Monoklonale antilichamen

Wat zijn monoklonale antilichamen?

Antilichamen zijn stoffen die door het afweersysteem aangemaakt worden. Ze worden ook wel antistoffen genoemd. Antilichamen kunnen indringers zoals bacteriën of virussen herkennen en ‘aanvallen’. Monoklonale antilichamen zijn antilichamen die in een laboratorium worden nagemaakt. Soms kunnen deze stoffen als medicijn worden gebruikt omdat ze specifieke eiwitten op kankercellen kunnen herkennen en eraan binden. Hierdoor kunnen de eigen afweercellen de kankercellen vervolgens vernietigen. De kankercellen worden als het ware herkenbaar gemaakt voor het eigen afweersysteem en kunnen de groei van de kankercellen gericht remmen.

Twee voorbeelden van deze medicijnen zijn:

  • VEGF-remmers (Vasculaire Endotheliale Groeifactor)
    Deze medicijnen verminderen de vorming van nieuwe bloedvaten in de kankercellen. Een tumor heeft bloed(vaten) nodig om te kunnen groeien. Als dit proces wordt geremd, kan de tumor niet verder groeien.
  • EGFR-remmers (Epidermale Groeifactor Receptor)
    Deze medicijnen remmen de deling van de kankercellen. Zo wordt de groei en uitbreiding van kankercellen tegengegaan.

Met name patiënten met gevorderde uitgezaaide darmkanker worden behandeld met deze monoklonale antilichamen. Dit gebeurt vrijwel altijd in combinatie met chemotherapie.

RAS-test

Er bestaan verschillende soorten monoklonale antilichamen. Om te bepalen voor welk soort monoklonaal antilichaam u in aanmerking komt, wordt vooraf de RAS-test gedaan. Dit is een test waarbij het genetisch materiaal van de tumor wordt onderzocht op de aanwezigheid van een verandering in een specifiek stukje DNA. Een verandering wordt ook wel een mutatie genoemd. Door een mutatie kan een tumor anders en sneller gaan groeien en anders reageren op behandeling met bepaalde medicijnen. Met de RAS-test wordt bepaald of de darmtumor veranderingen heeft in het RAS-gen. Een deel van de patiënten met uitgezaaide darmkanker heeft een mutatie van het RAS gen.

Met de uitslag van de RAS-test kan de arts bepalen op welke monoklonale antilichamen u het beste reageert en in overleg met u beslissen over de juiste behandeling. Zo wordt u doelgericht behandeld met de beste kansen op een periode zonder verdere verspreiding van de tumor(-en).
Monoklonale antilichamen worden aan de behandeling met chemotherapie toegevoegd.

De RAS-test wordt door het hele land toegepast in het laboratorium van het ziekenhuis of een centrum in de omgeving.

Behandelingskeuzes op basis van RAS test

  1. RAS gen met mutatie
    Wanneer er bij een uitgezaaide darmkanker een mutatie in het RAS gen is aangetoond, dan wordt gekozen voor een behandeling met bevacizumab (Avastin®) in combinatie met chemotherapie is. Bevacizumab valt onder de groep van de zogenoemde VEGF-remmers
  2. RAS gen zonder mutatie (Wildtype RAS)
    Bij een uitgezaaide darmkanker waarbij er geen mutatie in het RAS gen is aangetoond (zogenaamd wildtype RAS), zijn er verschillende behandelingsmogelijkheden. Afhankelijk van de algehele conditie en prognose van de patiënt kan de arts een keuze maken tussen een combinatie van chemotherapie met één van de volgende drie monoklonale antilichamen, namelijk:
    • bevacizumab (Avastin®)
    • cetuximab (Erbitux®)
    • panitumumab (Vectibix®)

Bevacizumab valt onder de groep van de zogenoemde VEGF-remmers en cetuximab en panitumumab vallen onder de groep van de EGFR-remmers.
Meer informatie over de RAS-test is te vinden op: www.rastest.nl

Ontvang 1x per maand onze gratis e-mail nieuwsbrief

Naar boven