Home / Nieuws / Nieuwsberichten

Vragen

Erfelijke variatie breekt maagzuurremming op

vrijdag 24 september 2010

Een derde van de Nederlanders heeft een genetische variatie die ervoor zorgt dat ze onvoldoende reageren op een behandeling met protonpompremmers. Dat concludeert Nicole Hunfeld, apotheker in opleiding, in haar onderzoek waarop zij aan het Erasmus MC promoveert. Deze genvariatie is ook van belang voor andere geneesmiddelen.

Door de genavariatie reageren veel Nederlanders, en wellicht de hele Kaukasische bevolkingsgroep, anders op een behandeling met protonpompremmers dan bijvoorbeeld Aziaten die vooral genetische variaties hebben die leiden tot een sterkere zuurremming.

Enzymsysteem
De genvariatie betreft het gen (*19 genaamd) dat codeert voor het cyp2c19-enzym dat onderdeel uitmaakt van het cytochroom p450-systeem. Dit enzymsysteem zorgt in de lever onder meer voor het metaboliseren van geneesmiddelen.

Alternatieven
Vanwege de mutatie worden de dragers in de wetenschappelijke literatuur de rapid metabolizers genoemd. Medicijnen zoals de onderzochte protonpompremmers worden sneller dan gemiddeld afgebroken en dat leidt tot lagere plasmaconcentraties en een verminderd werking. Hunfeld heeft drie alternatieve opties om toch het bedoelde effect van maagzuurremming te bereiken: dosis verhogen, overstappen op een tweemaaldaagse toediening of overstappen op esomeprazol, de protonpompremmer die het minst gevoelig is voor de versnelde afbraak. 

Meer medicijnen
Volgens Hunfeld zijn er nog meer medicijnen waarbij de genvariatie ook verantwoordelijk is voor een versnelde afbraak en dus een verminderde werking. Voorbeelden daarvan zijn de antidepressiva imipramine en escitalopram. Andersom zorgt de mutatie ook voor een versnelde activatie van geneesmiddelen die als inactieve metaboliet gegeven worden. Een bekend voorbeeld daarvan is clopidogrel. Bij dragers van de mutatie wordt juist heel veel clopidogrel omgezet in de actieve metaboliet en is er een verhoogde kans op bijwerkingen zoals bloedingen.

Het bewijs voor de genvariant is volgens Hunfeld relatief nieuw. Daardoor wordt volop onderzoek opgesart naar andere medicijnen waarvoor de mutatie van betekenis zou kunnen zijn.

Samenvatting proefschrift (pdf, NVGE september 2010)

Deel deze informatie