Vroege opsporing alvleesklierkanker

Gepubliceerd op: 11 februari 2019

Alvleesklierkanker vroeg opsporen op de best mogelijke manier

Alvleesklierkanker is een ziekte met slechte vooruitzichten. Maar 7 op de 100 patiënten zijn vijf jaar na de diagnose nog in leven. Dr. Inge de Kok en prof. dr. Marco Bruno van het Erasmus MC vergelijken verschillende manieren om alvleesklierkanker vroeg op te sporen bij mensen met een verhoogd risico. Daarmee hopen zij de sterfte door alvleesklierkanker te verminderen. Tegelijk willen ze bepalen hoe mensen met een verhoogd risico zo min mogelijk belast kunnen worden met controles. In hun onderzoek ontwikkelen ze daarvoor een computermodel. Het onderzoek is gestart in 2018 en heeft een looptijd van 4 jaar.

Gevaar van alvleesklierkanker

Helaas wordt alvleesklierkanker vaak laat ontdekt, omdat patiënten pas in een laat stadium van de ziekte symptomen krijgen. Daardoor zijn een operatie en genezing vaak niet meer mogelijk. Dit zorgt ervoor dat de overlevingskansen heel slecht zijn. Bruno:

“Je moet er dus alles aan doen om de vooruitzichten beter te maken. Dat kan op verschillende manieren. Je kunt bijvoorbeeld de behandeling beter maken. Wij zitten precies aan de andere kant van het spectrum. Wij willen kijken of we alvleesklierkanker nóg eerder en beter kunnen opsporen bij mensen met een verhoogd risico.”

Inge de Kok en Marco Bruno Kasper Overbeek(2)

Er zijn twee groepen mensen die een verhoogd risico hebben op alvleesklierkanker. De eerste groep zijn mensen die erfelijk belast zijn, bij wie in de familie vaker alvleesklierkanker voorkomt. De tweede groep zijn mensen die een met vocht gevulde holte (een cyste) hebben in de alvleesklier. De Kok vertelt: “Het risico is in beide groepen heel anders. Mensen die erfelijk belast zijn, hebben een zeer sterk verhoogd risico. Bij mensen die een cyste hebben in de alvleesklier, weten we eigenlijk niet precies hoe het verhoogde risico er uitziet.”

In zo’n vijf tot tien procent van de gevallen lijkt erfelijke aanleg een rol te spelen bij het ontstaan van alvleesklierkanker. Hier kun je zelf niks aan doen. Er kan sprake zijn van een erfelijke aanleg als meer dan twee directe familieleden alvleesklierkanker hebben. In dat geval kunt u overleggen met uw specialist of screening van uw familieleden nodig is. Dit betekent dus niet dat je altijd erfelijk belast bent als iemand in jouw familie alvleesklierkanker heeft(gehad).

Risico groepen screenen

“Mensen uit deze risicogroepen kunnen gescreend worden. Daarmee kun je een afwijking heel vroeg opsporen, nog ver voor de persoon symptomen heeft”, legt Bruno uit. Het is nog niet duidelijk wat de beste screeningsstrategie is. Nu worden mensen met een verhoogd risico elk jaar of elke twee jaar gecontroleerd. Dit is misschien helemaal niet de beste manier. Mensen met een cyste hebben maar heel weinig kans, ongeveer 1 tot 2%, om ooit alvleesklierkanker te ontwikkelen.

De Kok: “Marco en zijn collega’s zijn, samen met Amerikaanse samenwerkingspartners, al ruim tien jaar geleden begonnen met het verzamelen van gegevens van de twee risicogroepen.” Van meer dan 800 mensen zijn gegevens verzameld.

“Met die informatie gaan we nu een computermodel ontwikkelen dat berekent wat de beste screeningsstrategie is voor de verschillende risicogroepen.”

Screening op maat

De onderzoekers willen mensen met een verhoogd risico zo min mogelijk belasten met controles, en tegelijk alvleesklierkanker en voorstadia zo goed mogelijk opsporen. Het model gaat de optimale strategie berekenen voor beide risicogroepen. Bruno: “Stel je voor: we hebben een groep vrouwen die roken, boven de 50 jaar zijn en erfelijk belast zijn. Dan zegt het model bijvoorbeeld: deze vrouwen moet je elk jaar screenen. Een andere groep vrouwen is onder de 50 jaar, zij roken niet en hebben cysten. Dan laat het model zien: zij hoeven slechts om de vijf jaar voor screening te komen.”

De Kok: “Het is heel interessant dat we met dit model straks voor beide risicogroepen de optimale screeningsstrategie kunnen bepalen. Zo redden we zoveel mogelijk levens, met de minste belasting voor de patiënt.”

Prof. dr. Marco Bruno is sinds 2008 MDL-arts bij het Erasmus MC en in 2013 werd hij hoofd van de MDL-afdeling. Naast zijn werk als arts, doet prof. dr. Bruno onderzoek. Hij richt zich hierbij vooral op de diagnostiek en behandeling van kanker aan de alvleesklier en galwegen. Vanaf 2010 is hij hoogleraar Gastrointestinale Oncologie (kanker aan het spijsverteringskanaal).

Marco Bruno
Dr. Inge de Kok

Dr. Inge de Kok is sinds 2015 onderzoeker bij de afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg van het Erasmus MC. In 2007 startte zij haar onderzoek bij het Erasmus MC. Ook werkte ze bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Tijdens haar carrière heeft ze veel ervaring opgedaan met het maken van computermodellen. Dit heeft ze bijvoorbeeld gedaan voor baarmoederhalskanker.

Ontvang 1x per maand onze gratis e-mail nieuwsbrief

Naar boven