Biologische medicijnen veelbelovend in behandeling syndroom van Sjögren

Gepubliceerd op: 23 december 2014

Biologische medicijnen veelbelovend in behandeling syndroom van Sjögren

Twee nieuwe medicijnen (zogenaamde biologicals) zijn veelbelovend in de behandeling van het syndroom van Sjögren. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Petra Meiners aan de Rijksuniversiteit Groningen. Biologicals beïnvloeden het afweersysteem waardoor onder andere ontstekingen afnemen.

Mensen met het syndroom van Sjögren hebben last van chronisch ontstoken klieren waaronder de traan- en speekselklieren. Hierdoor hebben zij constant droge ogen en een droge mond. Daarnaast kunnen ook andere organen aangetast zijn zoals de nieren en de longen. Vermoeidheid en spier- en gewrichtspijn zijn veel voorkomende klachten bij deze aandoening.

Het syndroom van Sjögren is een auto-immuunziekte. Dit betekent dat het afweersysteem lichaamseigen weefsels niet als lichaamseigen herkent en aanvalt met ontsteking als gevolg. Maar waarom dit gebeurt is nog niet bekend. Sjögren komt bij 0,5-1% van de wereldbevolking voor en negen keer zo vaak bij vrouwen. Er is tot nu toe nog geen behandeling, artsen kunnen alleen de symptomen bestrijden.

'Biologicals'
Met de komst van biologicals is er mogelijk een nieuwe manier om Sjögren te behandelen. Biologicals zijn geneesmiddelen die zeer specifiek aangrijpen op onderdelen van het afweersysteem, met name op cytokines. Cytokines zijn signaalstoffen die voornamelijk worden door het afweersysteem worden aangemaakt. Deze stoffen zetten allerlei reacties in gang met ontsteking als gevolg.

Biologicals zijn natuurlijke of kunstmatige eiwitten die een biologische binding aangaan met de cytokines (vandaar de naam biologicals). Hierdoor werken de cytokines niet meer goed. Voorbeelden van biologicals zijn rituximab (gericht tegen B-cellen) en abatacept (remming van de activatie van T-cellen).

Onderzoek
In dit onderzoek zijn rituximab en abatacept getest. Om het effect van beide biologicals te meten werden twee nieuwe meetmethodes gebruikt: de ESSDAI (EULAR Sjögren's Syndrome Disease Activity Index) en de ESSPRI (EULAR Sjögren's Syndrome Patient Reported Index). De ESSPRI is een korte vragenlijst die de patiënt zelf invult. De ESSDAI wordt ingevuld door de behandelend arts. Met deze checklists kun je de ernst van Sjögren en het effect van de medicijnen op dezelfde manier in kaart brengen. Zo kun je de uitslagen van meerdere medicijnstudies makkelijker met elkaar vergelijken.

Rituximab
Van de 30 mensen die meededen aan het onderzoek naar het effect van rituximab, werden 20 deelnemers behandeld met rituximab en 10 mensen met een placebo (neppil).

Rituximab resulteerde in een verminderde ziekteactiviteit, een verbeterde speekselklierfunctie en minder vermoeidheid. De meeste verbeteringen werden 12 tot 36 weken na de behandeling met rituximab waargenomen.

Omdat de resultaten zo veelbelovend waren, werd het onderzoek bij vijftien deelnemers herhaald om te kijken naar de effecten van herbehandeling met rituximab. De herbehandeling zorgde voor vergelijkbare gunstige effecten. De ziekte activiteit gemeten met de ESSDAI nam af, wel waren de ervaringen van de patiënt zelf iets minder positief dan na de eerste behandeling met rituximab. Het doel van herbehandeling is zorgen voor een langdurige werking en voorkomen dat klachten ernstiger worden (opvlammingen). Er moet dus worden uitgezocht wat het beste moment is om iemand opnieuw te behandelen met rituximab.

Abatacept
In een andere studie werden 15 mensen met Sjögren met abatacept behandeld. De ziekteactiviteit en hoeveelheid afweerstoffen in het bloed waren afgenomen tijdens de behandeling en stegen weer nadat de behandeling gestopt was. Er werd (in tegenstelling tot de behandeling met rituximab) geen verbetering in de speeksel- en traanklierfunctie gezien. Wel was er een afname in vermoeidheid en verbetering in kwaliteit van leven; de met de ESSDAI gemeten verbetering was meer uitgesproken dan na de behandeling met rituximab.

Conclusie
Een belangrijke conclusie is dat de behandeling van rituximab veelbelovend is. Ook de behandeling met abatacept blijkt effectief en veilig te zijn. Aanvullend onderzoek is nodig om te zien welke biological het beste kan worden gebruikt bij welke patiënt en op welk tijdstip in het ziekteproces. Want hoe korter de ziekteduur, des te meer verbetering was er zichtbaar bij de deelnemers na behandeling. Daarnaast blijkt dat de nieuwe meetmethoden uitstekende hulpmiddelen zijn voor de uitvoer van aanvullend onderzoek.

Schrijf u in voor de nieuwsbrief

Naar boven