Gepubliceerd op: 19 november 2005

Voeding met veel vezels beschermt niet tegen dikkedarmkanker. Alleen zeer vezelarm eten is mogelijk schadelijk. Dat concluderen voedingswetenschappers van de Harvard-universiteit.
 
De Amerikanen publiceerden hun `review’ gisteren in het medisch tijdschrift Journal of the American Medical Association. De veronderstelling dat voedingsvezels beschermen tegen darmkanker stamt uit de jaren zestig van de vorige eeuw, maar is sindsdien onderwerp van discussie. Het Voedingscentrum in Den Haag kent aan vezels een beschermend effect toe, vooral vanwege een uitgebreid Europees onderzoek dat twee jaar geleden tot die conclusie kwam. Andere studies vonden dat effect echter niet.
 
De Harvard-studie ondersteunt de gedachte dat vezelrijk eten geen dikkedarmkanker voorkomt. De Amerikaanse wetenschappers combineerden 13 bevolkingsonderzoeken naar dieet en darmkanker, waarin in totaal ruim zevenhonderdduizend mensen in Europa en de Verenigde Staten minstens zes jaar werden gevolgd.
 
Mensen die veel vezels aten, kregen niet minder dikkedarmkanker. Alleen het eten van zeer weinig vezels vergrootte de kans op kanker in deze studie. Deze groep at minder dan 10 gram voedingsvezels per dag, terwijl de gemiddelde Nederlander 24 gram per dag eet. Mogelijk beschermt vezelrijk eten wel enigszins tegen rectumkanker, een zeldzamere vorm van darmkanker.
 
De onderzoekers waarschuwen dat hun resultaten geen vrijbrief zijn om vezelrijk voedsel te vermijden. Voedingsmiddelen die veel vezels bevatten (vooral groente, fruit en graanproducten) hebben wel andere gezondheidsvoordelen. Vooral het gunstige effect van groente en fruit tegen hart- en vaatziekten is bekend.
 
Bevolkingsonderzoek naar voeding en kanker wordt bemoeilijkt vanwege de onnauwkeurigheid waarmee proefpersonen bijhouden wat ze eten, en de vele factoren die de resultaten vertroebelen. Zo hebben mensen die vezelarm eten ook vaak andere ongezonde eetgewoontes. Het Amerikaanse onderzoek is relatief betrouwbaar omdat proefpersonen eerst bijhielden wat ze aten, waarna na enkele jaren het aantal kankergevallen werd geteld. In sommige andere studies moesten patiënten hun eetpatroon achteraf inschatten.

Ontvang 1x per maand onze gratis e-mail nieuwsbrief

Naar boven