Endeldarmkanker en dan?

Behandelingen bij endeldarmkanker

De behandeling van endeldarmkanker is afhankelijk van het stadium van de kanker. Daarnaast spelen ook persoonlijke factoren een rol. Hoe goed is uw lichamelijke conditie? Waar zit de tumor precies en zijn er uitzaaiingen? En natuurlijk wat wilt u zelf? Uw behandelend arts zal de verschillende behandelmogelijkheden met u bespreken.

Zo mogelijk krijgt u een curatieve behandeling, dit is een behandeling die gericht is op genezing. Het doel van deze behandeling is het verwijderen van de tumor in de endeldarm, waardoor herstel mogelijk is. De behandeling van endeldarmkanker bestaat over het algemeen uit een operatie, die soms wordt voorafgegaan door bestraling (al dan niet aangevuld met chemotherapie). De verschillende behandelmogelijkheden van endeldarmkanker worden hieronder beschreven. Uw behandelaar bespreekt met u welke behandeling, of combinatie van behandelingen, in uw situatie de beste resultaten zal geven.

Lees meer over de behandeling per stadium van endeldarmkanker.

 

Operatie waarbij de endeldarmtumor wordt verwijderd
Het doel van de operatie bij endeldarmkanker is het verwijderen van de tumor en eventueel aanwezige uitzaaiingen in de lymfeklieren. Meestal worden tijdens deze operatie zowel het overgrote deel van de endeldarm, als de nabij gelegen lymfeklieren in het omringend vetweefsel verwijderd. Kleine tumoren kunnen soms via de anus worden verwijderd, waarbij de endeldarm gespaard wordt.

Bij grote tumoren is het soms nodig om ook omringende organen samen met de endeldarm te verwijderen. Het type operatie is afhankelijk van waar de tumor zich bevindt en hoe ver de tumor in de darmwand is doorgegroeid. Een endeldarmtumor kan verwijderd worden via een kijkoperatie, via de anus of via het openen van de buik. Uw behandelteam zal met u bespreken welke operatietechniek voor u het meest geschikt is om de tumor te verwijderen.

Tijdelijk of blijvend stoma
Als bij een endeldarmoperatie een deel van de endeldarm of in elk geval de anus gespaard kan worden, kan er een nieuwe aansluiting worden gemaakt. De chirurg kan besluiten om voor deze aansluiting een tijdelijk stoma aan te leggen op de dikke darm of dunne darm. Dit is een kunstmatige opening voor ontlasting op uw buik. De ontlasting komt vanuit de darm, via de opening, in een opvangzakje terecht.

Ook al wordt de anus of zelfs een deel van de endeldarm gespaard, dan kan de chirurg toch, in overleg met u, besluiten om een definitief dikke darm stoma aan te leggen. Dit heet een Hartmann procedure. Als ook de anus moet worden verwijderd, heet dit een rectumamputatie of endeldarmamputatie. Bij een rectumamputatie wordt altijd een definitief dikke darm stoma aangelegd.

Lange termijn problemen na een operatie bij endeldarmkanker

Zenuwbeschadiging bekken
Bij een operatie aan de endeldarm bestaat er een kans dat zenuwen in het bekken beschadigd worden. Deze kans neemt toe als er ook bestraling is gegeven voor de operatie. Dit kan klachten van de blaas veroorzaken. U kunt dan bijvoorbeeld niet volledig meer uitplassen of last hebben van incontinentie. Ook kunnen de seksuele functies door een zenuwbeschadiging verstoord zijn. Mannen kunnen dan soms geen erectie meer krijgen. Ook kan de zaadlozing niet meer naar buiten gericht zijn, maar in de blaas terecht komen (retrograde ejaculatie). Bij vrouwen kan zenuwschade leiden tot droogheid van de vagina, waardoor vrijen pijnlijk is.

Ontlastingsproblemen
Als (een deel van) uw endeldarm is verwijderd, kan het zijn dat u na de operatie moeite heeft met het ophouden van de ontlasting. Dit wordt ontlastingsincontinentie genoemd. De endeldarm heeft een tijdelijke opslagfunctie voor ontlasting. Wanneer de endeldarm vol is, krijgt u normaal gesproken het signaal voor aandrang om naar het toilet te gaan. Dit verandert als de endeldarm (gedeeltelijk) is verwijderd en de dikke darm is aangesloten op het restant van de endeldarm of de anus. Doordat de dikke darm als functie heeft om de ontlasting voort te bewegen, heeft u vaker per dag ontlasting.

Daarnaast komt de ontlasting vaak in kleinere hoeveelheden kort achter elkaar, dit wordt ‘clustering’ genoemd.  Bij gevoel van aandrang kan het bezoek aan het toilet meestal niet lang worden uitgesteld. Soms is ook het gevoel van aandrang verminderd, waardoor u niet merkt dat u ontlasting verliest. Ongewild verlies van ontlasting wordt vaak mede veroorzaakt doordat de kringspier minder goed werkt. Dit kan komen doordat de kringspier in het bestraald gebied heeft gelegen. De werking van de kringspier vermindert echter ook met de leeftijd. En bij vrouwen kan de kringspier in het verleden beschadigd zijn bij een bevalling. Door al deze factoren kan het moeilijker zijn de ontlasting op te houden na een endeldarmoperatie. U zult dan incontinentiemateriaal moeten gaan gebruiken.

