Home / Nieuws / Nieuwsberichten

Vragen

Westerse voeding en darmkanker

maandag 17 september 2007

Er is een verband tussen dikkedarmkanker en Westerse voeding, dat is al diverse keren aangetoond. Om welke voedingsmiddelen het precies gaat, en hoe groot  het verband is, blijft echter onduidelijk. Een Amerikaans medisch tijdschrift publiceert deze maand dat een Westers voedingspatroon ook nadelig lijkt voor de vooruitzichten van (ex)darmkankerpatiënten.

Dikkedarmkanker is één van de meest voorkomende kankersoorten in de Westerse wereld. In niet-westerse landen komt dikkedarmkanker veel minder vaak voor. Dat heeft weinig of niets te maken met erfelijke aanleg: bij Indonesische mensen die naar Nederland verhuizen, komt dikkedarmkanker binnen één à twee generaties even vaak voor als bij Nederlanders.

Dit suggereert dat omgevingsfactoren een grote rol spelen bij het ontstaan van dikkedarmkanker. Met omgevingsfactoren bedoelen we de eetgewoonten en leefstijl. Overgewicht, weinig beweging, het eten van veel rood en/of voorbewerkt vlees en overmatig gebruik van vet zijn bijvoorbeeld risicofactoren voor het ontstaan van darmkanker. Er is nog veel onduidelijk over de mogelijk beschermende werking van groente, fruit en andere vezelrijke producten. Ook melk en yoghurt worden genoemd als ‘mogelijk beschermend’ tegen dikkedarmkanker. Verder onderzoek is echter noodzakelijk, om hierover meer duidelijkheid te krijgen.

In de Journal of the American Medical Association (JAMA) is een onderzoek gepubliceerd naar het effect van westerse voeding op dikkedarmkankerpatiënten na de behandeling.  Deze patiënten hebben een operatie en chemokuur ondergaan en zijn vervolgens jarenlang ‘gevolgd’ voor wat betreft hun voedingspatroon.

De overleving na vijf jaar was duidelijk lager bij (ex)patiënten die veel vlees, vet, geraffineerde granen en desserts aten. Uit dit onderzoek bleek dat darmkankerpatiënten beter veel groente, fruit, vis, kip en kalkoen kunnen eten. Dit heeft een gunstig effect op de overleving en het wegblijven van de kanker. Ook deze onderzoekers geven echter aan dat aanvullend onderzoek nog steeds noodzakelijk is, om echt conclusies te kunnen trekken.

 

Bron: Journal of the American Medical Association (JAMA)

Deel deze informatie