar vragen. Een roesje wordt ook wel sedatie genoemd. Dat wil zeggen dat u kalmerende, slaapbevorderende medicijnen krijgt. Het effect van een roesje verschilt per persoon. Sommige mensen vallen in slaap, terwijl anderen alleen wat versuft zijn. Door het roesje voelt u zich meer ontspannen en voelt u minder pijn en angst. U bent wel in staat om aanwijzingen van de arts op te volgen.

De medicijnen voor het roesje worden toegediend via  een infuus. Indien u een roesje krijgt, zal de verpleegkundige een infuusnaald in uw hand of arm prikken. Via het infuus wordt vervolgens een medicijn ingespoten. U krijgt een knijpertje op uw vinger. Hiermee houdt de verpleegkundige uw hartslag en ademhaling in de gaten. Dit is nodig omdat bij gebruik van een roesje een kleine kans bestaat op complicaties door de medicijnen zoals ademhalingsproblemen en problemen met het hart. Dit geldt vooral voor mensen die ouder zijn dan 70 jaar en last hebben van een hartaandoening, longaandoening of andere aandoening.

Het is belangrijk dat u voor de dag van het onderzoek aangeeft dat u een roesje wilt zodat men hier voorbereidingen voor kan treffen. Houdt u er rekening mee dat u niet zelfstandig aan het verkeer mag deelnemen wanneer u een roesje heeft gekregen. Het is dus belangrijk dat u vervoer regelt of dat er iemand met u meegaat. 

Bij jonge kinderen wordt een gastroscopie meestal niet met een roesje maar onder narcose uitgevoerd. Bij volwassenen gebeurt dit alleen in zeer zeldzame gevallen.

Mogelijke ingrepen tijdens een gastroscopie

Tijdens de gastroscopie kan de arts kleine ingrepen doen. De arts kan instrumenten door de endoscoop opschuiven.Op die manier is het mogelijk om de volgende ingrepen uit te voeren:

  • Een stukje weefsel (biopt) wegnemen uit de wand van de slokdarm, de maag of de twaalfvingerige darm. Dit wordt een biopsie genoemd. Dit weefsel wordt onder de microscoop onderzocht.
  • Een poliep verwijderen uit de maag of de twaalfvingerige darm (poliepectomie). De arts legt een metaaldraadje als een lus om de poliep heen. Vervolgens wordt een zwakke elektrische stroom door het metaaldraadje geleid. De steel van de poliep wordt zo doorgebrand. De poliep wordt ook onder de microscoop onderzocht.
  • De arts kan ook andere kleine afwijkingen aan de wand van de slokdarm, de maag of de twaalfvingerige darm wegbranden met elektrische stroom. U krijgt dan eerst een metalen plaat op uw bil geplakt. Dit is de aardeplaat, die nodig is voor een goede geleiding.
  • Soms is het mogelijk om tijdens een gastroscopie een bloeding te stelpen. De arts kan ook slokdarmspataderen afbinden of inspuiten via de endoscoop.

Tijdens een gastroscopie kan de arts ook bepaalde behandelingen uitvoeren. Dit worden endoscopische behandelingen genoemd:

  • Oprekken of plaatsen van een stent bij vernauwing.
    Een vernauwing in de slokdarm of twaalfvingerige darm kan tijdens een endoscopie worden opgerekt. De arts kan bij een vernauwing in de slokdarm, maag of twaalfvingerige darm door littekenweefsel of een tumor ook een buisje (stent) plaatsen. De doorgang voor voedsel wordt daardoor verbeterd.
  • Verwijderen afwijkend weefsel.
    Bij een Barrett-slokdarm of slokdarmkanker in een zeer vroeg stadium zijn ook endoscopische behandelingen mogelijk. Hierbij kan de arts afwijkend weefsel verwijderen zonder dat een operatie nodig is.

Deze endoscopische behandelingen worden alleen na overleg met u uitgevoerd. De kans op complicaties bij endoscopische behandelingen is groter dan bij een gastroscopie die uitgevoerd wordt om een diagnose te stellen. U behandelend arts zal dit met u bespreken.

Meer lezen over:

Ontvang 1x per maand onze gratis e-mail nieuwsbrief

Naar boven