Zoeken in WO bij de MLDS
Meer informatie
De Maag Lever Darm Stichting wil maag-, darm- en leverziekten helpen voorkomen en bestrijden en de kwaliteit van leven van patiënten verbeteren. Om dit doel te bereiken kunnen Nederlandse onderzoekers één keer per jaar subsidie aanvragen bij de Maag Lever Darm Stichting.
Hier kunt u meer lezen over de onderzoeksprojecten waaraan de afgelopen 5 jaar subsidie is verleend.
Leidt een verstoorde maagontlediging tot leververvetting?
Projectleider: Dr. F. Stellaard - Universitair Medisch Centrum, Groningen
Start: Uiterlijk 1 maart 2011
Oorspronkelijke titel: Impaired gastrointestinal motility is a major cause of reduced enterohepatic cycling of bile salts and may lead to impaired glucose and lipid metabolism
Samenvatting
Gal wordt in de lever geproduceerd en opgeslagen in de galblaas. Als er voedsel vanuit de maag komt, wordt er gal vanuit de galblaas in de darmen gebracht om te helpen met verteren. In de gal zitten zogenaamde galzouten. Het lichaam gaat hier zuinig mee om. Het merendeel wordt namelijk weer opgenomen uit de darm door de darmcellen en via het bloed teruggevoerd naar de lever. Daar wordt het uit het bloed gehaald en komt het weer in de gal terecht. Er is dus een kringloop van galzouten in het lichaam.
Gal wordt toegevoegd aan de voedselbrij in de darm, wanneer de halfverteerde voedselbrij uit de maag in de darm komt. Deze maagontlediging bepaalt dus de hoeveelheid afgegeven gal. En daarmee bepaalt de maagontlediging ook de hoeveelheid galzouten die door de darmen weer opgenomen wordt en teruggaat naar de lever.
Hoe meer galzouten er in de lever zijn, hoe hoger de glucose- en vetstofwisseling. Dat wil zeggen dat minder galzouten daardoor wellicht kunnen zorgen voor een hoge concentratie van glucose en vet in het bloed. Dit kan dan zorgen voor leververvetting.
In dit project wordt gekeken bij mensen met een verstoorde maagontlediging, hoe dit effect heeft op de afgifte van gal door de galblaas en daarmee op de hoeveelheid galzouten die tussen lever en darm circuleren. Dan wordt gekeken of dit leidt tot verhoogde concentraties van glucose en vet in het bloed en van vet in de lever. Uiteindelijk kan bepaald worden of patiënten met een verstoorde maagontlediging inderdaad een grotere kans op leververvetting hebben.










