Home / Operaties / Levertransplantatie / Na de operatie

Na de operatie


Download Informatie

Na de operatie gaat u naar de intensive care. Op deze afdeling krijgt u intensieve zorg en worden al uw vitale functies (zoals de bloeddruk en ademhaling) goed in de gaten gehouden. U hebt verschillende slangen in uw lichaam, die zorgen voor de afvoer van wondvocht, maagsap en urine. Ook hebt u een infuus voor het toedienen van vocht en medicijnen. In uw mondholte zit een buis voor de beademing, waardoor u niet kunt praten. Zodra u goed wakker bent en in staat bent om zelf te ademen, wordt de buis verwijderd. Gemiddeld blijven patiënten na een levertransplantatie twee tot drie dagen op de intensive care. Vervolgens gaat u naar een verpleegafdeling. Hier blijft u waarschijnlijk twee tot drie weken, afhankelijk van uw herstel.

Na de operatie krijgt u verschillende routine onderzoeken. Deze zijn bedoeld om complicaties en infecties op te sporen en uw lichamelijke conditie te controleren. De eerste weken wordt er regelmatig onderzoek gedaan, zoals bloedonderzoek, urineonderzoek en een echo van de lever. Ook na ontslag uit het ziekenhuis zult u regelmatig terugkomen voor controle. Na zes en twaalf maanden (en daarna jaarlijks) vindt een grote controle plaats in het ziekenhuis.

Om uw conditie zo goed mogelijk te houden, is het belangrijk dat zo snel mogelijk na de operatie wordt gestart met sondevoeding. Sondevoeding krijgt u via een slangetje in uw neus, omdat u direct na de operatie nog niet direct zelf kunt eten. Als sondevoeding niet mogelijk is, krijgt u voeding via het infuus. Wanneer u de sondevoeding goed verdraagt, mag u starten met het eten van vloeibare voeding zoals pap, vla en soep. Langzaam zult u overgaan naar meer vaste en normale voeding. Een diëtist zal u begeleiden in dit proces. Meer informatie vindt u in onze brochures over sondevoeding.

Complicaties
Voorafgaand aan de operatie zal de arts of chirurg de mogelijke complicaties en risico’s van een levertransplantatie uitvoerig met u bespreken. Na de levertransplantatie kan een algemene complicatie optreden, bijvoorbeeld trombose, wondinfectie of complicaties door de narcose. Er kunnen ook complicaties optreden die specifiek zijn voor levertransplantatie. Bijvoorbeeld een nabloeding, gallekkage, een afsluiting van één van de aanvoerende bloedvaten of afstoting van de donorlever.

Afstoting van de nieuwe lever
Nadat de donorlever in het lichaam is getransplanteerd, kan het voorkomen dat het lichaam de nieuwe lever niet als ‘lichaamseigen’ herkent. Er vindt dan een afweerreactie plaats. Dit wordt ook wel afstoting genoemd. Na de transplantatie wordt daarom altijd direct gestart met het toedienen van medicijnen (immunosuppressiva) die deze afweerreactie onderdrukken. Deze medicijnen moeten levenslang worden gebruikt. De kans op afstoting en infectie is daardoor kleiner. Helaas blijft deze kans wel altijd aanwezig. Soms zijn daardoor hogere doseringen medicijnen of een nieuwe ziekenhuisopname noodzakelijk.

De eerste drie maanden na een levertransplantatie zijn het meest kritisch in het genezingsproces. Toch kunnen ook na drie maanden nog afstotingsverschijnselen of infecties ontstaan.

Door het gebruik van medicijnen, met name de immunosupressiva, kunt u last krijgen van bijwerkingen. De meest voorkomende bijwerkingen zijn:

• De medicijnen onderdrukken uw afweersysteem. Daardoor vermindert uw weerstand tegen infecties. U kunt dus gemakkelijker ziek worden door besmetting met een bacterie of virus;
• Maag- en darmklachten, zoals misselijkheid en diarree;
• Verhoogde bloeddruk is een mogelijke bijwerking. De arts kan hiervoor bloeddrukverlagende medicijnen voorschrijven;
• U kunt diabetes (suikerziekte) krijgen, waardoor u insuline moet gebruiken. Dit kan een tijdelijke bijwerking zijn van de medicijnen;
• Botontkalking kan ontstaan door gebruik van prednisolon;
• Er kunnen nierfunctiestoornissen ontstaan;
• U kunt last krijgen van trillende handen en/of voeten;
• U kunt dikker worden, onder andere doordat u meer vocht vasthoudt en door een toename van de eetlust door de medicijnen. Vooral in het eerste jaar kunt u een dikker gezicht krijgen;
• Extra haargroei op het gezicht en de rest van het lichaam kan een vervelende bijwerking zijn van prednisolon en cyclosporine.

 Wanneer u last krijgt van bijwerkingen, bespreek deze dan altijd met uw arts.




Vragen?

Meer informatie over Levertransplantatie

Voor lotgenotencontact en informatie: Nederlandse Leverpatiënten Vereniging (NLV); telefoon: 033-4220981; internet www.leverpatientenvereniging.nl
Deel deze informatie