Home / Ziekten / Kortedarmsyndroom

Beschrijving van Kortedarmsyndroom


Download Informatie over Kortedarmsyndroom

Synoniemen

Short bowel
Short bowel syndroom

De dunne darm
In de dunne darm vindt het belangrijkste deel van de voedselvertering plaats. Belangrijke voedingsstoffen worden via de wand van de dunne darm aan het lichaam afgegeven. Het lichaam heeft deze voedingsstoffen onder andere nodig voor energie en als bouwstof om te kunnen groeien. Dat wat over is, een waterdunne brij van onverteerbare voedselresten, verlaat de dunne darm en komt in de dikke darm terecht.

De dikke darm is ruim een meter lang en gaat over in de endeldarm. De endeldarm is het laatste deel van het spijsverteringskanaal. In de dikke darm worden vocht, zouten en mineralen aan de ontlasting onttrokken waardoor deze indikt. Zo ontstaat uiteindelijk een soepele ontlasting. Deze wordt tijdelijk opgeslagen en komt in de endeldarm. Op dat moment krijgt u aandrang om naar het toilet te gaan.

Wat is het kortedarmsyndroom?
Het kortedarmsyndroom wordt gekenmerkt door een tekort aan goed functionerend darmweefsel. Normaal gesproken heeft een volwassen persoon een dunne darm van ongeveer vijf meter lang en een dikke darm van ruim een meter. De dikke darm gaat over in de endeldarm.     

Bij het kortedarmsyndroom is met name de dunne darm grotendeels afwezig of de dunne darm functioneert niet. De dunne darm heeft een grote reservecapaciteit. Het verwijderen van ongeveer de helft van de dunne darm geeft doorgaans nauwelijks klachten. We spreken van het kortedarmsyndroom als u minder dan ongeveer twee meter dunne darm heeft. Als u minder dan twee meter dunne darm heeft, kunnen verschillende klachten ontstaan. Met name de verminderde opname van voedingsstoffen kan problemen veroorzaken. Deze verminderde opname van belangrijke voedingsstoffen wordt ook wel malabsorptie genoemd. Jonge kinderen kunnen nog goed groeien met veel minder dan twee meter dunne darm. Dit komt door het grote aanpassingsvermogen van de darm op jonge leeftijd.

De dunne darm heeft dus een grote reservecapaciteit. Daarnaast heeft zowel de dunne darm als de dikke darm een aanpassingsvermogen. Dit wordt ook wel adaptatie genoemd. Door het aanpassingsvermogen kunnen de dunne en dikke darm functies overnemen van het deel van de darm dat verwijderd is. Hierdoor nemen klachten vaak af in de maanden en jaren na een operatie. Bij kinderen is het aanpassingsvermogen meestal groter dan bij volwassenen.




Vragen?

Gerelateerde ziekten Kortedarmsyndroom

Deel deze informatie