Endoscopische camera nog niet onderscheidend genoeg

De techniek om darmpoliepen en colonkanker op te sporen met een ingeslikte capsule met ingebouwde camera, is nog onvoldoende betrouwbaar. Dat blijkt uit een vergelijkingsonderzoek met de gouden standaard colonscopie in acht Europese onderzoekscentra. Het onderzoek is gepubliceerd in het New England Journal of Medicine.
Gouden standaard
Bij in totaal 328 patiënten, die bekend waren of verdacht werden van een dikkedarmaandoening, is het colon onderzocht middels capsule endoscopie en met de gebruikelijke colonscopie. Het aantal opgespoorde laesies met de capsule is afgezet tegen de gouden standaard colonscopie, waarbij ervan is uitgegaan dat deze 100 procent van de afwijkingen diagnostiseert.
Sensitiviteit
Wat betreft het aantonen van poliepen is de sensitiviteit van de capsule endoscopie, ofwel het aantal laesies dat terecht als afwijkend wordt gezien, 64 procent. De specificiteit – het aantal patiënten zonder aandoening dat ook door de capsule als niet ziek wordt beschouwd- is 84 procent. Als het gaat om de diagnose van gevorderde adenomen zijn de sensitiviteit en specificiteit respectievelijk 73 en 79 procent. Van de 19 met colonscopie gediagnostiseerde coloncarcinomen vond de endoscopische camera er 14 (sensitiviteit 74 procent). De gevoeligheid van de camera was beter naarmate het colon ‘schoner’ was.
Accuratesse verbeteren
De capsule endoscopie vergt nog technische aanpassingen om dezelfde accuratesse als de colonscopie te bereiken, aldus de onderzoekers. Ook kunnen de omstandigheden waaronder het onderzoek wordt verricht nog verbeteren. Zo is het van groot belang het colon voorafgaand aan het onderzoek te reinigen. Bij colonscopie kan de arts tijdens het onderzoek met water spoelen als hij teveel vuil aantreft. Dat kan bij capsule endoscopie niet. In dat geval ziet de camera een eventuele laesie simpelweg niet. In technisch opzicht denken de makers van de capsule aan het verhogen van het aantal beelden dat de camera per seconde maakt – dat zijn er nu vier- en het vergroten van de hoek waaronder beelden worden gemaakt.
Het onderzoek vond plaats in de universiteitsklinieken van Brussel, Nancy, Londen, Pamplona en Rome en in nog vier ziekenhuizen in Düsseldorf, Hamburg en Lyon. De leiding van het onderzoek was in handen van André van Gossum van de afdeling Gastroenterologie, hepatopancreatologie en gastrointestinale oncologie van het Erasme ziekenhuis van de Université Liberé in Brussel.
Bron: www.mednet.nl











