Dr. Brosens onderzoekt vroege opsporing alvleesklierkanker

Gepubliceerd op: 29 januari 2016

Dr. Lodewijk Brosens gaat met zijn onderzoek de komende vier jaar de eerste, grote stap zetten naar een oplossing voor het probleem met alvleesklierkanker, dat meestal (te) laat ontdekt wordt: een test die kwaadaardige alvleeskliertumors tijdig herkend.

Hij gelooft heilig in het voorkomen, liever dan genezen. Iets wat hem de meest geschikte kandidaat maakt voor een onderzoek naar vroege opsporing en het voorkomen van alvleesklierkanker. Een verraderlijk soort kanker die, met de kennis van nu, in de meeste gevallen te laat ontdekt wordt om zelfs maar te kunnen behandelen.

Een genetische test om
alvleesklierkanker
te voorkomen. Dat is mijn 
toekomstvisie.

Hoe kan het dat alvleesklier-kanker zo laat wordt ontdekt?

"De alvleesklier ligt diep in het lichaam en patiënten ervaren meestal pas laat klachten van een kwaadaardige tumor in de alvleesklier. Daarom komt het vaak pas in een gevorderd stadium aan het licht.

Net als bij darmkanker ontstaat alvleesklierkanker echter uit zogenaamde 'voorloperafwijkingen'. Bij darmkanker zijn dat de poliepen, die we via het bevolkingsonderzoek proberen op te sporen. Deze poliepen zijn (nog) goedaardig, maar kunnen uitgroeien tot een kwaadaardige tumor. Dan heb je kanker. Door deze 'voorloperafwijkingen' op tijd te verwijderen kan kanker worden voorkomen.

Alvleesklierkanker ontstaat ook uit voorloperafwijkingen. Deze zijn meestal heel klein en met de huidige technieken niet op te sporen. Sommige voorloperafwijkingen zijn echter te zien op een MRI of CT-scan als cyste. Deze kunnen vage buikklachten geven maar worden ook vaak per toeval ontdekt, bijvoorbeeld doordat iemand voor iets anders een scan krijgt en de alvleesklier toevallig ook wordt afgebeeld.

Als zo’n cyste wordt ontdekt moet de dokter een afweging maken of het een goedaardige cyste is en deze kan blijven zitten of dat het een  cyste is met een hoog risico  op het vormen van kanker en dus door de chirurg verwijderd  moet worden. Met de huidige beeldvormingstechnieken zoals CT of MRI is de kwaadaardigheid van een cyste echter niet goed te voorspellen. Vaak wordt dus het zekere voor het onzekere genomen en wordt de patiënt geopereerd.

Dat is heel heftig, want een operatie aan de alvleesklier is erg zwaar, heeft vervelende bijeffecten en hoge complicatierisico's. Vaak blijkt na de operatie uit het onderzoek van het operatiepreparaat door de patholoog echter dat het toch een goedaardige cyste was die misschien even goed vervolgd had kunnen worden en een operatie misschien dus niet nodig was geweest. Dat betekent dus dat er waarschijnlijk vaak onnodig geopereerd wordt.

Het beter kunnen bepalen of een cyste potentieel kwaadaardig of goedaardig is, is dus van groot belang om aan de ene kant patiënten met een kwaadaardige cyste adequaat te behandelen, maar ook om patiënten met een goedaardige cyste niet te hoeven opereren."

Lodewijk%20Brosens%2033%20MvdD

Waarom is het zo belangrijk om die 'voorloperafwijkingen' beter te leren kennen?

"Ten eerste om die 'onnodige' operaties te voorkomen. De kans dat iemand ernstige klachten houdt of zelfs overlijdt aan zo'n operatie, in plaats van aan  alvleesklierkanker zelf is heel reëel. Momenteel kunnen we echter nog te slecht vooraf bepalen of een patiënt wel of niet geopereerd moet worden en is dit dus onvermijdelijk.

Ten tweede is het bij alvleesklierkanker in het bijzonder erg belangrijk om vroege opsporing te bevorderen. De kansen op overleving zijn namelijk ontzettend gering wanneer de ziekte niet op tijd wordt ontdekt.

Slechts 20 tot 30% van de mensen die met (op alvleesklierkanker wijzende) klachten - zoals rugpijn, geelzucht, vage buikklachten en plotseling gewichtsverlies- bij de dokter komt, kan überhaupt geopereerd worden! Bij de msste mensen is de ziekte dus al dus al in een te ver gevorderd stadium waardoor een curatieve behandeling, gericht op genezing, niet meer mogelijk is.

