Over wetenschappelijk onderzoek
De Maag Lever Darm Stichting wil maag-, darm- en leverziekten helpen voorkomen en bestrijden en de kwaliteit van leven van patiënten verbeteren. Dit doet zij onder andere door het financieren van wetenschappelijk onderzoek. Maar wat is wetenschappelijk onderzoek nu eigenlijk?
Wetenschappelijk onderzoek begint altijd met een vraag. Dit kan bijvoorbeeld zijn: “Hoe ontstaat deze ziekte?” of “Werkt dit nieuwe medicijn beter dan het oude?”. De zoektocht naar het antwoord is het wetenschappelijk onderzoek. Afhankelijk van de vraag die men wil beantwoorden verloopt het onderzoek op verschillende manieren. Meestal verloopt het wetenschappelijk onderzoek via de onderstaande stappen.
De basis
Vaak begint wetenschappelijk onderzoek in een laboratorium. Daar werken onderzoekers die zich het volgende afvragen: “Wat gebeurt er normaal in het lichaam en wat gaat er mis waardoor deze ziekte ontstaat?” Zo komen ze meer te weten over de ziekte. En kunnen er dus oplossingen voor de ziekte bedacht worden.
Van basis naar praktijk
Die basiskennis moet uiteindelijk leiden tot een praktische toepassing. Iets waar de patiënt iets aan heeft. Zoals bijvoorbeeld een medicijn, waarmee de ziekte kan worden genezen. Of een test, die de ziekte op kan sporen. Dit gebeurt nog allemaal in het laboratorium.
Als er een nieuw medicijn is gemaakt, zal dit eerst uitgebreid getest worden in het laboratorium. Daarna moet het op proefdieren getest worden. Dat moet volgens de wet. Meestal worden hiervoor muizen gebruikt.
Alleen als alle vorige testen goede resultaten geven zal de nieuwe behandeling of het medicijn bij mensen onderzocht worden. Dat noemen we klinisch onderzoek. Tussen het eerste idee in het laboratorium en het eerste klinische onderzoek zit vaak meer dan 10 jaar.
Klinisch onderzoek
Voordat een behandeling algemeen gebruikt wordt, moet het nog in mensen worden onderzocht. Dat gebeurt met behulp van vrijwilligers. Dit kunnen patiënten of gezonde mensen zijn. Zij worden ook proefpersonen genoemd.
Bij klinisch onderzoek vergelijken de onderzoekers meestal de nieuwe behandeling met de behandeling die al gebruikt wordt. Een nieuw medicijn wordt dan bijvoorbeeld vergeleken met het medicijn dat op dat moment al voor de ziekte wordt gebruikt. Maar ook een nieuwe operatietechniek kan vergeleken worden met de oude manier.
Soms is het bij klinisch onderzoek naar medicijnen nodig dat de ene groep een neppil krijgt (placebo) en de ander groep het nieuwe middel. U weet dan niet in welke groep u zit. Ook de onderzoeker weet dat vaak niet. Dit heet ‘dubbelblind’.
Bij geneesmiddelen-onderzoek bestaat het klinische onderzoek uit vier fases:
- Fase 1: de veiligheid van het middel wordt onderzocht bij gezonde vrijwilligers
- Fase 2: de werkzaamheid van het middel wordt getest bij een kleine groep patiënten. Er wordt gekeken welke veilige dosis het beste werkt
- Fase 3: het middel wordt aan een grote groep patiënten gegeven en er wordt gekeken of dit beter werkt dan de gebruikelijke behandeling
Als het geneesmiddel de drie fases goed heeft doorlopen kan het middel worden geregistreerd en worden voorgeschreven.
- Fase 4: het middel wordt na registratie nog verder onderzocht op o.a. bijwerkingen op de lange termijn, het gebruik bij andere aandoeningen of het gebruik samen met andere middelen
Meedoen aan klinisch onderzoek
U kunt aan uw arts vragen of er een klinisch onderzoek wordt gedaan waar u aan mee kunt doen. U moet dan voldoen aan alle eisen voor deelname.
Een arts kan ook aan u vragen of u mee wilt doen aan een onderzoek. U beslist altijd zelf of u meedoet aan een onderzoek. U bent nooit verplicht om mee te doen.












