Lynch syndroom: Verhoogd risico op darmkanker bij EPCAM mutatie

Gepubliceerd op: 23 december 2014

Lynch syndroom: Verhoogd risico op darmkanker bij EPCAM mutatie

Kort geleden is bij het Lynch syndroom een nieuwe genetische afwijking ontdekt die kan bijdragen aan een verhoogd risico op darmkanker. In deze studie is onderzocht hoe groot het risico op kanker is bij dragers van deze genetische afwijking. Deze informatie kan bijdragen aan het verbeteren van controles op kanker bij het Lynch syndroom.

Het Lynch syndroom is de meest voorkomende erfelijke vorm van dikke darmkanker. Daarnaast hebben families met Lynch syndroom ook een iets verhoogde kans op andere vormen van kanker, waaronder baarmoederkanker. Omdat kanker bij het Lynch syndroom vaak op jonge leeftijd ontstaat, is het belangrijk om vroeg te beginnen met controles bij dragers van het Lynch syndroom.

Genen en mutaties
Het Lynch syndroom wordt veroorzaakt door een afwijking in de genen (mutatie). Er waren tot voor kort vier genen bekend waarvan een mutatie het Lynch syndroom kan veroorzaken: het MLH1, MSH2, MSH6 en PMS2 gen. Een paar jaar geleden is ook het EPCAM gen ontdekt. Afwezigheid van een deel van het EPCAM gen leidt ook tot het Lynch syndroom. Het was echter tot voor kort nog onduidelijk hoe groot het risico op kanker door deze mutatie is. Of waar en op welke leeftijd de kanker zich ontwikkelt.

Onderzoek
Wetenschappers hebben de medische gegevens verzameld van 194 dragers uit 41 families met een EPCAM mutatie. Deze gegevens werden vergeleken met 473 andere mensen die drager zijn van een MLH1, MSH2, MSH6 of een gecombineerde EPCAM-MSH2 mutatie. De onderzoekers wilden weten of de 194 dragers met de EPCAM mutatie een hogere kans op darm- of baarmoederkanker hebben dan mensen met de andere mutaties.

Darmkanker
93 van de 194 mensen met de EPCAM mutatie kregen darmkanker. De gemiddelde leeftijd waarop darmkanker werd vastgesteld bij een EPCAM mutatie was 43 jaar. De kans op darmkanker voor het zeventigste levensjaar bij dragers van de EPCAM mutatie is 75%.

Dit is ongeveer hetzelfde als voor dragers van de gecombineerde EPCAM-MSH2 mutatie (69%) of mutaties in MSH2 (77%) of MLH1 (79%). De kans op darmkanker bij de MSH6 mutatie (50%) is wel lager. Bovendien zijn dragers van de MSH6 mutatie vaak ouder wanneer darmkanker wordt vastgesteld.

Baarmoeder- en overige kankers
3 van de 92 vrouwen met de EPCAM mutatie kregen baarmoederkanker. De kans op baarmoederkanker voor het zeventigste levensjaar bij de EPCAM mutatie is 12%. Dit is veel lager dan bij vrouwen met de gecombineerde EPCAM-MSH2 mutatie (55%) of de MSH2 mutatie (51%) of MSH6 mutatie (34%). Van de 194 EPCAM dragers, hadden er drie kanker in het duodenum (stuk van de dunne darm) en vier alvleesklierkanker.

Conclusie
Dragers van de EPCAM mutatie hebben een verhoogd risico op darmkanker. Maar er zijn steeds meer aanwijzingen dat het risico op baarmoederkanker bij de EPCAM mutatie veel lager is dan bij mutaties in andere Lynch syndroom genen. Dit is belangrijke informatie voor de vroege opsporing van kanker bij mensen met het Lynch syndroom. Het risico op kanker en type kanker verschilt dus per mutatie. Door deze gegevens te gebruiken, kan de screening op kanker bij het Lynch syndroom worden verbeterd.

Schrijf u in voor de nieuwsbrief

Naar boven