Ook kan het zijn dat uw ontlasting na de operatie dunner is dan normaal, soms zelfs in de vorm van diarree. Doordat het lichaam zich aanpast aan de nieuwe situatie zullen de darmklachten in de maanden na de operatie afnemen. Een definitief eindstadium is dan ook pas na ruim een jaar te verwachten. Bijna altijd is de ontlasting echter niet meer vergelijkbaar met de situatie van voor de operatie en dit kan veel invloed hebben op uw dagelijkse functioneren. De chirurg of huisarts kan medicijnen voorschrijven die de ontlasting wat indikken of de darmbeweging verminderen.

LAR Syndroom
Klachten die ontstaan na een operatie  aan de endeldarm, al dan niet voorafgegaan door bestraling en/of chemotherapie, worden ook wel het Low Anterior Resectie syndroom of LAR syndroom genoemd. Het LAR syndroom is de verzamelnaam voor  incontinentie van ontlasting, problemen rond aandrang, pijnklachten, een hoge toiletfrequentie en schade aan de huid door verlies van ontlasting. Hoe dichter de nieuwe aansluiting bij de kringspier zit, hoe groter de problemen.

De klachten van het LAR syndroom kunnen in de eerste twee jaar na de endeldarmoperatie nog minder ernstig worden. Meestal blijft een deel van de problemen bestaan.  Met aanpassingen in het dieet en het leefpatroon is hier vaak goed mee om te gaan. Ook kan uw behandelend arts medicatie voorschrijven, zoals vezelpreparaten of loperamide. Bekkenbodemfysiotherapie of darmspoeling kunnen ook helpen. Heel soms kan het plaatsen van een dikke darm stoma nodig zijn.

Bestraling (radiotherapie)
Bestraling bij endeldarmkanker kan als doel hebben de kans te verkleinen dat de tumor na de operatie terugkeert. Bestraling kan ook worden ingezet om een grote tumor die niet meteen met een operatie verwijderd kan worden, eerst te verkleinen. Bij bestraling wordt de tumor blootgesteld aan elektromagnetische straling, ook wel radiotherapie genoemd. Hierdoor raken de kankercellen beschadigd en sterven af. De lymfeklieren in de buurt van de tumor worden mee bestraald.

Het stadium en de kenmerken van de tumor bepalen of het nodig is om te bestralen en op welke wijze wordt bestraald. Voor endeldarmkanker geldt dat alle bestralingsafdelingen in Nederland dezelfde bestralingsschema’s gebruiken. De radiotherapeut bepaalt op de voorbereidende CT-scan welk gebied bestraald dient te worden. De bestralingsdosis wordt verdeeld over verschillende bestralingen, die vaak meerdere keren per week plaatsvinden.

Ook gezonde cellen kunnen door de bestraling beschadigd raken. Hoewel gezonde cellen beter kunnen herstellen dan kankercellen, kunnen er toch bijwerkingen optreden. Dit kan zowel tijdens als na de behandeling zijn. Zo kunt u, met name bij een langdurig bestralingsschema, bijvoorbeeld last krijgen van vermoeidheid, verandering in uw ontlastingspatroon, problemen met plassen en soms huidirritatie.

Chemotherapie
Patiënten met endeldarmkanker krijgen soms chemotherapie. Chemotherapie is een behandeling met cytostatica, ofwel kankerremmende medicijnen. Deze medicijnen remmen de celdeling. Kankercellen zijn cellen die erg snel delen in vergelijking tot andere (gezonde) cellen. Kankercellen zijn daarom gevoelig voor behandeling met chemotherapie. Chemotherapie kan bij endeldarmkanker in combinatie met bestraling worden gegeven om de bestraling effectiever te maken. Ook kan chemotherapie ingezet worden bij uitzaaiingen van de endeldarmkanker.

 

Experimentele therapieën
In veel academische ziekenhuizen en gespecialiseerde kankercentra wordt onderzoek gedaan naar nieuwe behandelingen van endeldarmkanker. Het gaat hierbij om behandelingen waarvan niet direct duidelijk is of die beter zijn dan de bestaande behandelingen. Mogelijk zal uw arts u vragen om mee te werken aan een dergelijk onderzoek.

Stadia van endeldarmkanker

Er zijn verschillende manieren om het stadium van endeldarmkanker aan te geven. Over het algemeen worden in patiëntenvoorlichting de stadia hiernaast  gebruikt. Stadium I is dan het vroegste stadium en stadium IV is het meest gevorderd en dus het meest ernstig. Er worden in de medische wereld echter verschillende indelingen gebruikt, waardoor nog wel eens verwarring ontstaat. Het is belangrijk om te weten dat het volledige stadium van endeldarmkanker uit drie componenten is opgebouwd. Deze componenten zijn de tumor (T), de lymfeklieren (N) en de uitzaaiingen op afstand (M). Samen vormen zij het zogenaamde TNM-stadium. Elke afzonderlijke component heeft ook een getalswaarde. De T kan variëren tussen 1 en 4, de N tussen 0 en 2, en de M kan 0 of 1 zijn. De combinatie van al deze waardes bepaalt uiteindelijk of u stadium I, II, III of IV endeldarmkanker heeft.