 

De enige optie is dan nog palliatieve behandeling, gericht op het remmen van de tumorgroei en het verminderen van klachten. Meestal hebben deze mensen nog maar een half jaar tot een jaar te leven. De patiënten die nog wel geopereerd kunnen worden hebben iets betere overlevingskansen maar deze zijn nog steeds klein.

Het is dus heel belangrijk om deze vorm van kanker eerder te ontdekken en te behandelen, of, nog beter, als het nog in een voorloperstadium is, dan neemt de kans op overleving enorm toe. Daarom wil ik met mijn onderzoek onze kennis van deze voorloperafwijkingen vergroten."

Maar 20 tot 30% van de alvleesklierkanker-patiënten die met de eerste klachten bij de dokter komt, kan überhaupt nog geopereerd worden!

Hoe pakken jullie dat aan?

"We hebben een unieke groep weefsels van kwaadaardige voorloperafwijkingen van over de hele wereld verzameld. Hierin bestuderen we alle genetische veranderingen in de voorloperafwijkingen en in de hieruit ontstane kanker.

We hopen hierdoor de genetische veranderingen te ontdekken die leiden tot het kwaadaardig worden van een voorloperafwijking. Zo leren we dit mechanisme beter kennen, en kunnen we wellicht beter gaan voorspellen of zo'n voorloper zich gaat ontwikkelen tot kanker, of niet."

Lodewijk%20Brosens%2044B%20MvdD

Wat betekent dit voor de patiënt op de lange termijn?

"De bedoeling is dat er op dit basisonderzoek een volgende fase volgt. Met de kennis die we nu verkrijgen, kunnen in de toekomst nieuwe testen worden ontwikkeld voor de opsporing van kwaadaardige voorloperafwijkingen en vroege vormen van alvleesklierkanker. Bij een dergelijke test kan een MDL-arts met een naald vocht uit de voorloperafwijking in de alvleesklier halen. In dit vocht kunnen dan genetische veranderingen worden bepaald die iets vertellen over hoe de afwijking in de alvleesklier zich gaat ontwikkelen. 

Hiermee kan dan een veel betere afweging worden gemaakt of een patiënt moet worden geopereerd of niet. Patiënten met een hoog risico op het ontwikkelen van  een kwaadaardige tumor kunnen hierdoor ook adequater worden behandeld.

Helaas kunnen we dit niet allemaal meteen in één onderzoek voor elkaar krijgen – daar is te weinig tijd en geld voor in vier jaar.

Mijn uiteindelijke visie voor de toekomst van de patiënt is: een goede, betrouwbare genetische test om te kunnen zien hoe een alvleesklierafwijking zich gaat ontwikkelen en daarmee bij te dragen een het voorkomen van kanker en van onnodige operaties van goedaardige voorloperafwijkingen."

Hoe helpt de Maag Lever Darm Stichting daar bij?

"De Career Development Grant die ik voor dit onderzoek kreeg, is een grote steun in de rug. Zeker voor jonge academici als ik is het lastig om aan subsidie voor onderzoek te komen - maar des te mooier om bij te dragen aan belangrijk onderzoek.

Zeker bij onderzoek naar alvleesklierkanker is het belangrijk dat dit soort financieringen bestaan. Een nationaal bevolkingsonderzoek zoals bij darmkanker zal er nooit komen, omdat alvleesklierkanker veel minder vaak voorkomt en we nog te weinig weten van de voorloperafwijkingen. Zo'n grootschalige screening zal dus nooit kosten-effectief zijn. 

Andere manieren om vroeg op te sporen zijn daarom hard nodig. Het is mooi dat er bij de Maag Lever Darm Stichting oog is voor minder voorkomende aandoeningen als deze en dat vroege opsporing zo hoog in het vaandel staat.

De meeste kosten bij een patiënt zitten hem namelijk in de laatste maanden van zijn leven, waarin hij palliatief behandeld wordt. Dat kan mijns inziens beter geïnvesteerd worden in  vroege opsporing en het voorkomen van alvleesklierkanker. Je bereikt daar een aanzienlijk grotere overlevingswinst mee. Daar gaan we voor."

We gaan voor een aanzienlijk
grotere overlevingswinst.

Bron: Maag Lever Darm Stichting

Ontvang 1x per maand onze gratis e-mail nieuwsbrief

Naar boven