Tijdens de Coloscopie

Tijdens de coloscopie

Tijdens de coloscopie ligt u op uw linkerzij op de onderzoeksbank. De arts brengt de endoscoop via uw anus in uw endeldarm en schuift de endoscoop voorzichtig verder uw darm in. Als de endoscoop bij het laatste deel van uw dikke darm en begin van de dunne darm is aangekomen, begint het onderzoek. De arts trekt dan de endoscoop rustig terug. Tijdens dit terugtrekken bekijkt de arts de darmwand nauwkeurig. Soms is de darmwand of het slijmvlies van de darm niet goed zichtbaar. Dan blaast de arts via de endoscoop lucht in uw darm. De darm gaat daardoor wijd openstaan. Hierdoor kunt u pijnlijke darmkrampen krijgen. Waarschijnlijk laat u ook winden tijdens het onderzoek. Dit is heel normaal. De winden worden veroorzaakt door de lucht die de arts tijdens het onderzoek in de darm blaast. Dit is schone lucht en omdat de darm helemaal is schoongespoeld ruiken deze winden niet vies. Houd de winden niet op. Door het ophouden kunt u meer last krijgen van krampen.

colonoscopie

De arts kan tijdens het onderzoek vragen of u op uw rug of andere zij wilt gaan liggen. Ook kan een assistent met de handen op uw buik drukken. Het onderzoek duurt ongeveer 15 tot 30 minuten. Wanneer de arts tijdens het onderzoek ingrepen uitvoert, dan duurt het onderzoek langer.

Bij ongeveer tien procent van de mensen is het niet mogelijk om de hele dikke darm te onderzoeken. Het lukt dan niet om de endoscoop tot aan de dunne darm op te schuiven. Bijvoorbeeld vanwege scherpe bochten of vernauwingen in de darm of omdat het opschuiven van de endoscoop te pijnlijk is. In dat geval kan de arts eventueel voorstellen een ander onderzoek te doen om uw dikke darm te onderzoeken.

Roesje

In veel ziekenhuizen kunt u bij een coloscopie kiezen of u een roesje wilt tijdens het onderzoek. De arts zal dit van tevoren met u bespreken. Als dit niet gebeurt, kunt u er zelf naar vragen. Het is belangrijk dat u vóór de dag van het onderzoek aangeeft dat u een roesje wilt zodat men hier voorbereidingen voor kan treffen.

Een roesje wordt ook wel sedatie genoemd. Dat wil zeggen dat u kalmerende, slaapbevorderende medicijnen krijgt. Het effect van een roesje verschilt per persoon. Sommige mensen vallen in slaap, terwijl anderen alleen wat versuft zijn. Door het roesje voelt u zich meer ontspannen en voelt u minder pijn en angst. U bent wel in staat om aanwijzingen van de arts op te volgen. De medicijnen voor het roesje worden toegediend via een infuus. Indien u een roesje krijgt, zal de verpleegkundige een infuusnaald in uw hand of arm prikken. Via het infuus wordt vervolgens een medicijn ingespoten.

U krijgt een knijpertje op uw vinger. Hiermee houdt de verpleegkundige uw hartslag en ademhaling in de gaten tijdens het onderzoek. Dit is nodig omdat bij gebruik van een roesje er een kleine kans bestaat op complicaties door de medicijnen zoals ademhalingsproblemen en problemen met het hart. Dit geldt vooral voor mensen die ouder zijn dan 70 jaar en last hebben van een hartaandoening, longaandoening of andere aandoening.

Houdt u er rekening mee dat u niet zelfstandig aan het verkeer mag deelnemen wanneer u een roesje heeft gekregen. Het is dus belangrijk dat u vervoer regelt of dat er iemand met u meegaat. Bij jonge kinderen wordt een coloscopie meestal niet met een roesje maar onder narcose uitgevoerd. Bij volwassenen gebeurt dit alleen in zeer zeldzame gevallen.

Mogelijke ingrepen

Tijdens een coloscopie kan de arts kleine ingrepen doen. De ingrepen zijn vrijwel pijnloos.  De arts kan instrumenten door de endoscoop opschuiven. Op die manier kan de arts de volgende kleine ingrepen uitvoeren:

  • Een poliep verwijderen
    De arts kan tijdens een coloscopie  poliepen verwijderen. Dit gebeurt door een metaaldraadje als een lusje om de poliep heen te leggen. Met een elektrisch stroompje wordt de poliep afgesneden. De poliep wordt onder een microscoop onderzocht. Het verwijderen van poliepen wordt poliepectomie genoemd.
  • Een stukje weefsel (biopt) uit de darmwand wegnemen
    De arts kan stukjes weefsel wegnemen voor verder onderzoek. Dit weefsel wordt onder de microscoop onderzocht.
  • De arts kan ook andere kleine afwijkingen aan de darmwand wegbranden met elektrische stroom. U krijgt daarvoor een ‘metalen’ plaat op uw bil geplakt. Deze plaat is nodig voor een goede geleiding.
  • Soms is het mogelijk om tijdens een coloscopie een bloeding in de darm te stoppen.
  • Een buisje (stent) plaatsen.
    Als er een vernauwing in de darm zit, bijvoorbeeld vanwege littekenweefsel of een tumor, kan de arts een buisje plaatsen. De doorgang voor ontlasting wordt daardoor verbeterd.

Doet het onderzoek pijn?

Pijnbeleving is voor iedereen anders. Voor mensen met darmaandoeningen zoals het prikkelbare darm syndroom, de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa kan een coloscopie pijnlijk zijn.  Als u zich tijdens het onderzoek kunt ontspannen, dan is het onderzoek vaak minder pijnlijk. Het inbrengen en doorschuiven van de endoscoop gaat dan makkelijker. Veel mensen vinden vooral het inbrengen van de endoscoop vervelend.

Als u last hebt van aambeien of kloofjes rond de anus kan dit extra pijnlijk zijn. De arts zal in dat geval meestal een verdovende zalf op en rond de anus smeren. Het opschuiven van de endoscoop door de dikke darm kan vooral bij de bochten soms wat pijnlijk zijn. De pijn wordt meestal snel minder als de endoscoop voorbij een bocht is. Van eventuele kleine ingrepen voelt u niets.  Als u een roesje hebt gekregen, dan merkt u weinig van het onderzoek.

Ontvang 1x per maand onze gratis e-mail nieuwsbrief

Naar boven