Record aantal orgaantransplantaties in 2007
In 2007 zijn bijna 1100 patiënten geholpen met een orgaantransplantatie: een stijging van 28% ten opzichte van 2006. Dit blijkt uit de voorlopige jaarcijfers van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). De opmerkelijke stijging is te danken aan twee ontwikkelingen. Ten eerste is er een toename van het aantal transplantaties met organen van overleden donoren (van 567 in 2006 naar 728 in 2007). Ten tweede is het aantal transplantaties waarbij gebruikgemaakt is van een levende donor gestegen (2007: 358, 2006: 281).
Ondanks deze positieve ontwikkelingen blijft het aantal patiënten op de wachtlijst voor een orgaantransplantatie groot (1284 op 1 januari 2008) en sterven er nog steeds mensen omdat er niet op tijd een orgaan beschikbaar is. Goede publieksvoorlichting en maximale aandacht voor donatie in de ziekenhuizen blijven dan ook noodzakelijk.
De NTS stuurt de donorwerving in Nederland aan en stelt middelen hiervoor beschikbaar aan de
ziekenhuizen. De toename in het aantal orgaandonoren is mede te danken aan het feit dat in de
ziekenhuizen steeds meer kennis en ervaring is opgedaan met het herkennen en behandelen van
potentiële postmortale orgaandonoren en de extra aandacht voor communicatie met de nabestaanden in
de ziekenhuizen.
Het lijkt er op dat de publieke opinie ten opzichte van orgaandonatie positiever is geworden. Vermoedelijk heeft de extra publiciteit zoals de campagnes van NIGZ-Donorvoorlichting en De grote Donorshow aan deze beeldvorming bijgedragen.
In 2007 is wederom het aantal transplantaties waarbij gebruik gemaakt is van een levende donor
toegenomen. Onderdeel hiervan is het succesvolle cross-overniertransplantatieprogramma waarbinnen
eind 2007 de honderdste transplantatie werd uitgevoerd sinds de start in 2004. In dit programma worden
nieren uitgewisseld tussen verschillende donor-ontvangerkoppels.
Om het donorpotentieel optimaal te benutten blijft het noodzakelijk aandacht te richten op bevordering
van de donorherkenning en afname van de weigering van donatie door nabestaanden in de
ziekenhuizen. De ondersteuning van de ziekenhuizen door de NTS bestaat uit het aanbieden van
meetinstrumenten om het donorpotentieel per ziekenhuisafdeling in kaart te brengen, het organiseren van trainingen en opleidingen aan artsen en verpleegkundigen die verantwoordelijk zijn voor donatie en
transplantatie in het ziekenhuis, en het inzetten van speciaal opgeleide mensen die de nabestaanden
optimaal begeleiden zodat deze een weloverwogen keuze ten aanzien van orgaandonatie kunnen
maken.
Analyse in 2006 door de NTS liet zien dat 70% van de nabestaanden niet instemt met orgaandonatie
indien zij hierover een beslissing moeten nemen. Op basis van de eerste peilingen lijkt dit percentage
voor 2007 lager te liggen. Aangezien 60 procent van de bevolking vanaf 18 jaar geen wilsbeschikking
heeft geregistreerd, blijft dit een belangrijk verbeterpunt.
Momenteel worden alle activiteiten, die het aanbod aan postmortale orgaandonoren kunnen verhogen, in
kaart gebracht in een zogenoemd Masterplan orgaandonatie. Dit betreft activiteiten gericht op
ondersteuning van donatie in ziekenhuizen, het vergroten van het aantal geregistreerden, het informeren
van de bevolking over donatie, en onderzoek naar mogelijke effecten van een wetswijziging.
De verwachting is dat het plan in maart wordt gepresenteerd aan de minister van VWS.
Bron: Nederlandse Transplantatie Stichting, Leiden