Endeldarmkanker

StadiaBetekenis
Stadium 0Verdenking op kanker, kanker in wording, bijvoorbeeld een poliep met onrustige, maar nog goedaardige cellen. Voorstadium van endeldarmkanker.

Soms bevat een poliep ook enkele kwaadaardige cellen, maar in dit stadium zijn deze nog heel oppervlakkig aanwezig (beperkt tot de binnenste laag van de endeldarm, het slijmvlies).

Stadium ITumor beperkt zich tot de darmwand zelf
Stadium IITumor is door de darmwand heen gegroeid, maar niet uitgezaaid naar de lymfeklieren
Stadium IIITumor is uitgezaaid in de lokale lymfeklieren
Stadium IVTumor is uitgezaaid naar verder gelegen lymfeklieren of andere organen/weefsels in het lichaam

Behandeling per stadium

Aan de hand van het stadium bepaalt de arts samen met u welke behandeling mogelijk is. Soms is voor de operatie niet duidelijk of en hoe ver de tumor door de wand van de endeldarm is gegroeid. Ook is het vaak onduidelijk of er uitzaaiingen zijn naar lymfeklieren in de buurt van de tumor. Na de operatie wordt het stadium van de endeldarmkanker definitief vastgesteld.

Hieronder wordt de behandeling van endeldarmkanker per stadium op hoofdlijnen beschreven.

Vooruitzichten
De vooruitzichten, ofwel de prognose, is afhankelijk van het stadium van de endeldarmkanker. Hoe eerder de ziekte wordt ontdekt, des te gunstiger zijn de vooruitzichten. De overleving van endeldarmkanker is het beste voor patiënten met stadium I. Bijna 90% van deze patiënten is na 3 jaar nog in leven. Bij patiënten met stadium IV is dat gemiddeld 20%. Binnen stadium IV is de overlevingskans sterk afhankelijk van of er nog een op genezing gerichte behandeling mogelijk is.

De overleving van endeldarmkanker is de afgelopen jaren verbeterd. Behalve het stadium van de endeldarmkanker, zijn er ook nog andere factoren die van invloed zijn op uw vooruitzichten. Voorbeelden hiervan zijn uw leeftijd, uw lichamelijke conditie en hoe u reageert op een behandeling. Uw persoonlijke vooruitzichten kunt u dan ook het beste met uw behandelend arts bespreken. Ook voor een arts is het echter onmogelijk om met zekerheid te voorspellen hoe de endeldarmkanker zich bij u zal ontwikkelen.

 

Follow up

Na een behandeling van endeldarmkanker blijft u in principe nog vijf jaar onder controle, dit wordt ook wel nazorg of follow-up genoemd. Deze controles vinden tijdens de eerste drie jaar vaker plaats dan daarna.

Het doel van de follow-up van endeldarmkanker is:

  • het opsporen van mogelijke recidieven. Een recidief is een tumor die is teruggekeerd na een behandeling. Een lokaal recidief ontstaat altijd op dezelfde plaats als de eerste tumor
  • het opsporen van nieuwe uitzaaiingen in andere organen
  • controle op mogelijke nieuwe darmpoliepen of tumoren
  • het in kaart brengen en behandelen van de gevolgen van de behandeling
  • het tijdig onderkennen van eventuele problemen, bijvoorbeeld met de verwerking van de diagnose en ingreep
  • het, zo nodig, bieden van psychosociale zorg.

De behandeling van endeldarmkanker is volop in verandering, hierdoor zal de follow-up in de komende jaren ook gaan veranderen en steeds meer maatwerk worden. Aan het begin van het follow-up traject hoort u waar de follow-up uit zal bestaan, hoe vaak controles plaatsvinden en door wie ze worden uitgevoerd.

Sommige mensen vinden het een prettig en veilig idee om regelmatig naar het ziekenhuis terug te gaan. Anderen zien juist erg op tegen deze controlemomenten. Bij iedere controleafspraak spelen angst en onzekerheid onvermijdelijk weer op. Na vijf jaar is de kans op terugkeer van de ziekte zo klein geworden dat het niet zinvol meer is om daar onderzoek naar te doen. De arts controleert u dan alleen nog op nieuwe poliepen of nieuwe tumoren.

Tevreden over onze informatie?

De Maag Lever Darm Stichting zet zich in om endeldarmkanker te voorkomen, te bestrijden en de gevolgen ervan voor patiënten te verminderen. Wij zijn daarvoor volledig afhankelijk van donaties. Helpt u mee?

Ontvang 1x per maand onze gratis e-mail nieuwsbrief

Naar boven